Stichting Leven en Financiën (LEF)
Gratis gastlessen met als doel mbo-studenten financieel zelfredzaam te maken.

Module 2 - keuze onderwerp 'Op jezelf wonen?'

Op jezelf wonen?
Wat moet je regelen en waar moet je op letten?
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Instructies

  • Start de les door op de button Start les te klikken
  • De link Printen biedt mogelijkheid om de slides en notities van de les te printen

Onderdelen in deze les

Op jezelf wonen?
Wat moet je regelen en waar moet je op letten?

Slide 1 - Tekstslide

Vorm: poll, filmpje, open vraag, quiz vraag en opdracht.
 
Duur: 30 minuten

Leerdoelen:
Na dit onderdeel kunnen studenten:
  • verschillende woonvormen benoemen en uitleggen waar zij woonruimte kunnen zoeken;
  • belangrijke signalen van een mogelijk onbetrouwbare huuradvertentie herkennen;
  • onderscheid maken tussen eenmalige en maandelijkse kosten van op jezelf wonen;
  • enkele belangrijke rechten en plichten van een huurder benoemen;
  • uitleggen waarom een begroting en een financiële buffer belangrijk zijn;
  • benoemen welke verzekeringen relevant kunnen zijn wanneer zij zelfstandig wonen;
  • bij een praktijksituatie aangeven welke keuze zij zelf zouden maken en waarom.

Woon jij al op jezelf?
Ja
Nee
Dit jaar nog

Slide 2 - Poll

Woon jij al op jezelf?

Vragen:
  • Wat lijkt jou het leukste aan op jezelf wonen?”
  • Wat lijkt je het lastigste?”
  • Denk je dat jongeren vooral uit huis gaan voor vrijheid, noodzaak of studie?”
  • Wanneer denk jij dat iemand financieel klaar is om op zichzelf te wonen?

Overgang: Op jezelf wonen geeft meer vrijheid, maar je krijgt er ook behoorlijk wat verantwoordelijkheid bij. In het filmpje zie je wat daar allemaal bij komt kijken.

Slide 3 - Video

Filmpje: Doe je digiding! Wonen (kort)

Klik op de startknop.
Het filmpje eindigt vanzelf na 22 seconden.

Na het filmpje
  • Wat werd genoemd dat jij zelf nog niet had bedacht?
  • Welk onderdeel lijkt makkelijk te regelen?
  • Welk onderdeel lijkt juist ingewikkeld?

Overgang: Je ziet: op jezelf wonen heeft leuke én minder leuke kanten. Laten we die eerst eens naast elkaar zetten.
Noem een voor-en nadeel
van op jezelf wonen.

Slide 4 - Open vraag

Noem een voor-en nadeel van op jezelf wonen.

Mogelijke antwoorden:

Voordelen
  • Meer vrijheid
  • Zelf bepalen wat je doet
  • Eigen plek
  • Zelfstandig leren worden

Nadelen
  • Huur betalen
  • Duur, veel kosten
  • Zelf koken
  • Schoonmaken
  • Meer verantwoordelijkheid
Vragen:
Welk nadeel wordt volgens jou het vaakst onderschat?
  • Zou jij meer willen betalen voor meer vrijheid?
  • Wat moet je kunnen voordat je goed zelfstandig kunt wonen?
  • Kan iets tegelijk een voordeel én een nadeel zijn? Bijvoorbeeld vrijheid?

Overgang: Als je besluit uit huis te gaan, is de volgende vraag: hoe wil je eigenlijk wonen?
Waar wil jij wonen als je
voor het eerst het uit huis gaat?
Kamer
Appartement
Studio
Weet ik niet

Slide 5 - Poll

Waar wil jij wonen als je 
voor het eerst het uit huis gaat?
  1. kamer = vaak voorzieningen delen;
  2. studio = woon-/slaapruimte gecombineerd, eigen voorzieningen;
  3. appartement = meerdere ruimtes en eigen voorzieningen.

Vragen:
  • Wat is voor jou belangrijker: lage kosten of privacy?
  • Zou je liever € 200 minder betalen en voorzieningen als badkamer en keuken delen?
  • Welke woonvorm past bij iemand met een beperkt budget?

Overgang: Als je weet wat voor woonruimte je zoekt, moet je hem nog vinden. Waar begin je?
Opdracht
1. Zoek drie websites waarop je een kamer of woning kunt vinden
2. Waar moet je op letten als je een kamer of woning bekijkt?


