wk 44: les 1+2

Dinsdag 27 oktober - V1a
Vandaag
  • 10 minuten stillezen
  • Fictie: vertelperspectief
  • Aan de slag!

  • 10 minuten stillezen
  • Bespreken toets sprookje
  • Aan de slag!





timer
10:00
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Dinsdag 27 oktober - V1a
Vandaag
  • 10 minuten stillezen
  • Fictie: vertelperspectief
  • Aan de slag!

  • 10 minuten stillezen
  • Bespreken toets sprookje
  • Aan de slag!





timer
10:00

Slide 1 - Slide

Vorige les werkwoordspelling heb je...
...de regels van werkwoordspelling kort herhaald.
...Wonder t/m blz. 217 besproken.

Slide 2 - Slide

Deze les ga je...
...leren welke 4 vertelperspectieven er zijn.
...oefenen om deze perspectieven te herkennen in verhalen.
...je toets Sprookje bekijken en verbeteren.

Slide 3 - Slide

Vertelperspectief
Vertelperspectief
Het standpunt van waaruit een verhaal wordt verteld.

1. Ik-vertelperspectief
De gebeurtenissen worden verteld door een personage in de ik-vorm.

2. Personaal vertelperspectief
De gebeurtenissen worden in de hij- of zij-vorm verteld.

Slide 4 - Slide

Vertelperspectief
3. Auctoriaal vertelperspectief
Dit is een alwetende verteller, die zelf geen rol speelt in het verhaal, maar hij weet alles van alle personages en gebeurtenissen.

4. Wisselend perspectief 
Als een schrijver kiest voor het ik-perspectief of het hij- of zij-perspectief, dan kunnen verschillende personages elkaar afwisselen als hoofdpersoon en/of verteller.


Slide 5 - Slide

1. Ik-perspectief
  • Je ziet alles door de ogen van de verteller
  • Geschreven in de ik-vorm
  • Leert de ik-persoon heel goed kennen
  • Komt niet te weten wat andere personages voelen of denken

Slide 6 - Slide

1. Ik-perspectief
Een ijskoude rilling was langs mijn ruggengraat omhoog gekropen. Op de gastenlijst komen voor het Feest is moeilijker dan geblinddoekt je rijexamen halen. Het verhaal gaat dat ze je van tevoren screenen, al heeft niemand een idee wie die ‘ze’ zijn en hoe dat screenen in zijn werk gaat. Hadden ze me de afgelopen weken in de gaten gehouden? Was ik al die tijd zonder dat ik het doorhad bekeken en afgeluisterd?
                                                (Uit: Zes seconden – Daniëlle Bakhuis)

Slide 7 - Slide

2. Personaal perspectief
  • Je ziet alles door de ogen van één persoon
  • Geschreven in de hij- of zij-vorm
  • Leert de hoofdpersoon goed kennen

Slide 8 - Slide

2. Personaal perspectief
Gieles probeerde zich een schuddende aarde voor te stellen. Een schuddend dak was hem niet vreemd. Als ‘s nachts zware vrachtkisten opstegen, bonkte het dak als een oude centrifuge. Gieles zapte weg van de aardbeving naar Animal Planet. Een vlooiende bonobo en haar jong zaten onder een boom. Zijn vriend Toon vertoonde overeenkomsten met apen.
                                           (Uit: Glijvlucht – Anne-Gine Goemans)

Slide 9 - Slide

3. Alwetend perspectief
  • De verteller is iemand die alles weet van alle personages
  • Geschreven in de hij- en zij-vorm
  • Komt te weten wat alle personages zien, horen, voelen en denken
  • Verteller weet wat er is gebeurd en wat nog gaat gebeuren

Slide 10 - Slide

3. Alwetend perspectief
Die nacht slaapt Oliver aan één stuk door, hoewel hij zich 's ochtends meent te herinneren dat hij Bendik weg heeft zien gaan en terug heeft horen komen. Oliver zal hem er straks naar vragen, maar het gaat weer net als de dag ervoor: Bendik staat pas op aan het begin van de middag, als Oliver alle klussen al heeft gedaan, en ook zijn lijstje met thuistrainingsoefeningen heeft afgewerkt.                        (Uit: Oliver – Edward van de Vendel)

