kattengedrag en diergeneeskunde + zoönosen

Kattengedrag module 3
Kattengedrag en diergeneeskunde + zoönosen 
les van 25 maart 
1 / 13
next
Slide 1: Slide
DierverzorgingHBOStudiejaar 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Kattengedrag module 3
Kattengedrag en diergeneeskunde + zoönosen 
les van 25 maart 

Slide 1 - Slide

Uitleg
Hieronder volgen meerdere vragen over de lesstof van de les van 25 maart 2022 over kattengedrag en diergeneeskunde + zoönosen

Bij de meeste vragen staat ook een toelichting van het juiste antwoord.

Slide 2 - Slide

Wat is een zoönose?


A
Een (infectie)ziekte die van mens op dier wordt overgedragen.
B
Een (infectie)ziekte die van dier op dier wordt overgedragen.
C
Een (infectie)ziekte die van dier op mens wordt overgedragen.

Slide 3 - Quiz

Toelichting zoönosen
Een zoönose is elke ziekte of infectie die van nature overdraagbaar is van dieren op mensen. Dieren spelen dus een essentiële rol bij het in stand houden van zoönotische infecties in de natuur. Zoönosen kunnen bacterieel, viraal of parasitair zijn.

Slide 4 - Slide

Katten die een goede intraspecies (binnen de soort) socialisatie hebben, hebben ook een goede interspecies (tussen soorten) socialisatie.
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quiz

toelichting
Als een kat goed gesocialiseerd is met andere katten, wil dat niet meteen zeggen de kat ook goed gesocialiseerd is met mensen. En vice versa.


Slide 6 - Slide

Welke scores van een cat-stress-test vallen in het gebied van acceptabel wat betreft welzijn?
A
Alle scores
B
Scores 1 + 2
C
Scores 5 t/m 7
D
Scores 1 t/m 3

Slide 7 - Quiz

Toelichting cat stress test scores
Bij deze scores zijn de ogen normaal open, oren niet plat, pupullen niet verwijd en hebben ze normale bewegingsactiviteit (Kessler/Turner)


Slide 8 - Slide

Welke term wordt er gegeven aan de volgende omschrijving:
Als omgevingsomstandigheden het toepassen van een bepaalde copingsstyle niet toelaten, kan een dier eventueel switchen naar de andere stijl om alsnog adequaat te kunnen reageren.

Slide 9 - Open question

Welke stelling is waar?

A
Pro-actieve dieren doen het beter in een variabele omgeving.
B
Reactieve dieren beschermen actief hun territorium
C
Een pro-actief dier lijdt meer onder stress
D
Pro-actieve dieren ontwikkelen sneller een stereotypie

Slide 10 - Quiz

Toelichting
Een pro-actief dier heeft een gevoeliger dopaminerg systeem. Heeft zo’n kat stress, dan gaan de cortico’s omhoog. Hierdoor wordt het dopaminerg systeem in de hersenen meer aangesproken, dit zorgt voor stereotyp gedrag, waardoor de cortico’s weer naar beneden gaan en de stress naar beneden gaat. 


Slide 11 - Slide

Wat meet de semantic differential test?
A
De mate van stress waarin de kat zich bevindt.
B
Het verschil tussen de eigen kat en ideale kat volgens mening van de eigenaar.
C
Het verschil tussen de eigen kat en ideale kat volgens mening van de asielmedewerker.
D
De socialisatiegraad waarin een kitten voorkeur heeft voor mensen en/of katten.

Slide 12 - Quiz

toelichting semantic differential test
Dit is een enquete voor de eigenaar waarin hij kan aangeven hoe de eigen kat zich verhoudt ten opzichte van de ideale kat waarin op bepaalde gedragskenmerken wordt gescoord.


Slide 13 - Slide