Regenten en vorsten (Geschiedenis havo), les 3: Terugblik quiz

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Quiz

Terugblik: Regenten en vorsten

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz over absolutisme, de Republiek, handelskapitalisme, wereldeconomie en de wetenschappelijke revolutie.

Éléments de cette leçon

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Quiz

Terugblik: Regenten en vorsten

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hyacinthe Rigaud / Wikimedia Commons, publiek domein

Wie was de Zonnekoning?

A

Een stadhouder van de Republiek

B

De oprichter van de East India Company

C

De schilder Frans Hals

D

Lodewijk XIV van Frankrijk

KA 23.

Waar liet Lodewijk XIV de adel aan zijn hof leven?

A

Versailles

B

Amsterdam

C

Münster

D

Surat

Zo hield hij de adel in de gaten.

Wat betekende tolerantie in de Republiek?

A

Iedereen moest dezelfde kerk bezoeken

B

Alleen regenten mochten in Amsterdam wonen

C

Andersdenkenden werden meestal geduld

D

Alle godsdiensten hadden gelijke rechten

KA 24. Fout: gelijke rechten voor alle godsdiensten, want de gereformeerde kerk was de openbare kerk.

Vul in

In de Gouden Eeuw schilderden Rembrandt en Frans Hals voor rijke burgers in de Republiek.

Gouden Eeuw
Rembrandt
Frans Hals
Zonnekoning
Newton

KA 24, culturele bloei.

Wat werd op de beurs van Amsterdam verhandeld?

A

Schilderijen van Rembrandt

B

Land in Noord-Amerika

C

Aandelen in de VOC

D

Specerijen rechtstreeks van het schip

KA 25. Aandelen maakten handelskapitalisme mogelijk.

Wat is een factorij?

A

Een handelspost van een compagnie met een pakhuis

B

Een fabriek waar schepen werden gebouwd

C

Een beurs waar aandelen werden verhandeld

D

Een vestingstad van een absolute vorst

KA 25. Fout: een fabriek, want het gaat om handel en niet om productie.

Wat is een wereldeconomie?

A

Een economie die door één vorst wordt geleid

B

Handel binnen één gewest van de Republiek

C

Een markt waar alleen specerijen worden verkocht

D

Werelddelen die door handel economisch zijn verbonden

KA 25.

Wat deden de Pilgrim Fathers in 1620?

A

Ze stichtten de East India Company

B

Ze stichtten een Engelse nederzetting in Noord-Amerika

C

Ze bouwden een factorij in India

D

Ze veroverden Surat op de VOC

Context Britse rijk. Fout: de East India Company, die in 1600 was opgericht.

Wie beschreef in 1687 de zwaartekracht en wetten van beweging?

A

Isaac Newton

B

Galilei

C

Christiaan Huygens

D

Antoni van Leeuwenhoek

KA 26. Principia.

Vul in

Met een microscoop ontdekte Leeuwenhoek kleine levende wezens, en Huygens maakte het slingeruurwerk.

microscoop
Leeuwenhoek
Huygens
telescoop
Newton

KA 26, voorbeelden uit de Republiek.

Waarom is een experiment belangrijk in de methode?

Goed: met een experiment test je een theorie onder vaste omstandigheden, zodat je kunt controleren of ze klopt. Verwachte fout: zeggen dat een experiment alleen iets nieuws uitvindt.

Noem twee kenmerken van het absolutisme.

Goed: twee van: alle macht bij de koning, hof in Versailles met toezicht op de adel, staand leger betaald met belasting, ambtenaren die zijn bevelen uitvoeren. Verwachte fout: alleen zeggen dat hij rijk was.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Goed gedaan!

Je kent nu de belangrijkste kenmerkende aspecten van tijdvak 6.

Cet élément n'a pas d'instructions