ww aimer, adorer, détester + lidwoord

aujourd'hui 
Wat leer ik vandaag ?
Hoe vervoeg ik een  regelmatig werkwoord -er ?
Hoe vertel ik wat ik van iets vind ? 
1 / 18
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

aujourd'hui 
Wat leer ik vandaag ?
Hoe vervoeg ik een  regelmatig werkwoord -er ?
Hoe vertel ik wat ik van iets vind ? 

Slide 1 - Slide

aimer (1 woord)

= houden van

= leuk vinden

(2 woorden)

Slide 2 - Slide

adorer (1 woord)

= dol zijn op    (3 woorden)

Slide 3 - Slide

détester (1 woord)

= een hekel hebben aan (4 woorden)

= haten (1 woord)

Slide 4 - Slide

vervoegen

aimer:

ik hou van            =      j'aime

u houdt van                     =    vous aimez

etc..

Slide 5 - Slide

détester

jij hebt een hekel aan               = tu détestes

zij hebben een hekel aan                     = ils détestent            

Slide 6 - Slide

adorer

hij is dol op                     = il adore

wij zijn dol op                              = nous adorons

Slide 7 - Slide

wát vind je leuk?

ik vind voetbal leuk                        =  j'aime le foot

ik vind dansen leuk                           = j'aime la danse

ik hou van wedstrijden                          = j'aime les matchs

Slide 8 - Slide

wáár ben je dol op?

Ik ben dol op pizza                            = j'adore la pizza

ik ben dol op hockey                            = j'adore le hockey

ik ben dol op games                                     = j'adore les jeux vidéo

Slide 9 - Slide

wáár heb je een hekel aan?

ik heb een hekel aan rap         = je déteste le rap

ik heb een hekel aan dansen      = je déteste la danse

ik heb een hekel aan training                  = je déteste l'entraînement

ik heb een hekel aan wedstrijden   = je déteste les matchs

Slide 10 - Slide

Dus:

Na aimer, adorer, détester + znw:

altijd met een bepaald lidwoord!

Slide 11 - Slide

hoe zeg je:
ik hou van rapmuziek
A
j'aime de rap
B
j'aime rap
C
j'aime le rap
D
j'adore le rap

Slide 12 - Quiz

Hoe zeg je:
Wij zijn dol op voetbal
A
nous adorons le foot
B
nous adorons foot
C
nous sommes adorons le foot
D
nous adorons à foot

Slide 13 - Quiz

Hoe zeg je :
Mark en Paul ,zij hebben een hekel aan pizza
A
Ils détestent pizza
B
Ils détestent à pizza
C
Ils détestent la pizza
D
Ils ont détestent la pizza

Slide 14 - Quiz

Hoe zeg je:
Zij is dol op dansen
A
Elle adore danse
B
Elle adore la danse
C
Elle est adore la danse
D
Elle est adore à la danse

Slide 15 - Quiz

Hoe zeg je:
Hebben jullie een hekel aan rugby?
A
Vous avez détestez le rugby?
B
Vous avez détestez rugby?
C
Vous détestez rugby?
D
Vous détestez le rugby?

Slide 16 - Quiz

Hoe zeg je:
Meneer Dupont is dol op bier.
A
M Dupont adore la bierre
B
M Dupont est adore la bierre
C
M Dupont est adore bierre
D
M Dupont adore bierre

Slide 17 - Quiz

Hoe zeg je:
Heb jij een hekel aan koekjes?
A
Tu détestes gâteaux?
B
Tu as détestes les gâteaux?
C
Tu as détestes gâteaux?
D
Tu détestes les gâteaux?

Slide 18 - Quiz