Slide 11 - Slide

4. Wisselend perspectief
  • Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van verschillende personages
  • Je ziet dezelfde gebeurtenissen vanuit verschillende invalshoeken
  • Kan gebruik worden gemaakt van de ik-vertelsituatie (meerdere ik-figuren, meervoudige ik-vertelsituatie) of van de personale vertelsituatie (meerdere hij- of zij-figuren, meervoudige personale vertelsituatie)

Slide 12 - Slide

4. Wisselend perspectief
Hoofdstuk 1: Freke. Op de dag dat mijn zus verhuisde, trok ik in haar kamer.
Hoofdstuk 2: Milan. "Milan, wat hoor ik?!' Mijn moeder gilde beneden aan de trap. 'Geen ballen in huis!'
Hoofdstuk 3: Freke. Ik sprong van mijn bed af en sloot het raam. Ik kon nooit lang naar dat joch kijken. Geschift was hij - altijd op dat veldje!
Hoofdstuk 4: Het was zes uur, te vroeg om op te staan. Van het tafeltje naast mij bed pak ik de nieuwe Voetbalweek. Ik zocht het geschreven portret. Wat zou ik antwoorden als ze mij over een paar jaar vroegen voor de rubriek?    (Uit: Schaduwspits, Corien Botman).

Slide 13 - Slide

Opdracht vertelperspectief
Ga naar LessonUp wk 44

Op de volgende slides volgt een aantal vragen over het vertelperspectief. 

Lees de fragmenten en beantwoord de vragen.

Slide 14 - Slide

Opdracht vertelperspectief
De toren van Babel - Annie M.G. Schmidt
In mijn onschuld dacht ik, dat het bouwen van een huis een vrij simpele affaire zou zijn. Ze doen het al zo lang... dacht ik. Mensen bouwen al zo lang huizen. Zeker al tienduizend jaar of langer. Het is net zoiets als brood bakken, dat doen ze ook al zo lang. En bouwen... zo'n achtduizend jaar geleden maakten ze al heel ingewikkelde piramides, dacht ik. En de toren van Babel ook... nou ja goed, het ding is nooit afgekomen, maar nu zijn ze toch al weer zoveel verder en bovendien: mijn huis behoeft geen toren van Babel te worden, liever zelfs niet. Zo maar een huisje. Op de tekening, die de architect voor ons gemaakt had, was het zo eenvoudig. Enkel maar een paar kamers, rechte kamers, naast elkaar en een plat dak. En geen kwestie van spitsbogen of beeldhouwwerken, of van torentjes of van kantelen of van koepels of erkers of koekoeksramen, zo maar rechttoe, recht an een huis. Dat kon niet zoveel hoofdbrekens kosten, dacht ik.

Slide 15 - Slide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'De toren van Babel?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Slide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'De avonden'?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller
D
Wisselend perspectief

Slide 18 - Quiz


Karakter - Bordewijk
Tot zijn een en twintigste was hij in een boekhandel werkzaam als magazijnknecht, niet in de winkel. Dit was het eerste baantje dat hem enige bevrediging gaf, want te hooi en te gras kon hij nu zijn kennis vergroten. Maar hij schoot er niet op, hij verdiende nog steeds niet genoeg om op zichzelf te staan, hij bleef bij haar wonen.
Op een stroeve manier gingen zij met elkaar om. Hij was voor haar toch geen kwade zoon. ’s Zondagsmiddags gingen zij altijd wandelen. Ze wou naar de rivier, nooit ergens anders heen, zo gingen ze naar het Park of naar de Oude Plantage. Ze keken over het water, ze zeiden weinig, hun stilzwijgen was soms op de grens van vijandschap.


