Vorm: song en rondo (Muziek havo), les 1: Uitleg

VAKTHEORIE · VORM

VORM: SONG EN RONDO

Examenstof muziek havo

1 / 23
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over de vorm van een song en het rondo: intro, couplet, refrein, bridge, vormschema en rondorefrein, met Für Elise als voorbeeld.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · VORM

VORM: SONG EN RONDO

Examenstof muziek havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 q (vorm), A1/A2 p (liedvormen). Image credit: Norbert Nagel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ VAKTHEORIE · VORM

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan de onderdelen van een song herkennen, een vormschema met letters noteren en de refreinen van een rondo herkennen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk stuk van een nummer zing jij altijd hard mee?

Verwachte woorden: refrein, couplet, intro, bridge, het stukje dat iedereen kent, instrumentaal stuk, solo. Zet de woorden op het bord en vraag: wat is het verschil tussen het stuk dat iedereen meezingt en de stukken ertussen? Dat is de rode draad van blok 1. In blok 3 komt het rondo, waar het terugkerende deel de hoofdrol heeft.

Een liveband op een podium, Pattaya (Thailand)

♪ VAKTHEORIE · VORM

DE BOUWSTENEN VAN EEN SONG

  • De intro (inleiding of voorspel) klinkt aan het begin en meestal maar één keer.

  • Een couplet (verse) heeft bij elke herhaling een andere tekst, maar klinkt ongeveer hetzelfde.

  • Het refrein (chorus) keert terug met dezelfde tekst en melodie en is vaak het best te onthouden.

Syllabus A1/A2 q: begrippen intro, couplet/verse en refrein/chorus. Laat leerlingen aan de hand van een bekend nummer aanwijzen wat couplet en wat refrein is. Veelgemaakte fout: denken dat het couplet altijd zachter of rustiger is. Het verschil zit in de tekst en de terugkeer, niet in het volume. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ VAKTHEORIE · VORM

BRIDGE, PRECHORUS, TUSSENSPEL EN CODA

  • De prechorus is een opbouw naar het refrein toe.

  • De bridge is een tussenstuk dat muzikaal en tekstueel afwijkt van couplet en refrein.

  • Een tussenspel is een instrumentaal stuk tussen twee delen, vaak met een solo.

  • Het naspel of de coda sluit de song af.

De omschrijving van de bridge komt uit de begrippenlijst van de syllabus: een tussenstuk in een popsong dat muzikaal en tekstueel afwijkt van refrein en couplet. Veelgemaakte fout: bridge en tussenspel door elkaar halen. Een tussenspel is instrumentaal, een bridge heeft meestal wel tekst en klinkt als iets nieuws.

Mengtafel in Studio 2 van Rockfield Studios bij Monmouth (Wales)

♪ VAKTHEORIE · VORM

EEN VORMSCHEMA MET LETTERS

  • Een vormschema laat met letters zien hoe een stuk is opgebouwd.

  • Hetzelfde deel krijgt dezelfde letter, een nieuw deel krijgt de volgende letter.

  • Klinkt een deel bijna hetzelfde met een kleine verandering, dan schrijf je A' (A met accent).

  • Voorbeeld: intro, A, B, A, B, C, B, coda.

Syllabus: vormschema (letterschema zo nodig met accenten) en het volgen en noteren van een vormschema. In het voorbeeld is A het couplet, B het refrein en C de bridge. Veelgemaakte fout: elke herhaling een nieuwe letter geven. Herhaling betekent dezelfde letter, ook als de tekst anders is. Image credit: Steve Knight / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Welk onderdeel wijkt af van couplet en refrein en komt meestal één keer voor?

A

De intro

B

De bridge

C

Het tweede couplet

D

Het laatste refrein

Goed: de bridge. De intro klinkt ook één keer, maar wijkt niet af van couplet en refrein in de zin van een nieuw tussenstuk midden in het nummer. Wie het tweede couplet kiest, vergeet dat een couplet terugkeert.

Vul in: couplet en refrein

Een couplet heeft telkens een andere tekst, een refrein keert met dezelfde tekst terug en de bridge klinkt als iets nieuws.

couplet
refrein
bridge
intro
tussenspel

Veelgemaakte fout: tussenspel invullen bij de bridge. Een tussenspel is instrumentaal, een bridge heeft tekst.

♪ VAKTHEORIE · VORM

ZO NOTEER JE EEN VORMSCHEMA

  • 1. Luister het fragment en let op wanneer er iets verandert: tekst, melodie, bezetting of volume.

  • 2. Geef het eerste deel A. Klinkt er iets nieuws, dan geef je het B, daarna C.

  • 3. Komt een deel terug, dan krijgt het weer dezelfde letter.

  • 4. Is een deel bijna gelijk met een kleine verandering? Schrijf A'.

Dit is het stappenplan voor het noteren van een vormschema. Oefen eerst met een bekend nummer en laat leerlingen op papier met blokjes werken. Veelgemaakte fout: de intro en de coda ook een letter geven. Vraag bij de opdracht altijd of de intro apart benoemd moet worden.

♪ VAKTHEORIE · VORM

EEN SCHEMA LEZEN

  • Schema: intro, A, B, A, B, C, B, coda.

  • Het deel B klinkt drie keer: dat is het refrein.

  • Het deel A klinkt twee keer met een andere tekst: dat is het couplet.

  • Het deel C klinkt één keer en wijkt af: dat is de bridge.

Laat leerlingen redeneren van letterschema naar onderdeel: wat terugkomt met dezelfde tekst is het refrein, wat terugkomt met nieuwe tekst is het couplet, wat één keer voorkomt en afwijkt is de bridge. Veelgemaakte fout: denken dat de letter B altijd het refrein is. De letters zijn alleen labels, het gaat om wat je hoort.

