Kies of bedenk maximaal 3 waarden die jij belangrijk vindt.
Vertel aan je buurman of buurvrouw waarom.
Kies uiteindelijk 1 waarde die je klassikaal toelicht.
Wees origineel!
Slide 3 - Slide
Plezier
Vriendschap
Schoonheid
Gezondheid
Duurzaamheid
Veiligheid
Familie
Rechtvaardigheid
Verantwoordelijkheid
Respect
Liefde
Gelijkheid
Verbondenheid
Geloof
Zelfrespect
Geluk
Autonomie
Geld
Humor
Goed doen
Eerlijkheid
Prestatie
Zorgzaamheid
Slide 4 - Slide
Keuzes maken
Je doet het voortdurend
Je hebt dus (verborgen) morele standpunten (= meningen)
Bij keuzes horen vragen. Bijvoorbeeld 'Eet ik vanavond pasta of patat?'
Slide 5 - Slide
Wat is ethiek?
Ethiek gaat over de vraag: wat is goed en wat is fout?
Slide 6 - Slide
Wat is ethiek?
Ethiek gaat over handelen: hoe je doet, hoe je leeft.
Slide 7 - Slide
Wat is ethiek?
Ethiek is nadenken over goed en kwaad in het gedrag van een mens en over de gevolgen die daaruit ontstaan
Slide 8 - Slide
Soorten Ethiek?
Slide 9 - Slide
Gevolgenethiek
Plichtethiek
Deugdethiek
Doel
Het grootste geluk (of nut)
De minste pijn (of onnuttige)
Doen wat je plicht is
Het goede doen
Centraal
De gevolgen van je keuze
De regel, de norm
De mens, jouw waarden
Vragen
Wat levert het op?
Wat maakt mij (ons/hen) het meest gelukkig
Welke wetten/regels gelden hier?
Wat is goed (deugdzaam) om te doen?
Wat is je motief?
Voorbeelden
Dit is in mijn belang
Dit is in het algemeen belang
Je mag niet stelen,
Je mag niet doden
Eerlijkheid
Naastenliefde
Moed
Slimheid
Slide 10 - Slide
Hoe vind je een antwoord op een ethische vraag?
Je weet voor- en tegenargumenten af.
Zo krijg je hard bewijs een moreel standpunt
Opdracht:
Bedenk met je buurman/buurvrouw
twee ethische vragen/stellingen
Slide 11 - Slide
Altijd een keuze met gevolgen! Het is niet zo dat het niet uitmaakt wat je kiest. Het is een dilemma; goed of fout.
Slide 12 - Slide
"Ik ben vegetariër, omdat ik vind dat ook dieren recht op leven hebben."
"Ik heb geen auto, doe alles op de fiets, want ik wil een schoon milieu."
Slide 13 - Slide
Aan de slag!
Maak opdrachten 1.3 en 1.4
Slide 14 - Slide
Casussen
Slide 15 - Slide
Je verkoopt je scooter. Je weet dat je scooter meer waard is als je niet vertelt dat er een onderdeel kapot is. Wat doe je? Vertel je wel of niet de waarheid?
Slide 16 - Slide
Een klasgenootje heeft nieuwe kleren gekocht. Je vindt ze lelijk. Je weet dat de vriendin, die naast jou zit, haar soms pest. Zij vraagt wat je van haar nieuwe kleren vindt. Wat zeg je?
Slide 17 - Slide
Je gaat met je vrienden naar de film en tickets zijn voor de halve prijs voor studenten tussen de 16-21 jaar. Je bent 15 jaar maar zou gemakkelijk voor ouder kunnen doorgaan.
Slide 18 - Slide
Gevolgenethiek
Plichtethiek
Deugdethiek
Doel
Het grootste geluk (of nut)
De minste pijn (of onnuttige)
Doen wat je plicht is
Het goede doen
Centraal
De gevolgen van je keuze
De regel, de norm
De mens, jouw waarden
Vragen
Wat levert het op?
Wat maakt mij (ons/hen) het meest gelukkig
Welke wetten/regels gelden hier?
Wat is goed (deugdzaam) om te doen?
Wat is je motief?
Voorbeelden
Dit is in mijn belang
Dit is in het algemeen belang
Je mag niet stelen,
Je mag niet doden
Eerlijkheid
Naastenliefde
Moed
Slimheid
Slide 19 - Slide
Je gaat met je vrienden naar de film en tickets zijn voor de halve prijs voor studenten tussen de 16-21 jaar. Je bent 15 jaar maar zou gemakkelijk voor ouder kunnen doorgaan.
Bespreek in viertallen wat een gevolgenethicus, een plichtethicus en een deugdethicus zouden doen.