Par 4 Versnellen en vertragen

Bewegen hfd 5


Paragraaf:
5.3. Versnellen en vertragen en constante snelheid

1 / 12
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Bewegen hfd 5


Paragraaf:
5.3. Versnellen en vertragen en constante snelheid

Slide 1 - Slide

Constante snelheid, versnellen of vertragen
Een auto die op cruisecontrol 100 km/h rijdt, heeft steeds dezelfde snelheid. Als de snelheid niet verandert, noem je het een constante snelheid.

Veel pretparken hebben achtbanen. Na de eerste top gaan de karretjes steeds sneller omlaag. De snelheid wordt dan groter. Dit noem je versnellen.


Aan het eind van de rit moeten de karretjes flink remmen. Tijdens het remmen wordt de snelheid kleiner. Dit noem je vertragen.

Slide 2 - Slide

Vraag 1
Vul de juiste woorden in.

a. Als je snelheid groter wordt, ben je aan het .............. 

b. Als je snelheid niet veranderd, heb je een .............. snelheid

c. Als je snelheid kleiner wordt, ben je aan het .............. 
versnellen
vertragen
vonstante

Slide 3 - Drag question

Vraag 2;

Je remt op je fiets.
Je bent aan het..............
A
versnellen
B
vertragen
C
constante snelheid

Slide 4 - Quiz

Vraag 3;

Het verkeerslicht springt op groen en je fietst weg.
Je bent aan het..............
A
versnellen
B
vertragen
C
constante snelheid

Slide 5 - Quiz

Vraag 4;

Je staat op een roltrap
Je bent aan het..............
A
versnellen
B
vertragen
C
constante snelheid

Slide 6 - Quiz

Vraag 5;

Je sleutels vallen
Je bent aan het..............
A
versnellen
B
vertragen
C
constante snelheid

Slide 7 - Quiz

Constante snelheid
Als je steeds dezelfde snelheid hebt, dan leg je in dezelfde tijd steeds dezelfde afstand af.

In de tabel hiernaast zie je de gegevens van iemand die met constante snelheid fietst.
Daaronder zie je het afstand-tijddiagram dat daarbij hoort.

Bij een constante snelheid is het afstand-tijddiagram altijd een lineaire lijn omhoog. Hoe steiler omhoog, hoe groter de snelheid.
tijd (s)
0
0,5
1
1,5
2
afstand (m)
0
1
2
3
4

Slide 8 - Slide

Vraag 6;
Ariela rijdt met een constante snelheid van 15 km/h over de afsluitdijk.
Elk uur legt ze een afstand van ....... km af.

Slide 9 - Open question

Versnellen
Als een race-auto start, versnelt hij. De snelheid van de auto wordt dan elke seconde iets groter.
De auto legt dan ook elke seconde steeds een iets grotere afstand af.

Dat zie je in de tabel hiernaast. Ook zie je het afstand-tijddiagram dat erbij hoort.

Bij een versnelling is de lijn in de grafiek krom en loopt steeds sneller omhoog.
tijd (s)
0
2
4
6
8
10
afstand (m)
0
3
11
28
48
75

Slide 10 - Slide

Vertragen
Als een race-auto moet remmen, vertraagt hij. 
Je snelheid wordt iedere seconde iets kleiner. Je legt dan ook iedere seconde een kleinere afstand af.

Dat zie je in de tabel hiernaast. Ook zie je het afstand-tijddiagram dat erbij hoort.

Bij een versnelling is de lijn in de grafiek krom en loopt steeds minder steil omhoog.
tijd (s)
0
2
4
6
8
10
afstand (m)
0
28
49
61
71
73

Slide 11 - Slide

Hoe ging het vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll