2F H16 Kortingen en heffingen

Rekenen met korting, heffing en btw

1 / 39
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Rekenen met korting, heffing en btw

Deze les draait om situaties die leerlingen in winkels, webshops en op bonnetjes tegenkomen. Benadruk vanaf het begin dat procenten hier direct met geld verbonden zijn.

Lesdoel

Ik kan uitrekenen hoeveel korting, heffing en btw bij een prijs horen en de nieuwe prijs berekenen.

This item has no instructions

Welk woord past voor jou bij procenten in een winkel?

Gebruik de antwoorden als startgesprek over aanbiedingen, extra kosten, bonnetjes en eindprijzen.

Korting: hoofddoel en subdoelen

Hoofddoel: rekenen met korting bij aanbiedingen.


Subdoelen:

  • Je kunt uitrekenen hoeveel euro korting je krijgt.

  • Je kunt de prijs inclusief korting berekenen.

  • Je kunt een kortingspercentage uitrekenen.

Gebruik consequent de woorden oude prijs, korting in euro, nieuwe prijs en kortingspercentage.

Wat betekent korting?

  • Korting is een deel van de oude prijs dat eraf gaat.

  • Nieuwe prijs = oude prijs min korting.

  • Bij procenten reken je eerst uit hoeveel 1% of 10% is.

Veel leerlingen trekken te vroeg af zonder eerst het kortingsbedrag te berekenen. Laat zien dat de volgorde belangrijk is.

Euro korting uitrekenen

Voorbeeld: een jas kost €80 en je krijgt 25% korting.


25% van €80 = 0,25 × 80 = €20 korting.


Je kunt ook denken:

  • 10% van 80 = 8

  • 20% = 16

  • 5% = 4

  • 25% = 20

Laat beide strategieën zien: vermenigvuldigen met 0,25 en opbouwen via 10%, 20% en 5%. Zo sluit je aan bij VMBO-niveau en hoofdrekenen.

Prijs met korting berekenen

Ga verder met het voorbeeld van €80 met 25% korting.


  • korting in euro: €20

  • nieuwe prijs: €80 - €20 = €60


Dus de prijs inclusief korting is €60.

Noem expliciet dat inclusief korting hier betekent: de prijs nadat de korting is verrekend.

Kortingspercentage uitrekenen

Voorbeeld: van €50 naar €40.


  • korting in euro: €50 - €40 = €10

  • deel van de oude prijs: 10 ÷ 50 = 0,20

  • dus het kortingspercentage is 20%

Benadruk dat je altijd vergelijkt met de oude prijs. Dat voorkomt de fout dat leerlingen delen door de nieuwe prijs.

Korting in de praktijk

  • Je ziet korting in winkels en webshops.

  • Je kunt controleren of een aanbieding klopt.

  • Je weet of de nieuwe prijs echt voordelig is.

Koppel aan herkenbare voorbeelden zoals kleding, schoenen, game-accessoires of supermarktacties.

Opgave: korting

Schrijf je antwoord op een wisbordje.


Een trui kost €60.

Er geldt 15% korting.


Reken uit:

  • hoeveel euro korting je krijgt

  • wat de nieuwe prijs is

Verwachte antwoorden: €9 korting en €51 nieuwe prijs.

Wat doe je met de prijs na het uitrekenen van korting?

A

Aftrekken

B

Optellen

C

Verdubbelen

D

Delen

Controleert het kernverschil tussen korting en heffing/btw.

Aanvullen: korting

Bij korting reken je eerst uit hoeveel euro de korting is. Daarna haal je dat bedrag van de oude prijs af. Van €50 naar €40 is de korting €10, dus het kortingspercentage is 20%.

korting
oude prijs
kortingspercentage
heffing
nieuwe prijs
btw
heffingspercentage

Let op de woorden oude prijs en kortingspercentage.

Hoe reken je 15% korting op €60 uit?

Verwachte elementen: 15% van €60 = €9 korting; nieuwe prijs = €60 - €9 = €51. Bespreek ook de strategie via 10% en 5%.