Zoek in tweetallen de antwoorden op de volgende vragen:
timer
3:00

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht
  1. Verdeel studenten in groepjes van 2-3.
  2. Vraag ze drie betrouwbare plekken te vinden waar zij woonruimte kunnen zoeken.
  3. Laat ze daarnaast minimaal vijf dingen opschrijven waarop zij bij een kamer/woning zouden letten.
  4. Bespreek klassikaal.
Mogelijke antwoorden
  1. huurprijs;
  2. borg;
  3. servicekosten;
  4. gas/water/licht;
  5. locatie;
  6. OV;
  7. staat van onderhoud;
  8. inschrijving op het adres;
  9. contract;
  10. energielabel;
  11. huisregels;
  12. huisdieren;
  13. eventuele bijkomende kosten.
Vragen:
  • Waar zou jij als eerste naar kijken?
  • Welke kosten zie je misschien niet meteen in een advertentie?
  • Wanneer is een goedkope kamer uiteindelijk tóch duur?
  • Wat zou je nooit betalen voordat je de woning hebt gezien?

Overgang: Online ziet een woning er soms perfect uit. Maar hoe weet je eigenlijk of een advertentie betrouwbaar is?
Opdracht
Welke alarmbellen zie je?

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht

Stel de vraag: Welke alarmbellen zie je?

Hieronder zie je een aantal aanvullende vragen die je kunt stellen
  • Welke rode vlag is het duidelijkst?
  • Welke informatie mis je?
  • Wat zou jij terugvragen?
  • Wanneer stop je met reageren?
  • Waar kun je hulp zoeken?
  • Stel dat dit jouw droomkamer is en je zoekt al drie maanden. Zou je dan eerder risico nemen?

Signalen die erop wijzen dat deze advertentie mogelijk frauduleus is:
  • De huurprijs lijkt opvallend laag voor de locatie.
  • Bezichtiging is niet mogelijk.
  • Er wordt gevraagd om vooraf geld over te maken.
  • Betaling moet via Tikkie plaatsvinden.
  • Er is geen huurcontract.
  • Sleuteloverdracht gebeurt pas na betaling.
  • De verhuurder bevindt zich in het buitenland.
Overgang: Je weet nu welke alarmbellen je kunt herkennen. Maar wat kun je juist wél doen om een advertentie en verhuurder te controleren?
Check

Rode vlaggen:
🚩Te mooi om waar te zijn
🚩Betalen vóór bezichtiging
🚩Alleen contact via WhatsApp
🚩Buitenlandse rekening of rare betaallink
🚩Geen duidelijk contract
🚩Je mag je niet inschrijven op het adres
🚩Druk zetten: “vandaag betalen anders weg”

Groene checks:
✅Controleer adres en foto’s
✅Zoek reviews van verhuurder/platform
✅Betaal traceerbaar via bank
✅Lees contract vóór ondertekenen
✅Vraag iemand mee te kijken
✅Bij twijfel: niet betalen”

Slide 8 - Tekstslide

Check

Op deze slide zie je onder rode vlaggen zaken die er op kunnen. duiden dat de verhuurder malafide is.

Groene checks zijn tips hoe ze dit kunnen zien/vermijden.

Vragen:
  • Welke groene check zou jij altijd als eerste doen?
  • Welke check kost bijna geen moeite?
  • Waarom moet je niet alleen vertrouwen op mooie foto's?
  • Wie zou jij vragen om mee te kijken voordat je betaalt?
  • Wat is beter: een mooie kamer mislopen of geld overmaken terwijl je twijfelt?

Overgang: Zelfs als een woning betrouwbaar is, moet je hem natuurlijk nog kunnen betalen. Wat kost op jezelf wonen eigenlijk?
Wat kost op jezelf wonen? 
Maak in tweetallen een overzicht van de kosten als je op kamers gaat wonen

timer
3:00

Slide 9 - Tekstslide

Wat kost op jezelf wonen?

Laat de studenten in duo's opzoeken wat het kost als je uit huis gaat.

Vraag: Stel: je krijgt morgen de sleutel van je eerste kamer. Welke kosten krijg je dan allemaal?”

Laat duo’s een vel in twee kolommen verdelen:

Eenmalig | Iedere maand
Geef 2 minuten.

