This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Report this lesson
Items in this lesson
Toegepast rekenen met verhoudingen
Slide 1 - Slide
Welke verhoudingen herken je?
Slide 2 - Slide
Uitleg; Ahmad maakt spaghetti voor 12 personen. Hoeveel gram gehakt heeft hij nodig? Gebruik de verhoudingstabel
Slide 3 - Slide
Uitleg; Ahmad maakt spaghetti voor 3 personen. Hoeveel wortelen heeft hij nodig? Gebruik de verhoudingstabel
Slide 4 - Slide
Marja wil 75 stuks zalmsushi maken. Hoeveel gram zalm heeft zij hiervoor nodig?
A
300 gram
B
500 gram
C
750 gram
D
1000 gram
Slide 5 - Quiz
Thomas wil 8 stuks zalmsushi maken. Hoeveel gram sushirijst heeft hij hiervoor nodig?
A
152 gram
B
176 gram
C
225 gram
D
325 gram
Slide 6 - Quiz
Linde maakt zalmsushi. Zij gebruikt 3 avocado's Hoeveel zeewierbladen heeft zij nodig?
A
6
B
5
C
4
D
3
Slide 7 - Quiz
Welke fietsenverhuurder is naar verhouding het goedkoopst?
A
Toms fietsverhuur
B
fietshandel Jelsma
Slide 8 - Quiz
Wat is naar verhouding de goedkoopste haargel?
A
Tube haargel
B
Pot haargel
Slide 9 - Quiz
Wat is de verhouding tussen de gin en tonic?
A
1 : 4
B
2 : 4
C
1 : 2
D
1 : 3
Slide 10 - Quiz
Wat is de verhouding limoensap : gembersiroop in de aardbeiencocktail?
A
3:1
B
1:3
C
4:1
D
1:4
Slide 11 - Quiz
Welke sinaasappels zijn naar verhouding het goedkoopst
A
10 sinaasappels
B
8 sinaasappels
Slide 12 - Quiz
Deze snoepjes kosten op de markt € 2,50 per 100 gram. Willem koopt 350 gram. Hoeveel moet hij betalen
A
€7,50
B
€7,75
C
€8,75
D
€9,25
Slide 13 - Quiz
3 van de 8 jongens speelt meer dan 3 uur per dag online games. Op een school zitten 400 jongens. Hoeveel van hun speelt meer dan 3 uur per dag games
A
50
B
150
C
200
D
225
Slide 14 - Quiz
Uit onderzoek blijkt dat 7 van de 10 jongeren graag gezonder wil eten. Er deden 8.000 jongeren mee aan het onderzoek. Hoeveel jongeren willen gezonder eten?