Zet de onderdelen op volgorde van het schema A B A B C

1

Eerste refrein

2

Tweede couplet

3

Tweede refrein

4

Eerste couplet

5

Bridge

A is het couplet, B het refrein, C de bridge. Fout: de bridge te vroeg zetten.

In het schema A B A B C B: hoe vaak klinkt het refrein?

A

Drie keer

B

Twee keer

C

Eén keer

D

Vier keer

Het refrein is B en komt drie keer voor. Wie twee keer kiest, telt A mee of vergeet het laatste refrein na de bridge.

Een draaimolen: je komt steeds terug op dezelfde plek, net als bij een rondo

♪ VAKTHEORIE · VORM

HET RONDO

  • Een rondo is een vorm met een terugkerend deel: het rondorefrein.

  • Daartussen klinken andere delen die van elkaar verschillen.

  • Een veelvoorkomend schema is ABACA: A is het rondorefrein, B en C zijn de tussendelen.

  • Rondo betekent letterlijk rond: je komt steeds terug bij het begin.

Syllabus havo: herkennen van refreinen in een rondo, begrippen rondo en rondorefrein. Het schema ABACA is het bekendste, maar er zijn ook rondo's met meer tussendelen, zoals ABACADA. Veelgemaakte fout: denken dat een rondo alleen ABACA kan zijn. Image credit: Norbert Nagel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Schetsblad van Beethoven met het thema van Für Elise, 1808 (Staatsbibliothek Berlijn)

♪ VAKTHEORIE · VORM

VOORBEELD: FÜR ELISE

  • Für Elise van Beethoven is een bekend voorbeeld van een rondo.

  • Het beroemde hoofdthema (A) klinkt drie keer.

  • Daartussen klinken twee contrasterende delen: B en C.

  • Schema: A B A C A.

Het stuk heet officieel Bagatelle nr. 25 in a klein (WoO 59). Beethoven schreef het rond 1810 en het werd pas na zijn dood uitgegeven, in 1867 (Wikipedia, Für Elise). De analyse ABACA is de gangbare: de A is het bekende thema, B is een zangerig tussendeel en C is een stormachtig, dramatisch deel. De video na dit blok laat het stuk horen: laat leerlingen meeschrijven met A, B en C. Image credit: Ludwig van Beethoven / Wikimedia Commons, publiek domein

Pianiste Polina Osetinskaya tijdens een concert

♪ VAKTHEORIE · VORM

RONDO OF SONGVORM?

  • In een song keert het refrein terug en zijn er coupletten met nieuwe tekst.

  • In een rondo keert het rondorefrein terug met tussendelen die steeds anders zijn.

  • Een rondo is vaak instrumentaal, een song heeft tekst.

  • Luister bij een rondo: komt het openingsthema na een contrast terug?

De vergelijking helpt bij examenvragen waar je een vorm moet herkennen. Bij een rondo let je op het terugkerende openingsthema. Veelgemaakte fout: elke vorm met terugkerend deel een rondo noemen. In een song keert ook het couplet terug, in een rondo zijn de tussendelen juist telkens anders. Image credit: Roman Boldyrev / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Video: Beethoven: Für Elise, Bagatelle in A Minor, WoO 59, uitvoering door Lang Lang. Kijk en luister: schrijf tijdens het luisteren het vormschema op. Hoe vaak hoor je het bekende hoofdthema, en wat gebeurt er in de delen ertussen? Antwoord: het hoofdthema klinkt drie keer en het schema is A B A C A.

Hoe vaak klinkt het hoofdthema A in een rondo met schema ABACA?

A

Twee keer

B

Vier keer

C

Drie keer

D

Eén keer

In ABACA staat de A op de eerste, derde en vijfde plek. Wie twee kiest, telt alleen de A's die direct opvallen en mist de laatste.

Vul in: het rondo

Bij ABACA keert de A drie keer terug en zijn B en C de tussendelen.

A
B
C
D
ABA

Veelgemaakte fout: een letter D toevoegen. In ABACA komen alleen de letters A, B en C voor.

Noem een verschil tussen een bridge en een refrein.

Goed: een refrein keert terug met dezelfde tekst en melodie, een bridge komt meestal één keer voor en klinkt muzikaal en tekstueel anders. Verwachte fout: alleen zeggen dat de bridge langzamer is.

Wat vond je het lastigst?

1

De onderdelen van een song herkennen

2

Een vormschema met letters noteren

3

Het rondo herkennen

4

Bridge en refrein uit elkaar houden

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Kies een nummer dat je goed kent en schrijf het vormschema op.

Laat leerlingen hun schema vergelijken met een buurman: komen ze op dezelfde letters uit? Let op of de bridge en de intro goed zijn herkend.

♪ VAKTHEORIE · VORM

BEGRIPPEN (1/2)

  • intro: inleiding of voorspel aan het begin van een stuk

  • couplet: deel van een song dat terugkeert met steeds een andere tekst (verse)

  • refrein: deel dat terugkeert met dezelfde tekst en melodie (chorus)

  • prechorus: opbouw naar het refrein toe

  • bridge: tussenstuk dat muzikaal en tekstueel afwijkt van couplet en refrein

Cet élément n'a pas d'instructions

♪ VAKTHEORIE · VORM

BEGRIPPEN (2/2)

  • tussenspel: instrumentaal stuk tussen twee delen van een song

  • coda: naspel dat het stuk afsluit

  • vormschema: weergave van de opbouw van een stuk in letters, zo nodig met accenten (A')

  • rondo: vorm met een terugkerend rondorefrein, afgewisseld met tussendelen (bijvoorbeeld ABACA)

Cet élément n'a pas d'instructions