Vraag daarna om de beurt één kostenpost per duo. Schrijf de antwoorden op het bord, maar corrigeer nog niet direct.
Probeer studenten zelf te laten komen met bijvoorbeeld:

Eenmalig
  • borg;
  • meubels;
  • verf/klusspullen;
  • verhuizing;
  • aansluitkosten;
  • huishoudelijke spullen.
Maandelijks
  • huur;
  • servicekosten;
  • energie/water;
  • internet;
  • boodschappen;
  • verzekeringen;
  • gemeentelijke lasten;
  • vervoer;
  • telefoon;
  • kleding;
  • sport;
  • uitgaan;
  • sparen/buffer.
Vragen:
  • Welke kostenpost hadden jullie eerst niet bedacht?
  • Welke kosten zijn vast en welke kun je zelf beïnvloeden?
  • Welke kosten ontstaan al vóórdat je er überhaupt woont?
  • Waarom is alleen kijken naar de kale huur niet genoeg?
  • Wat zou je doen als je huur wel kunt betalen, maar alle andere kosten samen niet?
  • Welke kosten zou jij als eerste proberen te verlagen?
  • Waarom heb je eigenlijk geld nodig vóórdat je verhuist?
  • Welke onverwachte uitgave zou kunnen ontstaan als je net op jezelf woont?
Overgang: Jullie hebben zelf al veel kosten genoemd. Op de volgende slide zetten we ze compleet naast elkaar en kijken we welke kosten eenmalig zijn en welke iedere maand terugkomen
Kosten huurwoning

Eenmalige kosten:
  • Borg
  • Verhuiskosten
  • Meubels en inrichting
  • Verf / klusspullen
  • Aansluitkosten
  • Extra sleutel / sloten
Maandelijke kosten:
  • Kale huur
  • Servicekosten
  • Gas, water, elektriciteit
  • Internet / telefoon
  • Boodschappen
  • Verzekeringen
  • Gemeentelijke belastingen
  • Kleding, sport, uitgaan, sparen

Slide 10 - Tekstslide

Kosten huurwoning

Vergelijk de lijst met wat studenten op slide 9 zelf noemden:
  • Welke hadden jullie?
  • Welke hadden bijna niemand?
  • Welke is eenmalig maar kan heel hoog zijn?

Vragen:
  • Welke kostenpost zou jou het meest verrassen?
  • Welke drie kosten moet je absoluut kennen vóór je een huurcontract tekent?
  • Wat gebeurt er als energie ineens duurder wordt?
  • Waarom is een buffer handig?
  • Welke spullen hoef je niet allemaal nieuw te kopen?

Overgang: Als je voor een woning betaalt, krijg je gelukkig ook rechten. Maar weet jij eigenlijk wat een verhuurder wel en niet mag?


Rechten van huurder. Waar of niet waar?


  1. De verhuurder mag zonder toestemming jouw woning binnenlopen.
  2. Je mag verwachten dat grote gebreken worden opgelost.
  3. Je hebt recht op een huurcontract. Je moet dit van te voren goed lezen.
  4. Als ik één keer te laat betaal, mag de verhuurder mijn slot vervangen.
  5. Servicekosten moet de verhuurder kunnen uitleggen.

Slide 11 - Tekstslide

Rechten van huurder. Waar of niet waar?
Op deze slide staan stellingen.
Vraag of ze denken dat het waar of niet waar is. Je kunt dit met hand opsteken doen of ze links of rechts in het lokaal laten staan. Service kosten kent misschien niet iedereen. Vraag of iemand weet wat dit is. Servicekosten zijn alle kosten boven op de huur die verhuurders doorberekenen voor voorzieningen en diensten. Deze bestaan uit energiekosten (gas, water, elektriciteit), internet, schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes, onderhoud en soms meubilering. Het verschil met huur is dat servicekosten variabel zijn en gebaseerd op werkelijk verbruik.

Antwoorden:

1. NIET WAAR
Stel de verhuurder loopt zonder toestemming binnen.
  • Wat zou jij doen als dit daadwerkelijk gebeurt?
  • Bij wie zou je advies vragen?

De huurder heeft recht op privacy en rustig woongenot.

2. WAAR. Groot onderhoud is voor rekening van de verhuurder; klein dagelijks onderhoud is meestal voor de huurder.

3. WAAR
In het contract staan afspraken over huurprijs, borg, servicekosten, opzegtermijn, huisregels en onderhoud.

4. NIET WAAR. Een verhuurder mag niet eigenhandig iemand uit huis zetten.

5. WAAR
De verhuurder moet servicekosten kunnen onderbouwen en afrekenen.

Overgang: We hebben naar de rechten gekeken maar hoe zit het met de plichten?
Plichten van huurder. Waar of niet waar?


  1. Als ik weinig geld heb, mag ik de huur best een maandje overslaan.
  2. Een feestje moet kunnen, ook als de buren er last van hebben.
  3. Als mijn vrienden iets slopen, ben ik daar niet verantwoordelijk voor.
  4. Ik mag mijn kamer onderverhuren als ik een maand op vakantie ben.
  5. Ik hoef mijn post niet te openen; als het belangrijk is bellen ze wel.
  6. Ik mag mij best niet inschrijven bij de gemeente als dat handiger is voor toeslagen.

