Extra rekenopdrachten elektriciteit

Extra rekenopdrachten elektriciteit
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Extra rekenopdrachten elektriciteit

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Welkom
Welkom 
4B.nsk1

Slide 3 - Slide

De leerdoelen voor vandaag
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:
  • Een rekenopdracht stap voor stap uitwerken volgens: Gegevens – Gevraagd – Formule – Uitwerking – Antwoord.

  • Zelfstandig een rekenopdracht maken en bespreken met je klasgenoot.

  • Hulp vragen aan een klasgenoot of docent als ik iets niet begrijp.

Slide 4 - Slide

Building thinking Classroom
  • We gaan zelf rekenen op het bord.
  • Het rad bepaald wie naar voren komt om de rekenopdracht te maken
  • 2x groepjes van 2 personen per opdracht
  • 3 rekenopdrachten (dus 12 personen)
  • Overleggen met je groepje mag, graag zelfs!!!
  • Van fouten maken leert je, wees niet bang hiervoor!!!
  • De overige leerlingen denken mee of het zo goed is opgeschreven

Slide 5 - Slide

Uitwerken rekenvraag Wisbordje
Je werkt op het wisbordje de rekenvraag uit volgens:

Gegevens - Gevraagd - Formule - Uitwerking - Antwoord

Slide 6 - Slide

Oplossen van een rekenvraag!
Gegevens:
  • Deze haal je uit de tekst / afbeelding / Binas
Gevraagd:
  • Kijk wat er gevraagd wordt en in welke eenheid!
Formule:
  • Noteer de formule (zoek evt op in de binas)
Uitwerking:
  • Laat zien hoe je tot een antwoord komt; invullen van de formule
Antwoord: 
  • Geef het antwoord weer; let op de juiste eenheid

Slide 7 - Slide

Opgave 1:

Je hebt een waterkoker aangesloten op het stopcontact van 230 volt. 
Je meet een stroomsterkte door de waterkoker van 3,5 ampère. 

Bereken het vermogen. 


Gegevens:
  • Spanning = 230 V
  • Stroom = 3,5 A
Gevraagd:
  • Vermogen = ? W
Formule:
  • Vermogen = spanning x stroom
Uitwerking:
  • Vermogen = 230 x 3,5
Antwoord:
  • Vermogen = 805 W

Slide 8 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 9 - Slide

Opgave 2:

Pim is benieuwd met hoeveel spanning zijn elektrische tandenborstel oplaat. 
De stroomsterkte is 250 mA en de weerstand is 48 Ω. 

Bereken de spanning van de tandenborstel. Laat je berekening zien. 


Gegevens:
  • Stroom = 250 mA 
  • Stroom = 0,250 A
  • Weerstand = 48 Ω
Gevraagd:
  • Spanning = ? V
Formule:
  • Weerstand = Spanning : Stroom
  • Spanning = Stroom x Weerstand
Uitwerking:
  • Spanning = 0,250 x 48
Antwoord:
  • Spanning = 12 V

Slide 10 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 11 - Slide

Opgave 3a:
De vaatwasmachine is thuis aangesloten op de huisinstallatie. Het vermogen is 2530 W.  

a) Bereken de stroomsterkte van de vaatwasser. Laat je berekening zien.

Elke dag staat die 2 uur aan.
b) Bereken het energieverbruik in kWh in één week tijd.

gegeven is dat 1 kWh = € 0,25
c) Bereken de kosten van de vaatwasser in één week tijd
Gegevens:
  • Vermogen = 2530 W
  • Spanning = 230 V
Gevraagd:
  • I = ? A
Formule:
  • Vermogen = Spanning x Stroom
  • Stroom  = Vermogen : Spanning
Uitwerking:
  • Stroom = 2530 : 230
Antwoord:
  • Stroom = 11 A

Slide 12 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 13 - Slide

Opgave 3b:
De vaatwasmachine is thuis aangesloten op de huisinstallatie. Het vermogen is 2530 W.  

a) Bereken de stroomsterkte van de vaatwasser. Laat je berekening zien.

