Onderdeel D

Energieprijs berekenen
1 / 14
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

This lesson contains 14 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Energieprijs berekenen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je weet hoeveel energie verschillende type huizen verbruikt
  • Je weet hoe veel het kost om deze verschillende huizen van energie te voorzien.
  • Je weet waaruit de gasprijs bestaat.
  • Je weet waaruit de elektriciteitsprijs bestaat.

Slide 2 - Slide

Elektriciteit
Met 1,0 kWh elektrische energie kun je:

.  10 uur internetten of
.  15 keer je haar fohnen
.  Één kleine koelkast 1 dag laten koelen.
.  4 avonden tv kijken
.  250 gaatjes boren

Slide 3 - Slide

Elektriciteitsgebruik

Slide 4 - Slide

Wat kun je doen met elektrische energie
1,0 kWh kost ongeveer € 0,27 (vanaf 2025).
Met deze prijzen ga je ook tijdens de GPO rekenen.

Een elektrische auto gebruikt ongeveer 3500 kWh per jaar.

Slide 5 - Slide

Waaruit bestaat de elektriciteitsprijs?
De elektriciteitsprijs bestaat uit:
  • kw/h prijs (leverancier) €0,15
  • Energiebelasting/accijns (overheid). Dit is €0,09.
  • BTW (overheid) Dit is 9% bovenop het bovenstaande.

Totaal: €0,27 per kw/h.

Slide 6 - Slide

Een koelkast verbruikt per dag 0.6 kWh.
1 kWh kost €0.70.
Wat kost het om deze koelkast een heel jaar aan te laten staan?
A
Kosten = 0.6kWh x €0.70 = €0.42
B
Kosten = 0.6kWh x €0.70 = €0.15 x 365 = €153,30
C
Kosten = 0.6kWh / €0.70 = €0,86
D
Kosten = 0.6kWh / €0.70 = €2.40 x 365 = €312,86

Slide 7 - Quiz

Waarom is elektriciteit zo duur?
Elektriciteit was zo duur doordat de tekorten op de elektriciteitsnet wordt opgevangen door gas.

Via gas wordt elektriciteit opgewekt.

Door de hoge gasprijs is dit hele dure elektriciteit.
Bij tekort van elektriciteit worden gascentrales gebruikt omdat je deze makkelijk aan- en uit kan zetten. Bij kolencentrales gaat dit niet gemakkelijk.

Slide 8 - Slide

Waaruit bestaat de gasprijs?
Gasprijs is per m3 en is opgebouwd uit:
  • m3 prijs (leverancier) €0,56.
  • Vaste leveringskosten. Dit is een vast bedrag voor het leveren van gas €6,00 per maand.
  • Netbeheerkosten. Dit is een vast bedrag dat je betaalt voor onderhoud van de gasleidingen. €5,84 per maand.
  • Energiebelasting/accijns (overheid). Dit is €0,60.
  • BTW (overheid) Dit is 9% bovenop het bovenstaande. 

Totaal: €1,40 per m3.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Opdracht D (berekening ook opschrijven) 
  • Bestaat uit drie onderdelen: (1)
  • 1. We gaan eerst per apparaat die je bij onderdeel C hebt gebruikt uit rekenen hoeveel energie je bespaart. Je noteert de naam van het apparaat in de tabel. Daarna ga je uitzoeken hoeveel een gezin van 2 personen in een standaard huis van 100m2 kwijt is als ze dit duurzame apparaat niet hebben, en dus de ‘normale’ manier gebruiken om bv. water te krijgen, hun huis te verwarmen of stroom te krijgen per jaar.
  • Daarna ga je uitzoeken hoeveel kwh of kub (m3) je nog nodig hebt door je duurzame apparaten voor je Tiny House . Tot slot schrijf je het verschil op tussen een standaard huis en een tiny house.
  • Je laat zo zien hoeveel energie je bespaart door te wonen in een Tiny House en je laat zien hoeveel energie je bespaart met zo’n duurzaam apparaat.

Slide 11 - Slide

Opdracht D  (berekening ook opschrijven) 
  • Bestaat uit drie onderdelen: (2)
  • 2. Nu gaan we uitrekenen hoeveel euro je bespaart met elk apparaat. Je rekent uit hoeveel euro je bespaart per apparaat door het verbruik wat je in tabel 1 heb genoteerd x de prijs van stroom, gas of water te doen. We gebruiken voor de GPO de volgende prijzen: gas: €1,40 per m3, water: €2,61 per m3 en stroom: €0,27 per kWh. 
  • Wanneer je dit hebt uitgerekend ga je terugverdientijd van je apparaat berekenen. Op deze wijze weet je hoelang het duurt voordat je het duurzame apparaat hebt terugverdiend met het geld wat je elk jaar bespaart. Je rekent de terugverdientijd uit door de prijs die je bij onderdeel C hebt genoteerd te delen met de het geld wat je per jaar bespaart. Dit heb je net per onderdeel uitgerekend. Op deze wijze weet je hoeveel jaar je nodig hebt om je gekochte apparaat terug te verdienen.

Slide 12 - Slide

Opdracht D (berekening ook opschrijven) 
  • Bestaat uit drie onderdelen: (3)
  • 3. Nu gaan we hetzelfde doen met het isolatiemateriaal. Je gaat eerst uitrekenen hoeveel m3 gas je bespaart door je muren, dak, ramen en vloeren te isoleren en verduurzamen. Dit doe je door op te zoeken hoeveel euro je per m2 bespaart aan gas met je isolatiemateriaal. 
  • Daarna ga je het aantal m2 wat je aan bv. vloeren hebt x het aantal m3 gas wat je bespaart doen. Daarna weet je hoeveel m3 gas je hebt bespaart.
  • Dit is niet  voor 3a

Slide 13 - Slide

Opdracht D (berekening ook opschrijven) 
  • Bestaat uit drie onderdelen: (4)
  • 4. Tot slot ga je bij dit onderdeel uitrekenen hoeveel euro je bespaart met het isolatiemateriaal per jaar en wat de terugverdientijd is. Je gaat eerst uitrekenen hoeveel euro gas je bespaart per onderdeel. Dit doe je door bv. het aantal kub gas wat je bij vraag 3 hebt uitgerekend voor vloeren x de gasprijs (zie vraag 2) te doen. 
  • Daarna weet je hoeveel euro je per jaar bespaart door je vloer te isoleren. 
  • Daarna reken je de terugverdien periode uit door het bedrag wat je aan isolatiemateriaal kwijt was voor je vloer te delen door het bedrag dat je per jaar aan gas bespaart. Dit ga je voor de vloer, dak, muren en ramen doen. 
  • Dit is niet voor 3a

Slide 14 - Slide