TIJDVAK 6 · 1600-1700
Quiz
Terugblik: Regenten en vorsten
TIJDVAK 6 · 1600-1700
Quiz
Terugblik: Regenten en vorsten
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hyacinthe Rigaud / Wikimedia Commons, publiek domein
Welke regent was een bekende staatsgezinde tegenstander van de Oranjes?
Willem van Oranje
Lodewijk XIV
Isaac Newton
Johan de Witt
Johan de Witt was staatsgezind, het gemeen werd Oranjegezind.
Vul in
Door haar stapelmarktfunctie kreeg Amsterdam een eigen koopmansbeurs en moest de stad uitbreiden met de grachtengordel.
KA 25 en 24, groei van Amsterdam.
Wat is een oorlogseconomie in de Republiek?
Handel betaalde de strijd tegen de Habsburgers
De overheid nam alle handelsgoederen in beslag
Alleen wapens werden nog uitgevoerd
De VOC voerde oorlog tegen de stadhouder
Handel financierde de oorlog en verzwakte tegelijk de Spaanse handelspositie.
Wat betekent oligarchisering van het bestuur?
De stadhouder kreeg alle macht
Het gemeen kreeg stemrecht
Een kleine, gesloten kring van regenten kreeg de macht
Het bestuur werd gedeeld met de adel
Na 1672 sloten regenten zich meer af.
Wat veranderde er voor vorsten door verlichte ideeën?
Ze verloren het recht om te belasten
Ze moesten het parlement bijeenroepen
Ze moesten rekening houden met de publieke opinie
Ze mochten niets meer verbieden
Publicaties werden wel in de gaten gehouden of verboden.
Wie nam na het Rampjaar de rol van Amsterdam als handelscentrum over?
Londen
Antwerpen
Parijs
Brugge
Door concurrentie raakte de Republiek haar leidende positie kwijt aan Engeland.
Wat belemmerde de groei in het Heilige Roomse Rijk?
Het mercantilisme van Engeland
De oprichting van de VOC
De stadhouders van de Republiek
De Dertigjarige Oorlog
KA 24 en 25, context Steden en burgers.
Noem twee bronnen van nieuwe kennis.
Goed: twee van ontdekkingsreizen, ambachtelijke technieken, humanistische tekstanalyse, rationalisme van Descartes, empirisme van Locke. Verwachte fout: alleen Newton noemen.
Wat betekent het droit divin?
De vorst wordt gekozen door de adel
De vorst regeert op grond van een goddelijk recht
De vorst deelt de macht met het volk
De vorst is gebonden aan een grondwet
Het droit divin legitimeerde de centralisatie door vorsten.
Waarom kochten rijke kooplieden adellijke titels en lieten ze buitens bouwen?
Om hun status te verhogen
Omdat het de belasting verlaagde
Omdat de stadhouder dat eiste
Om de Wisselbank te kunnen gebruiken
Dat laat zien dat winst uit handel werd omgezet in sociale status.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
TIJDVAK 6 · 1600-1700
Goed gedaan!
Je kunt de kenmerkende aspecten van tijdvak 6 nu uitleggen en herkennen in een onbekende bron.
Cet élément n'a pas d'instructions