OP 1 LEVENSMIDDELENINDUSTRIE · MICROBIOLOGIE
Prokaryoot
De celwand en de flagellen van bacteriën
Koning Willem I College · Laboratoriumtechniek
OP 1 LEVENSMIDDELENINDUSTRIE · MICROBIOLOGIE
Prokaryoot
De celwand en de flagellen van bacteriën
Koning Willem I College · Laboratoriumtechniek
Eerst een paar vragen van de vorige lessen
Slide tekst
Wat is het telbare gebied voor kiemgetalberekening?
10-300
35-350
30-300
20-200
Hoe bereken je het kiemgetal?
In verrijkte medium zitten extra stoffen in dan in een algemene media.
Waar
Niet waar
Sleep de juiste hemolyse naar de bloedagar.
Beta hemolyse
Alfa hemolyse
Gamma hemolyse
De bacterie in de onderstaande plaatje is..
Pseudomonas aeruginosa
Staphyloccus aureus
E. coli
Bacillus cereus
Staphylococcus aureus kun je het beste differentiëren op deze selectieve medium.
EMB
Bloed agar
MacConkey
BP
Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je:
1
Celwand
de bouw van peptidoglycaan beschrijven (NAG, NAM, peptideketens en peptidebruggen);
het verschil tussen een Gram-positieve en een Gram-negatieve celwand uitleggen;
uitleggen hoe de celwand osmotische lysis voorkomt;
uitleggen hoe lysozym en penicilline de celwand aantasten.
2
Flagellen
de bouw van een flagel beschrijven;
de vier typen flagellen (monotrich, lofotrich, amfitrich en peritrich) herkennen en benoemen, met een voorbeeld;
het verschil tussen flagellen en pili noemen.
2
DEEL 1
De celwand
Bouw, Gram-positief en Gram-negatief, osmose, lysozym en penicilline
Wat doet de celwand?
De celwand ligt buiten het celmembraan en is de stevige buitenlaag van de bacterie.
Vorm
De wand geeft de bacterie zijn vaste vorm: staafje, bolletje of spiraal.
Bescherming
De wand is stevig en beschermt de gevoelige inhoud van de cel.
Tegendruk
In water dringt water de cel in. De wand houdt die druk (turgor) tegen.
5
Peptidoglycaan: de bouw van de wand
Glycaanketens
NAG en NAM wisselen elkaar af.
Peptideketens
Aan elk NAM hangt een keten van 4 aminozuren.
Peptidebruggen
Ze verbinden de ketens met elkaar, als een vissersnet. Dat maakt de wand sterk.
6
Aan elk NAM hangt een keten van 4 aminozuren.
Waar
Niet waar
Gram-positief en Gram-negatief
8
De verschillen op een rij
Onthoud: Gram-positief = dik + paars, Gram-negatief = dun + buitenmembraan + rood.
9
Een bacterie kleurt na de Gramkleuring rood. Welke uitspraak klopt?
Dikke peptidoglycaanlaag, geen buitenmembraan
Dunne peptidoglycaanlaag met een buitenmembraan
Dikke peptidoglycaanlaag met teichoïnezuren
Bacterie heeft geen celwand
Sleep het juiste antwoord naar de juiste celwand.
Grampositief
Gramnegatief
Osmose: waarom de wand nodig is
In een hypotoon milieu stroomt water de cel in. De wand houdt de druk (turgor) tegen: geen osmotische lysis.
11
Lysozym en penicilline
13
Lysozym en penicilline vergeleken
14
Sleep de stof naar de juiste aangrijpingspunt van een bacteriële celwand.
Verbinding tussen NAM en NAG
Peptidebrug tussen de peptideketens
Lysozym
Penicilline
Penicilline doodt bacteriën, maar is onschadelijk voor mensen. Hoe kan dat?
DEEL 2
Flagellen
Bouw, typen en het verschil met pili
De bouw van een flagel
Filament
lange draad van flagelline-eiwit; werkt als propeller
Haak
buigzaam stuk tussen filament en basaal lichaam
Basaal lichaam
draaimotor in de celwand en het celmembraan; energie komt van een stroom protonen (H⁺)
17
Welk onderdeel van de flagel werkt als draaimotor?
Het filament
De haak
Het basaal lichaam
De peptidebrug
Vier typen flagellen
19
Typen flagellen en voorbeelden
20
Flagellen en pili
Zijn de flagellen kwijt (bijvoorbeeld door intensief schudden)? De bacterie leeft door. Na overenten vormen zich nieuwe flagellen.
22
Pili bepalen of een bacterie beweeglijk is.
Waar
Niet waar
Een bacterie zonder flagellen is dood.
Waar
Niet waar
Bij een Gram-positieve bacterie ligt een buitenmembraan om de peptidoglycaanlaag.
Waar
Niet waar
In het kort
Celwand
Peptidoglycaan: glycaanketens (NAG + NAM), peptideketens en peptidebruggen.
Gram-positief: dik, blauw-paars. Gram-negatief: dun + buitenmembraan, rood.
De wand voorkomt osmotische lysis.
Lysozym knipt de glycaanketens, penicilline remt de peptidebruggen.
Flagellen
Bouw: filament, haak en basaal lichaam (draaimotor).
Typen: monotrich, lofotrich, amfitrich, peritrich.
Pili zijn korter en dunner en helpen bij het hechten.
Zonder flagellen leeft de bacterie door, maar is hij onbeweeglijk.
24
Aan de slag!
Maak het werkblad dat ik heb uitgedeeld.
Vragen? Eerst je buurman/buurvrouw, dan aan mij.
Klaar? Kijk de opdrachten na van de vorige les.
minute
second
Terugblik op de leerdoelen
Kun je dit nu?
De bouw van peptidoglycaan beschrijven
Gram-positief en Gram-negatief onderscheiden
Uitleggen hoe de celwand osmotische lysis voorkomt
Uitleggen hoe lysozym en penicilline de wand aantasten
De bouw van een flagel beschrijven
De vier typen flagellen benoemen, met een voorbeeld
Het verschil tussen flagellen en pili noemen
25