Lengtematen

 13.1 Lengtematen
1 / 15
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

 13.1 Lengtematen

Slide 1 - Slide

Doelen van deze les

  • Je weet wanneer we de woorden lengte en afstand gebruiken.
  •  Je weet welke eenheden hiervoor gebruikt worden.
  • Je kunt verschillende lengte eenheden omrekenen naar elkaar.  

Slide 2 - Slide

Lengte en afstand
  • De lengte van een figuur geeft aan hoe lang dat een figuur of voorwerp is. 
  • Het woord afstand wordt vaak gebruikt om aan te geven hoe ver twee voorwerpen of plaatsten uit elkaar liggen.
  • Andere woorden die je vaak tegen komt zijn breedte, hoogte en diepte.

Slide 3 - Slide

Welke lengtematen ken jij allemaal?

Slide 4 - Open question

cm = centimeter

Slide 5 - Slide

mm = millimeter

Slide 6 - Slide

dm= decimeter

Slide 7 - Slide

m= meter

Slide 8 - Slide

Kilometer
Hectometer

Decameter
Meter
Decimeter
Centimeter
Millimeter
KM
HM
DAM
M
DM
CM
MM

Slide 9 - Drag question

dm
mm
cm
m

Slide 10 - Drag question

De afstand van thuis naar school meet je in:
A
MM (milimeter)
B
KM (kilometer)
C
M (meter)
D
CM (centimeter

Slide 11 - Quiz

De hoogte van een flatgebouw geef je aan in:
A
KM (kilometer)
B
DM (decimeter)
C
M (meter)
D
CM (centimeter)

Slide 12 - Quiz

De diepte van het zwembad geef je aan in:
A
CM (centimeter)
B
KM (kilometer)
C
M (meter)
D
MM (milimeter)

Slide 13 - Quiz

De breedte van je potlood meet je in:
A
CM (centimeter)
B
DM (decimeter)
C
M (meter)
D
MM (milimeter)

Slide 14 - Quiz

Groot
Klein
Vraag
Wie kent het foefje van de cakjes nog?
Krijgt hij dan maar drie cakejes mee?

Slide 15 - Slide