Les Talmaschool di 23-06

NT2 Les

Bijvoeglijk naamwoord & tegenstellingen

1 / 34
next
Slide 1: Slide
New lesson editorExcelISK

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

NT2 Les

Bijvoeglijk naamwoord & tegenstellingen

Even voorstellen

Mijn naam is Annelou Berg.


Ik kom uit Nederland.

Mijn opa komt van de Molukken.


Ik houd van zingen.


Ik vind nasi goreng heel lekker.

OF

Ik houd van nasi goreng.

Hoe voel je je vandaag?

Lesdoelen

  • Ik kan mezelf voorstellen

  • Ik kan bijvoeglijke naamwoorden gebruiken

  • Ik kan tegenstellingen begrijpen

  • Ik kan 5 woorden in zinnen gebruiken

Voorstellen

  • Werk in tweetallen:

- Hoe heet je?

- Waar kom je vandaan?

- Wat doe je?

- Hoe gaat het met je?

Actualiteit

  • We kijken het Journaal.

  • Vraag: Gebruik jij Nederlands buiten de klas?

Huiswerk bespreken

  • Woorden:

- de winkel

- de kassa

- het geld

- betalen

- de prijs


  • Bijvoeglijk naamwoord: oefeningen blz. 47-48

Bijvoeglijk naamwoord

  • Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een woord.


  • Voorbeelden:

- een mooie tas

- een grote winkel

- een duur product

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een eigenschap van een persoon, dier of ding.










الصفة تُعبّر عن خاصية لشخص أو حيوان أو شيء.

Прикметник описує властивість людини, тварини або предмета.

Um adjetivo diz algo sobre uma característica de uma pessoa, animal ou coisa.

Sifo sheegto dabeecad qof, xayawaan ama shay leeyahay.

الصفة تُعبّر عن خاصية لشخص أو حيوان أو شيء.

Прикметник описує властивість людини, тварини або предмета.

Um adjetivo diz algo sobre uma característica de uma pessoa, animal ou coisa.

Sifo sheegto dabeecad qof, xayawaan ama shay leeyahay.



Regels

  • klein → de kleine man

  • groot → het grote huis

  • dik → de dikke man

  • mooi → het mooie huis

De auto is mooi       

De mooie auto        


De pizza is lekker

De lekkere pizza


De man is rijk          

De rijke man           



De roos is rood       

De rode roos           


Het huis is geel     

Het gele huis         


Noem 3 bijvoeglijke naamwoorden

De lieve jongen gaat naar school. Wat is het bijvoeglijk naamwoord?

A

jongen

B

de

C

school

D

lieve

Het oude huis staat op een berg. Wat is het bijvoeglijk naamwoord?

A

het

B

oude

C

huis

D

berg

De grappige man loopt naar de grote bibliotheek. Wat zijn bijvoeglijke naamwoorden?

A

grappige, man

B

grappige, loopt

C

grappige, grote

D

grote, bibliotheek

Het lieve kind wil een nieuwe fiets. Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden hieronder

de ....................... trui

het .......................... huis

de ..................... juf

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

A

juf

B

een

C

fietsen

D

zeurende

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

A

stoffen

B

sloffen

C

gooien

D

bal

Schrijf een zin met een bijvoeglijk naamwoord

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

A

werken

B

boven

C

gouden

D

horloge

geen bijvoeglijk

wel bijvoeglijk



boven

rode

houten

naast

vertrouwde

mooie

gekke

lieve

morgen

Opdrachten maken

Maak het werkblad.

Tegenstellingen

  • groot ↔ klein

  • duur ↔ goedkoop

  • nieuw ↔ oud

  • mooi ↔ lelijk

Oefening

  • Kies 5 woorden op blz. 47-48.

  • Maak met ieder woord een zin in je schrift.

Afsluiting

  • Wat heb je geleerd?

  • Wat vond je moeilijk?