Slide 12 - Tekstslide

Plichten van huurder. Waar of niet waar?
Op deze slide staan stellingen.
Vraag of ze denken dat het waar of niet waar is. Je kunt dit met hand opsteken doen of ze links of rechts in het lokaal laten staan. 

Antwoorden:
1. NIET WAAR
De huur moet op tijd worden betaald. Als je een maand overslaat, ontstaat een huurachterstand. Daardoor kunnen het probleem en de kosten snel groter worden. 
Wat wél doen: Neem meteen contact op met de verhuurder en vraag om een betalingsregeling of hulp. 

  • Wat moet je doen als je weet dat je volgende maand de huur niet kunt betalen?”
  • Waarom kan negeren het probleem groter maken?

2. NIET WAAR
Een feestje mag, maar je moet rekening houden met de buren. Als huurder mag je geen ernstige of terugkerende overlast veroorzaken. 
Wat wél doen: Waarschuw de buren vooraf, spreek een eindtijd af en zet de muziek zachter als iemand klaagt. 

3. NIET WAAR
Tegenover de verhuurder kun jij als huurder worden aangesproken voor schade die jouw gasten in de woning veroorzaken. Daarna kun je proberen de kosten terug te krijgen van de vriend die de schade maakte. 

Wat wél doen: Grijp in bij wangedrag en meld schade direct bij de verhuurder. 

  • Vind jij het eerlijk dat jij als huurder daarop aangesproken kunt worden?
  • Wat zou jij doen als een vriend weigert de schade te betalen?

4. NIET ZOMAAR
Een vakantie maakt onderverhuur niet automatisch toegestaan. De regels hangen af van wat je precies huurt en wat er in het huurcontract staat. Onderverhuur kan verboden zijn. 

Wat wél doen: Controleer het huurcontract en vraag vooraf schriftelijke toestemming aan de verhuurder.

5. NIET WAAR
Instanties en bedrijven hoeven niet te bellen. In brieven staan vaak betaaltermijnen, afspraken of belangrijke beslissingen. Niet openen zorgt er niet voor dat een rekening of probleem verdwijnt. 

Wat wél doen: Open post op een vast moment en vraag hulp als je een brief niet begrijpt.

6. NIET WAAR
Je moet bij de gemeente ingeschreven staan op het adres waar je echt woont. Bewust verkeerde gegevens gebruiken voor meer toeslag kan leiden tot terugbetalen en mogelijk een boete.

Wat wél doen: Geef een verhuizing uiterlijk vijf dagen na de verhuizing door en corrigeer fouten zo snel mogelijk.

Overgang: Een van je belangrijkste verantwoordelijkheden is dat je je vaste lasten kunt betalen. Daarvoor moet je weten wat er iedere maand binnenkomt en uitgaat.
Begroting voor overzicht
Jason gaat op kamers. Hieronder zien je zijn inkomsten en uitgaven

Inkomsten: 
- Bijbaan €1.250

Uitgaven:
- huur € 600
- energie/service € 100
- boodschappen € 220
- telefoon/internet € 50
- verzekering € 20
- vervoer € 100
 -sport/uitgaan € 150

Vraag: 
Hoeveel houdt hij over?
Is dat genoeg als er ineens een rekening van € 150 komt?

Slide 13 - Tekstslide

Begroten is overzicht

We zien de inkomsten en uitgaven van Jason. Stel de vragen. Hij houdt maar      € 10 per maand over. Hij moet al 15 maanden € 10 gespaard hebben om dit bedrag te kunnen betalen. Het antwoord is dus eigenlijk nee.

Vragen:
  • Welke uitgaven kun je makkelijk aanpassen? Welke bijna niet?
  • Is geld dat op je rekening staat automatisch geld dat je kunt uitgeven?
  • Hoeveel ruimte zou jij willen overhouden voor onverwachte kosten?
  • Wat zou jij doen als de begroting iedere maand € 50 tekort laat zien?

Kernboodschap
Een begroting laat je niet alleen zien hoeveel je uitgeeft, maar helpt je vóórdat je verhuist beoordelen of je woning betaalbaar is.

Overgang: Naast je maandelijkse kosten kunnen er ook onverwachte kosten ontstaan. Een verzekering kan sommige grote financiële risico’s opvangen.
Check
Je krijgt morgen een kamer aangeboden. Wat check je vóór je JA zegt?

