Quiz: goed voorbereid op het rekenexamen!

Quiz: goed voorbereid op het rekenexamen!
1 / 28
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Quiz: goed voorbereid op het rekenexamen!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel minuten voor de start van het examen moet je aanwezig zijn?
A
je hoeft er niet eerder te zijn
B
5 minuten
C
15 minuten
D
30 minuten

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Waarom moet je 15 minuten eerder aanwezig zijn?
A
zodat je nog even naar het toilet kan
B
die tijd heb je nodig om in te loggen zodat iedereen op tijd kan starten
C
om nog even kennis te maken met de surveillanten
D
omdat er altijd een rij staat voor het lokaal

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Hoe ontvang je de officiele uitnodiging voor het rekenexamen?
A
via What's app
B
Via Eduarte
C
d.m.v. een brief die wordt thuisgestuurd
D
op je schoolmail, van het examenbureau van Talland

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

van wie krijg je nog een herinnering een paar dagen voor het examen?
A
de examencommissie
B
de rekendocent
C
het bestuur
D
je mentor

Slide 5 - Quiz

NB: dit is alleen een herinnering. De uitnodiging van het examenbureau is leidend!!
Waar vind je de exacte tijd, datum en het lokaal van jouw examen?
A
op de deur van het lokaal
B
via je klasgenoten
C
in de officiële uitnodiging in je schoolmail
D
in de herinnering

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je bij je hebben tijdens het examen? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
ID bewijs
B
schoolpas (indien van toepassing)
C
een rekenmachine
D
een pen

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat ligt er al voor je klaar bij het examen?
A
de rekenkaart
B
de rekenkaart, een rekenmachine en kladpapier
C
een pen
D
niets, je moet alles zelf meenemen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je uit je hoofd kennen om te kunnen starten met het examen?
A
de tafels van 1 t/m 10
B
de naam van je mentor
C
de logingegevens (en wachtwoord) van je schoolaccount
D
het nummer van het examenlokaal

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel kansen heb je om het rekenexamen te halen?
A
1
B
2
C
3
D
zoveel als nodig is

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er als je te laat bent (bijv. bus gemist)?
A
Je mag alsnog naar binnen
B
Je krijgt een 3e kans
C
Je mentor lost het wel op
D
Je hebt pech. 1 kans gemist.

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

welke onderwerpen moet je extra goed oefenen ter voorbereiding op het examen? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
verhoudingen en percentages
B
meetkunde (maten, omtrek, oppervlakte, inhoud)
C
verhaaltjessommen
D
goed lezen

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

waarom moet je, als het kan, een berekening opschrijven?
A
hier krijg je meer punten voor dan voor een goed antwoord
B
anders ben je te snel klaar met het examen
C
zodat de beoordelaar van het examen genoeg te doen heeft
D
zelfs als het antwoord fout is, kun je nog punten voor een deel van de berekening krijgen

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

waar moet je opletten met het noteren van geldbedragen?

Slide 14 - Open question

geld schrijf je met 2 decimalen achter de komma. En niet met een .
waarom is het belangrijk om een voldoende (5,5 of hoger) te halen voor het rekenexamen?

Slide 15 - Open question

Je moet het examen halen om te kunnen diplomeren. Als je nog geen eindcijfer voor Nederlands (en Engels) hebt, weet je niet of je kunt compenseren. Ga altijd voor een voldoende.
Hoe noteer je een digitale tijdsaanduiding?

Slide 16 - Open question

met een : (bijvoorbeeld 18:10)
wat zijn referentiematen en waar kun je voorbeelden terugvinden?

Slide 17 - Open question

referentiematen en vuistregels worden soms door elkaar gebruikt. Het zijn geschatte waarden. Bijvoorbeeld: wij lopen met een gemiddelde snelheid van 5 km/u. Je kunt meer referentiematen vinden in de begrippenlijst in de methode smart rekenen.
wie is er verantwoordelijk voor het op tijd aanwezig zijn en goed voorbereid zijn op het examen?
A
de mentor
B
de rekendocent
C
de student
D
niemand

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

waar kun je oefenexamens vinden?
A
in de rekenmethode
B
via connect me
C
in de mail
D
via teams

Slide 19 - Quiz

deze worden door de docent klaar gezet in de tegel van de Cooperatie Examens MBO (typ CO)
wat ga je doen om op tijd én goed voorbereid op het examen te verschijnen

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Slide 21 - Video

This item has no instructions

3 examenvragen ontleden
de docent deelt 3 (mogelijke) examenvragen uit. 
Zonder deze gelijk uit te rekenen, beschrijf de stappen die gaat maken om tot een antwoord te komen.
Dus: 
- als eerste doe ik ....
- en daarna .....

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Tijd:
Je examen begint om 09:30. Je moet 15 minuten van tevoren aanwezig zijn.
Je reistijd bestaat uit: - 6 minuten lopen naar de fiets
• 14 minuten fietsen
• Je stalt je fiets (3 minuten)
• Je moet nog 5 minuten naar het lokaal lopen
Hoe laat moet je thuis vertrekken?

Slide 23 - Open question

Student moet stappen aangeven:
1. Bepalen hoe laat je op school moet zijn (15 min eerder). 9.15 uur
2. Reistijd in totaal optellen. > 6+14+3+5 = 28 minuten
3. Eindtijd – reistijd = vertrektijd. 9.15 - 28 min = 8.47 uur 

Inhoud:
Een zwembad heeft de vorm van een rechthoekig blok.
Lengte = 8,5 m
Breedte = 5,2 m
Gemiddelde diepte = 1,4 m
Het zwembad wordt gevuld met een slang die 40 liter per minuut doorlaat.
Hoe lang duurt het om het zwembad helemaal te vullen?

Slide 24 - Open question

1. Omrekenen van m naar dm, want 1 dm3 = 1 liter. > 85 dm / 52 dm / 14 dm
2. Inhoud berekenen → l × b × h > 85 x 52 x 14 = 61.880 dm 3 = 61.880 liter

3. Totaal liters ÷ 40 liter/min > 61.880 / 40 = 1.547 minuten
4. Minuten → uren + minuten splitsen > 1547 / 60 = 25,78 uur. 25 uur en 47 minuten (0,78 x 60)

Korting:
Een laptop kost €899 incl 21% BTW.
Een grote electronica keten heeft een BTW actie
en je hoeft deze week geen BTW te betalen over de laptop.
Daarnaast krijg je alleen vandaag bij de kassa nog een 9% extra kassakorting.
Hoeveel betaal je uiteindelijk?

Slide 25 - Open question

1. Bepaal de prijs zonder BTW. De totaalprijs is 121%>  899 / 121 x 100 = €742,98

2. kassakorting van de nieuwe prijs halen > 742,9752 / 100 x 91 = € 676,11

Let op: 
- niet tussentijds afronden
- niet in 1x (21+9) 30% korting berekenen
Schrijf je berekening uit:
Je moet om 08:45 op school zijn voor je examen.
Je reistijd bestaat uit:
• 12 minuten lopen naar de bushalte
• De busrit duurt 23 minuten
• Vanaf de eindhalte loop je nog 7 minuten naar school
Hoe laat moet je van huis vertrekken?

Slide 26 - Open question

je reistijd is 12 + 23 + 7 = 42 minuten
08.45 - 42 minuten = 08:03 uur
je moet uiterlijk 08:03 uur vertrekken
schrijf je berekening op:
Een fles heeft een inhoud van 1,5 liter. Je moet voor een activiteit 18 liter limonade klaarzetten.
Hoeveel flessen heb je nodig?

Slide 27 - Open question

18 liter : 1,5 l = 12
In 12 flessen van 1,5 liter past 18 liter limonade
je hebt 12 flessen nodig
Schrijf je berekening op:
Een trui kost €32,00 inclusief 21% BTW.
Hoeveel kost de trui exclusief BTW?

Slide 28 - Open question

De prijs van € 32 is gelijk aan 121% (prijs + 21 % BTW)
1% = >>> 32 / 121 = 0,26
100% = 0,26 x 100 = € 26,00
De prijs excl BTW is € 26,00