bouw van DNA

1 / 20
next
Slide 1: Video
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

bouw van DNA

Slide 2 - Slide

17.1 DNA in je cellen
Meteen aan het werk!
Pak Binas en ga naar binasnummer 70 en 71
Bestudeer de afbeeldingen in 2 minuten
Daarna met Binas de volgende 4 vragen beantwoorden:
timer
1:00

Slide 3 - Slide

Wat is het verschil tussen een nucleoside en een nucleotide?
A
een (nucleine-)base
B
een fosfaatgroep
C
desoxyribose
D
een OH-groep

Slide 4 - Quiz

In DNA heb je de base-paren A-T en C-G. Waarom zit A niet aan C vast (en bijv. T aan niet aan G?
A
A en C stoten elkaar af, terwijl A en T elkaar aantrekken
B
Er zitten eiwitverbindingen tussen A en T
C
Door het (gelijke) aantal waterstofbruggen
D
Histonen bepalen deze bindingen

Slide 5 - Quiz

Welk uiteinde van DNA noemen we het 3'-uiteinde?
A
het uiteinde met een vrije hydroxylgroep
B
het uiteinde met een vrije fosfaatgroep
C
het uiteinde met een vrije nucleinebase
D
het uiteinde met een vrij desoxyribosemolecuul

Slide 6 - Quiz

Wat is een histon?
A
een nucleosoom
B
dubbelstrengs DNA
C
eiwit waar DNA omheen gewikkeld zit
D
dubbele helix

Slide 7 - Quiz

Bouw
Genoom- al het erfelijk materiaal
Chromosoom Bestaande uit telomeer en centromeer
Histonen- eiwitbollen
Eiwitbollen + omgewikkeld DNA = nucleosoom
DNA bestaat uit basenparen met een suikergroep en fosfaatgroep

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Aflezen DNA van 3' naar 5' (3 kant heeft nog een losse OH groep en de 5 kant een fosfaatgroep)
 
Complementaire streng- linkerkant en rechterkant heeft een vaste partner: A naast T en C naast G
Helixstructuur – spiraalvorm

Slide 11 - Slide

eigen DNA
Chloroplast/ bladgroenkorrel
Mitochondriën
Bevatten eigen DNA
 mtDNA

verklaring voor endosymbiosetheorie

Slide 12 - Slide

MTDNA
Het mtDNA bevat 37 genen, waarvan 13 coderen voor eiwitten die betrokken zijn bij de aerobe dissimilatie; de rest codeert voor
rRNA
(bouwstenen voor ribosomen, H2) en tRNA (transporteert aminozuren)

Slide 13 - Slide

Mitochondriën hebben een membraan en DNA. Deze feiten zijn een bewijs voor .....
A
de endosymbiosetheorie
B
de evolutie van cellen
C
de scheppingstheorie
D
de afstamming van de mens

Slide 14 - Quiz

Waarom is mtDNA handig voor stamboomonderzoek?
A
het verandert weinig in de loop der tijd
B
het is alleen bij mannen aanwezig
C
het wordt alleen doorgegeven aan dochters
D
het verandert veel in de loop der tijd

Slide 15 - Quiz

Het DNA in jouw mitochondriën heb jij gekregen ....
A
van niemand, het zit er gewoon in
B
van je biologische vader
C
in je eerste levensjaar
D
van je biologische moeder

Slide 16 - Quiz

niet-coderend DNA
98,5 % geen code voor eiwitten
andere functies: Produceren rRNA, tRNA en regelen genexpressie

komen herhalingen voor (repetitief DNA)
Korte repeats van twee tot tien nucleotiden, de zogeheten STR’s (short tandem repeats)





Slide 17 - Slide

Deel van een DNA profiel 
Niet coderend
chromosoom 7
locus D7S280
STR GATA
Stamboom

Slide 18 - Slide

STR op chr 11 heet TH01.
Vader heeft de allelen 5/8.
Welke combinatie kan zijn zoon niet hebben?
A
TH01 5/5
B
TH01 6/8
C
TH01 6/9
D
TH01 8/9

Slide 19 - Quiz

Van een stukje DNA is bekend dat 15% van de nucleotiden guanine bevat. Geef de percentages van adenine, cytosine en thymine.

Slide 20 - Open question