VAKTHEORIE · VORM
EXAMENTRAINING
Vorm: song en rondo: zo pak je examenvragen aan
VAKTHEORIE · VORM
EXAMENTRAINING
Vorm: song en rondo: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Norbert Nagel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · VORM
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan bij een luisterfragment de onderdelen benoemen, een vormschema aanvullen en de refreinen van een rondo herkennen.
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ VAKTHEORIE · VORM
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: wat voor muziek is het en welke vraag wordt gesteld? Let op de letters in het schema.
2. Luister: hoor je telkens dezelfde melodie terugkomen? Dat deel krijgt dezelfde letter.
3. Noteer: schrijf direct een letter bij elk deel en gebruik A' voor een kleine verandering.
4. Controleer: klopt het aantal delen en zijn alle terugkerende delen met dezelfde letter genoteerd?
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ VAKTHEORIE · VORM
VRAAGTYPE 1: ONDERDELEN BENOEMEN
Je krijgt een omschrijving of luisterfragment en benoemt het onderdeel.
Let op: wat terugkomt met dezelfde tekst is het refrein.
Wat één keer klinkt en afwijkt is de bridge.
Cet élément n'a pas d'instructions
In een song klinkt een deel drie keer met precies dezelfde tekst. Wat is dit?
Het refrein
Het couplet
De bridge
Het tussenspel
Dezelfde tekst bij elke herhaling wijst op het refrein. Een couplet heeft een andere tekst. Wie couplet kiest, let op de melodie in plaats van de tekst.
Na het tweede refrein klinkt één keer een deel met nieuwe tekst en nieuwe akkoorden. Wat is dit?
Het naspel
Het derde couplet
De bridge
De prechorus
Een deel dat één keer klinkt en muzikaal en tekstueel afwijkt is de bridge. De prechorus komt vóór het refrein en keert meestal terug, dus die past niet.
♪ VAKTHEORIE · VORM
VRAAGTYPE 2: EEN VORMSCHEMA AANVULLEN
Je krijgt een schema met een gat en vult de ontbrekende letter in.
Een nieuwe letter betekent een nieuw deel, dezelfde letter betekent herhaling.
A' is A met een kleine verandering.
Cet élément n'a pas d'instructions
Vul het schema aan
In het schema intro, A, B, A, B, C, B, coda is het afwijkende deel dat één keer klinkt de bridge, en B is het refrein dat drie keer terugkomt.
C is een nieuw deel dat maar één keer klinkt en dus de bridge. Veelgemaakte fout: A' invullen. Dat is een deel dat bijna gelijk is aan A, geen nieuw deel.
Een stuk heeft het schema A B A' B. Wat betekent A'?
A klinkt precies hetzelfde, maar zachter
A klinkt bijna hetzelfde, met een kleine verandering
A is een totaal nieuw deel
A wordt weggelaten
Het accent geeft aan dat het deel bijna gelijk is aan A maar iets verandert, bijvoorbeeld de melodie of de begeleiding. Wie een nieuw deel kiest, verwart dit met een nieuwe letter.
Mengtafel in Studio 2 van Rockfield Studios bij Monmouth (Wales)
♪ VAKTHEORIE · VORM
VRAAGTYPE 3: EEN SCHEMA LEZEN EN ORDENEN
Je zet onderdelen in de juiste volgorde of leest uit een schema af hoe vaak iets klinkt.
Tel de letters: een letter die vaker voorkomt is een terugkerend deel.
Image credit: Steve Knight / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Zet de onderdelen van intro A B A B op volgorde
A is het couplet en B het refrein: intro, couplet, refrein, couplet, refrein. Fout: het refrein vooraan zetten.
Een song heeft het schema A B A B C B. Wat is deel C?
Goed: de bridge, omdat C maar één keer klinkt en afwijkt van couplet (A) en refrein (B). Verwachte fout: C het derde couplet noemen.
Ludwig van Beethoven, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1820
♪ VAKTHEORIE · VORM
VRAAGTYPE 4: HET RONDO HERKENNEN
Je herkent een rondo aan het terugkerende openingsthema met telkens een ander tussendeel.
Bij ABACA is A het rondorefrein dat drie keer klinkt.
Bij ABACADA klinkt het rondorefrein vier keer.
Image credit: Joseph Karl Stieler / Wikimedia Commons, publiek domein
Een pianostuk heeft het schema ABACADA. Hoe vaak klinkt het rondorefrein?
Drie keer
Zeven keer
Eén keer
Vier keer
De A staat op plek 1, 3, 5 en 7, dus vier keer. Zeven keer is het totale aantal delen. Wie drie kiest, past de regel van ABACA toe.
Een stuk begint met een thema, dat na elk contrasterend deel terugkeert. Welke vorm is dit?
Een coupletlied
Een canon
Een fuga
Een rondo
Een thema dat na elk contrast terugkeert is het kenmerk van een rondo. Een coupletlied heeft een tekst met coupletten, een canon en fuga gaan over imitatie.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Onderdelen benoemen
Een vormschema aanvullen
Een schema lezen en ordenen
Het rondo herkennen
Bespreek de uitslag en laat leerlingen die het lastig vinden met een bekend nummer opnieuw een schema maken.
♪ VAKTHEORIE · VORM
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Schrijf al tijdens het eerste luisteren letters op in kleine blokjes: bij het tweede luisteren controleer je.
Een deel dat terugkomt met dezelfde melodie krijgt dezelfde letter, ook als de tekst anders is.
Let op de overgangen: hoor je een nieuw begin, een andere bezetting of een ander volume, dan begint er vaak een nieuw deel.
Gebruik de begrippen uit de syllabus: intro, couplet, refrein, bridge, tussenspel, coda, rondo, rondorefrein.
Cet élément n'a pas d'instructions