Heffing: hoofddoel en subdoelen

Hoofddoel: rekenen met heffing op een product.


Subdoelen:

  • Je kunt uitrekenen hoeveel euro heffing je moet betalen.

  • Je kunt de prijs inclusief heffing berekenen.

  • Je kunt een heffingspercentage uitrekenen.

Leg kort uit dat heffing een extra bedrag is dat boven op de prijs kan komen.

Wat betekent heffing?

  • Heffing is een extra bedrag boven op een prijs.

  • Bij heffing gaat de prijs omhoog.

  • Nieuwe prijs = oude prijs plus heffing.

Houd het begrip functioneel: leerlingen hoeven geen ingewikkelde economische achtergrond, maar wel het rekenidee van erbij tellen.

Euro heffing uitrekenen

Voorbeeld: een product kost €40 en de heffing is 15%.


15% van €40 = 0,15 × 40 = €6 heffing.


Opbouwen kan ook:

  • 10% = 4

  • 5% = 2

  • 15% = 6

Maak de parallel met korting zichtbaar: eerst het percentagebedrag uitrekenen. Het verschil zit in eraf of erbij.

Prijs inclusief heffing

Ga verder met het voorbeeld van €40 met 15% heffing.


  • heffing in euro: €6

  • nieuwe prijs: €40 + €6 = €46


Dus de prijs inclusief heffing is €46.

Benadruk het verschil met korting: bij heffing tel je op, niet af.

Heffingspercentage uitrekenen

Voorbeeld: een product kost €30 en er komt €3 heffing bij.


  • deel van de oude prijs: 3 ÷ 30 = 0,10

  • omzetten naar procenten: 10%


Het heffingspercentage is dus 10%.

Zorg dat leerlingen zien dat het percentage weer wordt vergeleken met de oude prijs.

Heffing in de praktijk

  • Heffing kan voorkomen bij bepaalde producten.

  • Op een bon of prijsoverzicht zie je soms een extra bedrag.

  • Daarom moet je kunnen controleren hoe de eindprijs ontstaat.

Houd de praktijkkoppeling algemeen en rekenkundig: het gaat om begrijpen hoe een extra bedrag de prijs verandert.

Opgave: heffing

Schrijf je antwoord op een wisbordje.


Een product kost €24.

Er komt 25% heffing bij.


Reken uit:

  • hoeveel euro heffing erbij komt

  • wat de prijs inclusief heffing is

Verwachte antwoorden: €6 heffing en €30 inclusief heffing.

Wat doe je met de oude prijs bij heffing?

A

Aftrekken

B

Afronden

C

Optellen

D

Halveren

Test het basisidee dat heffing boven op de prijs komt.

Aanvullen: heffing

Heffing is een extra bedrag boven op een prijs. Bij €40 met 15% heffing is de heffing €6 en de prijs inclusief heffing €46.

extra bedrag
€6
€46
korting
€4
€34
oude prijs

Sluit direct aan bij het uitgewerkte voorbeeld op de slides.

Hoe reken je 25% heffing op €24 uit?

Verwachte elementen: 25% van €24 = €6; prijs inclusief heffing = €30. Laat leerlingen benoemen dat je eerst het percentagebedrag uitrekent en daarna optelt.

Btw: hoofddoel en subdoelen

Hoofddoel: rekenen met btw bij prijzen.


Subdoelen:

  • Je kunt uitrekenen hoeveel btw je moet betalen.

  • Je kunt de prijs van een artikel inclusief btw uitrekenen.

  • Je kunt de prijs van een artikel exclusief btw uitrekenen.

Gebruik de term btw steeds hetzelfde. Vermijd nu andere extra begrippen, zodat de focus op het rekenen blijft.

Wat is btw in een berekening?

  • Btw is een percentage van de prijs.

  • Bij inclusief btw tel je de btw erbij.

  • Bij exclusief btw haal je de btw eraf.

Leerlingen verwarren vaak inclusief en exclusief. Gebruik die woorden bewust en herhaal hun betekenis.

