What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
werkwoordelijk gezegde
Wat zijn werkwoorden?
A
de, het , een
B
slimme, mooie, rode
C
fiets, boek, volleybal
D
lopen, werken, denken
1 / 27
next
Slide 1:
Quiz
Taal
Basisschool
Groep 7
This lesson contains
27 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Lesson duration is:
15 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Wat zijn werkwoorden?
A
de, het , een
B
slimme, mooie, rode
C
fiets, boek, volleybal
D
lopen, werken, denken
Slide 1 - Quiz
Wat is het werkwoord in de zin?
Wij begrijpen de opdracht niet.
Slide 2 - Open question
Wat is een persoonsvorm altijd?
A
Lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord
Slide 3 - Quiz
De persoonsvorm =
Alle kinderen vinden de persoonsvorm in deze zin.
A
kinderen
B
vinden
C
persoonsvorm
D
deze
Slide 4 - Quiz
PERSOONSVORM VINDEN
MIJN OMA BAKT KOEKJES.
STEL EEN VRAAG EN GEBRUIK ALLE WOORDEN UIT DE ZIJN.
BAKT
MIJN OMA KOEKJES?
HET WERKWOORD DAT NU VOORAAN STAAT IS DE PERSOONSVORM.
HET WERKWOORD DAT NU VOORAAN STAAT IS DE PERSOONSVORM
Slide 5 - Slide
Persoonsvorm vinden
Je begint eerst met de persoonsvorm in een zin vinden. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Er zijn drie manieren om de persoonsvorm te vinden.
Manier 1:
Vraagproef
Manier 2:
Getalproef -
Wanneer je de zin verandert van aantal, verandert de persoonsvorm mee.
Manier 3:
Tijdproef -
Zet de zin in een andere tijd en de persoonsvorm verandert dan ook.
Slide 6 - Slide
Wat is in deze zin de persoonsvorm?
Jonas wil een appel eten.
A
Jonas
B
wil
C
appel
D
eten
Slide 7 - Quiz
lesdoel
Ik leer wat het werkwoordelijk gezegde is en ik kan straks het gezegde vinden in een zin.
Werkwoordelijk gezegde
alle werkwoorden in een zin
, ook de persoonsvorm
Slide 8 - Slide
Het gezegde
Het gezegde bestaat dus uit
alle werkwoorden
in de zin,
dus ook
de persoonsvorm.
Ik
heb
lekker
gegeten
met mijn moeder.
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Video
Slide 12 - Slide
Wat is het werkwoordelijke gezegde in de zin?
Slide 13 - Open question
Slide 14 - Slide
Wat is het gezegde?
A
Alle werkwoorden in de zin, ook de persoonsvorm
B
Alle zelfstandig naamwoorden in de zin
C
Alle lidwoorden in de zin
D
Alle woorden in de zin
Slide 15 - Quiz
Juf doet het voor
Slide 16 - Slide
Wat is het gezegde?
Slide 17 - Open question
In deze zin staan twee werkwoorden.
Het gezegde is dus: ... ....
Slide 18 - Open question
Wat is het gezegde?
Slide 19 - Open question
Wat is het gezegde?
Slide 20 - Open question
Wat is het gezegde?
Ik heb een pizza gegeten.
A
Ik
B
heb
C
een pizza
D
heb gegeten
Slide 21 - Quiz
Wat is het gezegde?
Ik fiets naar de supermarkt.
A
fiets
B
ik
C
naar
D
supermarkt
Slide 22 - Quiz
Wat is het gezegde?
Ik heb vandaag gelopen.
A
Ik
B
heb
C
gelopen
D
heb gelopen
Slide 23 - Quiz
Wat is het gezegde?
Ik ben naar de supermarkt gefietst.
A
ik
B
ben
C
gefietst
D
ben gefietst
Slide 24 - Quiz
In deze zin staan twee werkwoorden.
Het gezegde is dus: ... ....
Slide 25 - Open question
Wat is het gezegde?
Slide 26 - Open question
Slide 27 - Slide
More lessons like this
1.7 Persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde en onderwerp
October 2025
-
14 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
Zinsdelen en zinsopbouw
January 2022
-
25 slides
Taal
Basisschool
Groep 7,8
Kidsweek in de Klas
Spelling persoonsvorm in de tt
June 2026
-
36 slides
Steunles spelling
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
toetsstof hoofdstuk 1 Talent
October 2025
-
19 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
6.3 grammatica
July 2026
-
26 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 4
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 4
September 2024
-
8 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
h3 redekundig ontleden basistoets vooraf
July 2021
-
20 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1-3
Talent 3.7 Grammatica Meewerkend voorwerp
November 2023
-
26 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2-4