Les van 23 april

Les van 23 april
Wat gaan we doen?

- bespreken leesopdracht;
- bespreken luisteropdracht;
- mondeling oefenen;
- aandacht voor bepaalde foutjes.

1 / 58
next
Slide 1: Slide
Nederlands10th Grade

This lesson contains 58 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les van 23 april
Wat gaan we doen?

- bespreken leesopdracht;
- bespreken luisteropdracht;
- mondeling oefenen;
- aandacht voor bepaalde foutjes.

Slide 1 - Slide

Leesopdracht

Heb je helemaal goed gedaan: 0 fout

Slide 2 - Slide

Luisteropdracht
Belgische muzikant wint prijzen
U woont in België en leest dat er een radio-interview komt met de Belg Bert Van
Thienen. Hij speelt cornet in brassbands. Brassbands zijn orkesten met veel koperen
blaasinstrumenten. Bert heeft voor zijn optredens prijzen gekregen.
Uw Nederlandse vriendin Lisa houdt erg van brassbands. U besluit naar het interview
te luisteren. Daarna schrijft u een e-mail naar Lisa met een verslag van het interview.
- Lees de aankondiging van het radio-interview hieronder.
- Luister naar het interview met Bert Van Thienen.
- Schrijf op de volgende pagina een e-mail met een kort verslag van het interview

Slide 3 - Slide

Luisteropdracht
Zorg ook voor aanhef en afsluiting van de e-mail.
- Vermeld:
- waar u de informatie gehoord hebt;
- welke speciale cornet Bert bespeelt;
- twee kenmerken van dit muziekinstrument;
- in welke twee orkesten Bert speelt;
- aan welke twee wedstrijden Bert meedeed;
- welke drie prijzen hij won (met de twee orkesten + als solo-speler

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Luisteropdracht


Nagekeken door AI

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Mondeling
(Neem het mondeling van "De nieuwe trui" af)

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Bespreking foutjes
- werkwoordvervoeging
- Je schrijft 'ei' ipv 'ie' (Thienen en kleiner)
- vondt (kan NOOIT: hebben we het zo over)
- klinkerdief (leren ipv leeren)
- verdubbelaar (interesseert ->dubbel 's')

Slide 13 - Slide

Bezittelijk voornaamwoord

Nog even oefenen

Slide 14 - Slide

Is dit m____ fiets en is dat j____ fiets?

Slide 15 - Open question

Dat boek is van Bruno.
Ligt ____ boek nog op de tafel?

Slide 16 - Open question

Ik begrijp dat er een nieuwe docent is bij jullie op school.
Legt ____ docent de les goed uit?

Slide 17 - Open question

Onze vrienden wonen bij ons in de straat.
Staat ____ huis aan het einde van de straat?

Slide 18 - Open question

De juf zegt tegen de leerlingen: "Morgen moet ____ opdracht af zijn."

Slide 19 - Open question

Werkwoord vervoeging

Pak je vervoegingsschema erbij!


Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord?      -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf                         -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm"           ->  ik loop
Stap 4: om wie gaat het?                -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u)  stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord

Slide 24 - Slide

Even oefenen

Slide 25 - Slide

Hij (pakken) iets uit de kast.

Slide 26 - Open question

Jij (rijden) veel te hard.

Slide 27 - Open question

Ik (geven) jou een cadeautje

Slide 28 - Open question

Zij (vragen) de weg aan een voorbijganger

Slide 29 - Open question

Zij (worden) morgen opgehaald van het vliegveld.

Slide 30 - Open question

Jij (kleden) je altijd zo kleurrijk.

Slide 31 - Open question

Tegenwoordige tijd

UITZONDERING:

Als er 'je'  of 'jij' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen

Slide 32 - Slide

Tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld

Slaap je altijd met de gordijnen open?

Neem je meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?

Slide 33 - Slide

Tegenwoordige tijd
Maar ALLEEN als het om jou gaat:

Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?
Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?


Slide 34 - Slide

Weer even oefenen:

Slide 35 - Slide

Mama heeft deeg gemaakt en (kneden)…….. het nog een keer voordat ze het de oven inschuift.

Slide 36 - Open question

Annelies heeft straks een proefwerk en (bestuderen) ……… de leerstof nog even snel.

Slide 37 - Open question

(Redden) ........... je het zo zonder je zus thuis?

Slide 38 - Open question

Fien (mopperen) …………… dat ze natgeregend is.

Slide 39 - Open question

(Broedden)………… je zus de telefoon uit?

Slide 40 - Open question

Deze klas (duren)……. wel heel erg lang, wanneer (eindigen) het?

Slide 41 - Open question

Hij is vergeten te tanken en hij (stranden)…….. langs de kant van de weg zonder benzine.

Slide 42 - Open question

(Redden) ........... je moeder het zo zonder je zus thuis?

Slide 43 - Open question

Slide 44 - Slide

Voltooid deelwoord

Bekijk het volgende filmpje:

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Video

Voltooid deelwoord


- een werkwoord dat aangeeft dat iets klaar is;
- het vld verandert niet als je de zin in een andere tijd zet;
- bij een vdv hoort een vorm van de werkwoorden 'hebben', 'zijn' of 'worden';
- veel vdw beginnen met 'ge';
- ze eindigen op een 'd', een 't' of 'en'.
-

Slide 47 - Slide

Voltooid deelwoord
'd' of 't'?

- Maak het langer
- Als je daar niet uitkomt 't exkofschip
't', 'x', 'k', 'f', 's', 'ch', 'p'. 

Slide 48 - Slide

Ik heb dat denk ik verkeerd (horen).....

Slide 49 - Open question

Voltooid deelwoord
Stap 1: wat is het werkwoord? -> horen
Stap 2: 'en' eraf -> hor
Stap 3: wat is de werkletter -> 'r'
Stap 4: is dat een 't exkofschip ('t', 'x', 'k', 'f', 's', 'ch', 'p') letter? -> nee -> dan 'd'

Slide 50 - Slide

Mijn oma heeft een leuk kleedje (haken)

Slide 51 - Open question

Voltooid deelwoord
Stap 1: wat is het werkwoord? -> haken
Stap 2: 'en' eraf -> hak
Stap 3: wat is de werkletter -> 'k'
Stap 4: is dat een 't exkofschip ('t', 'x', 'k', 'f', 's', 'ch', 'p') letter? -> Ja -> dan 't'

Slide 52 - Slide

De brief is gisteren (versturen) naar alle ouders.

Slide 53 - Open question

Het probleem is eindelijk (oplossen) na lang zoeken.

Slide 54 - Open question

De deur is niet goed (sluiten), waardoor het tocht.

Slide 55 - Open question

De verloren sleutel is later weer in de (vinden) jaszak.

Slide 56 - Open question

Het document is zorgvuldig (controleren) door de docent.

Slide 57 - Open question

Voor de volgende les
Kijk heel goed naar het werkwoordvervoegschema /stappenplan

Maak de nieuwe opdrachten en de werkwoord oefening (die ik je later zal toesturen).

Succes met alles en als je iets niet snapt/vragen hebt: vraag het in de app

Slide 58 - Slide