Hoeveel btw betaal je?

Voorbeeld: een artikel kost €50 exclusief btw.

De btw is 21%.


21% van €50 = 0,21 × 50 = €10,50 btw.

Laat zien dat de btw wordt berekend over de prijs exclusief btw.

Prijs inclusief btw

Ga verder met het artikel van €50 exclusief btw.


  • btw: €10,50

  • prijs inclusief btw: €50 + €10,50 = €60,50


Dus inclusief btw betaal je €60,50.

Koppel aan kassabonnen en webshops waar prijzen meestal inclusief btw staan.

Prijs exclusief btw

Voorbeeld: een artikel kost €121 inclusief btw.

De btw is 21%.


  • 121% hoort bij €121

  • 1% = €1

  • 100% = €100


De prijs exclusief btw is €100.

Dit is een belangrijk keerpunt: inclusief btw betekent 121% bij 21% btw. Laat leerlingen niet 21% van 121 aftrekken; dat geeft een fout antwoord.

Btw in de praktijk

  • Je ziet btw op bonnetjes en facturen.

  • Je kunt controleren hoe een eindprijs is opgebouwd.

  • Je begrijpt het verschil tussen exclusief en inclusief btw.

Noem dat bedrijven vaak met prijzen exclusief btw rekenen, terwijl consumenten vaak inclusief btw zien.

Opgave: btw

Schrijf je antwoord op een wisbordje.


Een artikel kost €80 exclusief btw.

De btw is 21%.


Reken uit:

  • hoeveel btw je betaalt

  • wat de prijs inclusief btw is

Verwachte antwoorden: €16,80 btw en €96,80 inclusief btw.

Belangrijk verschil

  • Korting: percentage van de oude prijs, daarna aftrekken.

  • Heffing: percentage van de oude prijs, daarna optellen.

  • Btw: percentage van de prijs, vaak optellen bij exclusief btw of terugrekenen naar exclusief.

Deze samenvatting verbindt de drie onderdelen. Laat leerlingen de overeenkomst en het verschil in één overzicht zien.

Rekenstappen bij procenten

  1. Lees goed wat de oude prijs is.

  2. Bepaal welk percentage je nodig hebt.

  3. Reken het bedrag in euro uit.

  4. Trek af of tel op.

  5. Controleer of je antwoord logisch is.

Noem bij stap 5 voorbeelden van logisch controleren: korting maakt goedkoper, heffing en btw maken duurder.

Waarover reken je 21% btw uit in het voorbeeld?

A

Over €121

B

Over €60,50

C

Over €50

D

Over €100

Leerlingen moeten zien dat btw wordt berekend over de prijs exclusief btw.

Aanvullen: btw

Bij een artikel van €50 exclusief btw reken je 21% btw uit. Dat is €10,50. De prijs inclusief btw wordt dan €60,50.

exclusief btw
€10,50
inclusief btw
inclusief btw
€21
exclusief
€50,50

Bespreek ook het verschil tussen inclusief en exclusief.

Een prijs van €121 inclusief btw is bij 21% btw hoeveel procent?

A

100%

B

119%

C

121%

D

21%

Belangrijk controlepunt: inclusief btw betekent hier 121%.

Wat heb je vandaag het best geleerd?

Reflectie zonder goed of fout. Laat leerlingen kort terugkijken op hun leerproces.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

Reflectie zonder goed of fout. Gebruik antwoorden om te bepalen wat herhaald moet worden.

Eén woord: wat onthoud jij van deze les?

Gebruik de woordwolk als korte afsluiting vóór de begrippenlijst.

Begrippenlijst

korting - bedrag of percentage dat van een prijs afgaat.

kortingspercentage - het percentage van de oude prijs dat je als korting krijgt.

heffing - extra bedrag dat boven op een prijs komt.

heffingspercentage - het percentage van de oude prijs dat als heffing wordt berekend.

btw - belasting die als percentage van een prijs wordt berekend.

inclusief - met het extra bedrag erbij.

exclusief - zonder het extra bedrag erbij.

This item has no instructions