Slide 19 - Slide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'Karakter'?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller
D
Wisselend perspectief

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'Een onbekende trekvogel'?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller
D
Wisselend perspectief

Slide 22 - Quiz

0

Slide 23 - Video

Welk perspectief heb je net gehoord in 'Koning van Katoren'?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende verteller
D
Hij/zij-perspectief

Slide 24 - Quiz

Opdracht vertelperspectief

De zin: 'Later zou hij nog vaak aan deze dag terugdenken', kom je tegen bij . . .
A
ik-perspectief
B
alwetende verteller
C
personaal perspectief
D
elk vertelperspectief

Slide 25 - Quiz

'Ik liep naar het lokaal toe. Ik wist toen al dat ik een 8 voor de toets zou gaan halen, zo goed had ik geleerd.'
A
ik-perspectief
B
personaal perspectief
C
alwetend perspectief
D
wisselend perspectief

Slide 26 - Quiz

Opdracht vertelperspectief

Als je graag meeleeft met de hoofdpersoon, lees je het liefst boeken met een . . .
A
alwetende verteller
B
personaal perspectief
C
ik-perspectief
D
wisselend perspectief

Slide 27 - Quiz

Hoofdstuk 1: Ik had deze vakantie moeten afzeggen. Sinds ik ben opgestaan, heb ik al het gevoel dat ik moet huilen.
Hoofdstuk 2: Denkt Lilly nou echt dat ik haar niet zie janken? Wat een muts. Geïrriteerd wend ik me van haar af.
Hoofdstuk 3: ‘Anouk.’ Iemand fluistert mijn naam. Waar ben ik? Het is nacht. En donker. Maar aan de grillige zwarte schaduwen om me heen kan ik zien dat ik in een bos ben.
(Uit: Shock – Mel Wallis de Vries)
A
alwetende verteller
B
personaal perspectief
C
ik-perspectief
D
wisselend perspectief

Slide 28 - Quiz

Vertelperspectief in Wonder

Op de volgende slides volgt een aantal vragen over het vertelperspectief in Wonder.

Denk goed na over de antwoorden, want je kunt ze goed gebruiken voor de toets! 

Werk eventueel samen met je buur, zodat je kunt overleggen.

Slide 29 - Slide

Conclusie:
1. Van welk perspectief is er sprake in Wonder? Leg je antwoord uit.

Slide 30 - Open question

Conclusie:
2. Waarom zou een schrijver voor een wisselend perspectief kiezen?

Slide 31 - Open question

Lesdoelen:
Ik weet welke vier perspectieven er zijn.
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quiz

Lesdoelen:
Ik weet wat een verschil in perspectief voor effect kan hebben voor het verhaal en op de lezer.
A
Ja
B
Nee

Slide 33 - Quiz

Einde van deze les
Je mag nu verder lezen in je leesboek.

Slide 34 - Slide

Opmerkingen toets Sprookje
  • 'zij' is niet hetzelfde als 'zei'
  • interpunctie en zinsbouw
  • schrijftaal i.p.v. spreektaal
  • alinea-indeling
  • titel
  • sprookjeselementen

Slide 35 - Slide

Voorbeeld
Er was eens een een rode toverstaf ergens verborgen in een grote gevaarlijke berg maar buiten dat war er  op een dag een klein meisje genaamd Amy. Amy was een een klein heksje. Ze leerde spreuken van haar moeder die leraar was. Ze zat op een school speciaal voor kinderen voor haar. Op een dag was er een gemene jongen die lex heten hij pestte Amy bijna altijd. één dag pikte hij Amy’s prachtige taverstaf en gooide  hij hem van get dak af naar beneden toen was helemaal gebroken.

Slide 36 - Slide

Aan de slag!
  • Open de sprookjestoets met de opmerkingen van je docent.
  • Bekijk alles wat rood (of soms blauw) is.
  • Verbeter alles wat rood/blauw is. Dat kan gaan om spelling of typefouten, maar ook om zinsbouw/interpunctie.
  • Wissel je verbeterde sprookje uit met je buur en lees elkaars sprookjes.
  • Klaar? Verder lezen in je boek.

Slide 37 - Slide

Einde van deze les
Je mag nu verder lezen in je leesboek.

Slide 38 - Slide