Elke dag staat die 2 uur aan.
b) Bereken het energieverbruik in kWh in één week tijd.

gegeven is dat 1 kWh = € 0,25
c) Bereken de kosten van de vaatwasser in één week tijd




Gegevens:
  • Tijd = 2 uur per dag
  • Tijd = 2 x 7 = 14 uur per week
  • Vermogen = 2530 W = 2,530 kW
Gevraagd:
  • Energie =? kWh
Formule:
  • Energie = Vermogen x Tijd
Uitwerking:
  • Energie = 2,530 x 14
Antwoord:
  • Energie = 35,42 kWh

Slide 14 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 15 - Slide

Opgave 3c:
De vaatwasmachine is thuis aangesloten op de huisinstallatie. Het vermogen is 2530 W.  

a) Bereken de stroomsterkte van de vaatwasser. Laat je berekening zien.

Elke dag staat die 2 uur aan.
b) Bereken het energieverbruik in kWh in één week tijd.

gegeven is dat 1 kWh = € 0,25
c) Bereken de kosten van de vaatwasser in één week tijd




Gegevens:
  • Energie = 35,42 kWh
  • prijs = € 0,25 per kWh
Gevraagd:
  • Energiekosten = € ? 
Formule:
  • Energiekosten = Energie x prijs
Uitwerking:
  • Energiekosten = 35,42 x 0,25
Antwoord:
  • Energiekosten = € 8,86

Slide 16 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 17 - Slide

Opgave 4:

Een televisie is aangesloten op de huisinstallatie. 
De weerstand is 200 Ω. 

a) Bereken de stroomsterkte door de televisie. Laat je berekening zien.




Gegevens:
  • R = 200 Ω
  • U = 230 V
Gevraagd:
  • I = ? A
Formule:
  • R = U : I
  • I = U : R
Uitwerking:
  • I = 230 : 200 
Antwoord:
  • I = 1,15 A

Slide 18 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 19 - Slide

Opgave 5a:

Wietske doet twee oplaadbare AA-batterijen van elk 1800 mAh in haar zaklamp. 

a) Bepaal de totale capaciteit in Ah van de twee batterijen in Wietskes zaklamp.
  • Capaciteit = 1800 : 1000 = 1,8 Ah

Op deze twee batterijen kan de zaklamp  1,5 h blijven werken.
b) Bereken hoe groot de stroomsterkte in ampère is, als Wietske de zaklamp gebruikt.




Gegevens:


Gevraagd:

Formule:


Uitwerking:

Antwoord:

Slide 20 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 21 - Slide

Opgave 5b:

Wietske doet twee oplaadbare AA-batterijen van elk 1800 mAh in haar zaklamp. 

a) Bepaal de totale capaciteit in Ah van de twee batterijen in Wietskes zaklamp.
*  Capaciteit = 1800 : 1000 = 1,8 Ah

Op deze twee batterijen kan de zaklamp  1,5 h blijven werken.
b) Bereken hoe groot de stroomsterkte in ampère is, als Wietske de zaklamp gebruikt.




Gegevens:
  • Capaciteit = 1800 mAh = 1,8 Ah
  • Tijd = 1,5 h
Gevraagd:
  • Stroom = ? A
Formule:
  • Capaciteit = Stroom x Tijd
  • Stroom = Capaciteit : Tijd
Uitwerking:
  • Stroom = 1,8 : 1,5 
Antwoord:
  • Stroom = 1,2 A

Slide 22 - Slide

Het rad van fortuin 
4B.T1

Slide 23 - Slide

Opgave 6:

Piet doet een practicum met een batterij en twee verschillende weerstanden, de een van 5 Ω, de ander van 10 Ω. 

Als eerste plaatst hij de twee weerstanden in serie en daarna parallel

Bereken de vervangingsweerstand voor deze schakeling.


Gegevens:
  • R1 = 5 Ω
  • R2 = 10 Ω
Gevraagd:
  • Rv = ? Ω
Formule:
  • Rv = R1 + R2
Uitwerking:
  • Rv = 5 + 10
Antwoord:
  • Rv = 15 Ω

Slide 24 - Slide

Wat vond je van deze werkvorm?
Spannend - Leerzaam - Eng - Stom - Leuk
.........

Slide 25 - Slide

En nu zelfstandig aan de slag

Maak Online H1.2 t/m 1.6 Begrijpen + Beheersen verder af

Klaar:
=> Controleer de opgaven
=> van je fouten kun je leren!!

Slide 26 - Slide