Kies 5 dingen:
☐ totale maandlasten
☐ betaal ik borg
☐ heb ik het huurcontract gelezen
☐ mag ik me inschrijven op het adres
☐ weet ik wat de servicekosten zijn
☐ heb ik de woning gezien
☐ is de verhuurder betrouwbaar
☐ eigen begroting gemaakt
☐ welke verzekeringen heb ik nodig
☐ heb ik geld voor onverwachte kosten

Welke check zou jij het snelst vergeten?


Slide 14 - Tekstslide

Check

Vraag aan een aantal welke checks zij hebben gekozen. Welke zijn het vaakst gekozen.

Bespreek vooral waarom studenten iets belangrijk vinden. Er hoeft niet één perfecte top vijf te zijn.

Leg de link met eerdere onderdelen van de les: rode vlaggen, kosten, contract en begroting.

Vragen:
  • Welke check zou jij zelf het snelst vergeten?
  • Welke check beschermt je vooral tegen fraude?
  • Welke check vertelt je of je de kamer echt kunt betalen?
  • Waarom is alleen weten wat de huur kost niet genoeg?
  • Wat zou jij doen als de kamer perfect lijkt, maar je het contract nog niet hebt gezien?
  • Wat als de verhuurder zegt: je moet binnen één uur beslissen, anders gaat de kamer naar iemand anders?”
  • Wanneer zou jij ondanks dat je de kamer heel graag wilt toch ‘nee’ zeggen?
  • Wat is volgens jou erger: een goede kamer mislopen of te snel ja zeggen tegen een slechte deal?
  • Wie zou jij om advies vragen als je twijfelt?
  • Welke informatie zou jij eerst willen hebben voordat je geld overmaakt?

Kernboodschap
Een kamer die je kunt huren, is niet automatisch een kamer die je moet huren. Controleer eerst of de woning betrouwbaar, betaalbaar en passend is.

Je kunt daarbij benadrukken:
Slim kiezen betekent soms ook durven afhaken, zelfs als je heel graag een kamer wilt.

Overgang: Als je hebt gecontroleerd dat de woning betrouwbaar is, het contract klopt en je de maandelijkse kosten kunt betalen, blijft er nog één vraag over: wat gebeurt er als er iets misgaat? Bijvoorbeeld brand, waterschade of als jij per ongeluk schade veroorzaakt. Daarom kijken we tot slot naar verzekeringen.
Welke verzekering vergoedt
schade aan jouw eigen spullen?
A
Inboedelverzekering
B
Zorgverzekering
C
Reisverzekering
D
Andere verzekering

Slide 15 - Quizvraag

Welke verzekering vergoedt schade aan jouw eigen spullen?
Het goede antwoord is A.

Vragen:
  • Wat valt volgens jullie onder ‘eigen spullen’?
  • Stel dat je laptop wordt beschadigd door brand: zou je dat zelf kunnen betalen?
  • Wanneer wordt zo'n verzekering voor jou relevanter?

Overgang: Een inboedelverzekering gaat over jouw spullen. Maar wat als jíj juist schade veroorzaakt bij iemand anders?
Welke verzekering betaalt schade
die jij veroorzaakt bij een ander?
A
Rechtsbijstand
B
Zorgverzekering
C
WA verzekering
D
Andere verzekering

Slide 16 - Quizvraag

Welke verzekering betaalt schade die jij veroorzaakt bij een ander?
Het goede antwoord is C.

Vertel dat je vanaf je 18e jaar zelf verantwoordelijk bent. Het kan zijn als je thuis woont dat je nog op de polis verzekerd bent van de je ouders maar alleen als ze gezinsdekking hebben. Vaak heb je een dekking tot je 27e. De dekking geldt ook als je studeert en niet meer thuis woont.

Vragen:
  • Wat kan een ongelukje bij iemand anders kosten?
  • Wanneer zou zo'n verzekering nuttig zijn?
  • Waarom is het verstandig om te controleren of je nog via je ouders verzekerd bent in plaats van dat zomaar aan te nemen?
Overgang: Jullie hebben nu gekeken naar het vinden en betalen van een woning, je rechten en plichten én een paar belangrijke risico’s. Daarmee heb je de basis om bewuster te beslissen of en hoe je op jezelf wilt wonen. We gaan nu over tot de afsluiting.

Slide 17 - Tekstslide

Keuzeonderwerpen
Kies een volgend keuzeonderwerp of sluit de les af door te kiezen voor:
  • 'Door naar Vooruitblik' als de klas nog een LEF les gaat volgen;
  • De volgende slide als dit de laatste LEF les is voor deze klas.

Bedankt voor jouw deelname aan deze gastles!

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies