#4 Dichtheid Proef en Introductie

6.1 & 7.1
Dichtheid
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

6.1 & 7.1
Dichtheid

Slide 1 - Slide

Vorige les:
corrosiebestendigheid
legeringen
materialen

Slide 2 - Slide

Corrosiebestendigheid

Slide 3 - Slide

Legeringen

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Composiet

Slide 6 - Slide

deze les: Leerdoelen
  • Ik ken de grootheden massa, volume en dichtheid
  • Ik kan uitleggen wat met het begrip dichtheid bedoeld wordt
  • Ik kan de dichtheid berekenen van een stof
  • Ik kan met de dichtheid van eens stof voorspellen welke stof het is

Slide 7 - Slide

Dichtheid
Dichtheid is de massa van 1 cm3 van de stof




In tabel 15 van de BINAS zien we een overzicht van de dichtheid van enkele vaste stoffen

Slide 8 - Slide

Dichtheid
De dichtheid is de massa van 1 cm3 van een stof.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Proef A
Proef B
timer
15:00

Slide 11 - Slide

Login in Lessonup

Slide 12 - Slide

Je hebt proef A uitgevoerd. Welke cilinder was het zwaarst?
A
Messing
B
IJzer
C
Nylon
D
Ze hebben dezelfde massa

Slide 13 - Quiz

Welke cilinder heeft de grootste dichtheid
A
De grootste cilinder
B
De kleinste cilinder
C
De zwarte cilinder
D
Ze hebben dezelfde dichtheid

Slide 14 - Quiz

Proef B:
Welke cilinder heeft het grootste volume?
A
De koperen cilinder
B
De aluminium cilinder
C
De ijzeren cilinder
D
Ze hebben hetzelfde volume

Slide 15 - Quiz

Welke grootheden worden gebruikt om Dichtheid te berekenen?
A
Massa & Volume
B
Kracht & Oppervlakte
C
Temperatuur en Druk

Slide 16 - Quiz

Een rubberen slangetje valt in het water en zal ...
A
Zinken
B
Zweven
C
Drijven

Slide 17 - Quiz

Een rubberen slangetje valt in zwavelzuur en zal ...
A
Zinken
B
Zweven
C
Drijven

Slide 18 - Quiz

Een voorwerp van 20 kg valt in het water.
Wat gebeurt er?
A
Het voorwerp zal zinken
B
Het voorwerp zal drijven
C
Het voorwerp zal zweven
D
Dat kan ik met alléén deze informatie niet beantwoorden

Slide 19 - Quiz

Een steen van 40 gram valt in het water.
Wat gebeurt er?
A
Het voorwerp zal zinken
B
Het voorwerp zal drijven
C
Het voorwerp zal zweven
D
Dat kan ik met alléén deze informatie niet beantwoorden

Slide 20 - Quiz

Een blok piepschuim weegt 3 kilogram en valt in het water.
Wat gebeurt er?
A
Het voorwerp zal zinken
B
Het voorwerp zal drijven
C
Het voorwerp zal zweven
D
Dat kan ik met alléén deze informatie niet beantwoorden

Slide 21 - Quiz

Voorwerp B weegt 2,7 kg en zinkt in water.
Voorwerp A is zwaarder dan B en zinkt dus ook.
A
Dat is waar
B
Dat klopt niet

Slide 22 - Quiz


A
De beginstand is 0 ml
B
De beginstand is 10 ml
C
De beginstand is 17,8 ml

Slide 23 - Quiz


A
De eindstand is 0 ml
B
De eindstand is 10 ml
C
De eindstand is 18,8 ml

Slide 24 - Quiz


A
De steen heeft 0 ml verplaatst
B
De steen heeft 10 ml verplaatst
C
De steen heeft 18,8 ml verplaatst
D
De steen heeft 8,8 ml verplaatst

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Slide

Maken (BB)
blz 22 en verder
Opgave 57 t/m 64

Klaar? nakijken

Maken (KB)
blz. 14 en verder
Opgave 18 t/m 31

Daarna nakijken (online)

timer
20:00
Zelfstandig werken.
Heb je vragen? Check je boek eerst.
Na de timer bespreken we vragen.

Slide 27 - Slide

deze les: Leerdoelen
  • Ik ken de grootheden massa, volume en dichtheid
  • Ik kan uitleggen wat met het begrip dichtheid bedoeld wordt
  • Ik kan de dichtheid berekenen van een stof
  • Ik kan met de dichtheid van eens stof voorspellen welke stof het is

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide