STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Steden en burgers 1602-1700
Examenstof geschiedenis vwo
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Steden en burgers 1602-1700
Examenstof geschiedenis vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: Historische context Steden en burgers in de Lage Landen 1050-1700, leidende vraag 3; KA 23, 24, 25. Image credit: Gerrit Berckheyde / Wikimedia Commons, publiek domein
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen in hoeverre de burgerij de ontwikkelingen in de Republiek in de Gouden Eeuw (1602-1700) bepaalde en hoe je dat historisch beredeneert.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke woorden horen bij Amsterdam in de Gouden Eeuw?
Verwacht: handel, VOC, grachten, kooplieden, Rembrandt, rijkdom. Gebruik de woorden als ophaak voor de leidende vraag: in hoeverre bepaalde de burgerij de ontwikkelingen? Eerst de oorlogseconomie en de vrijheden, dan de groei van de steden, tot slot de keerzijde na 1648 en het Rampjaar 1672. Dit deel werkt de context uit; tijdvak 6 geeft het grotere plaatje.
Het Oost-Indisch Huis in Amsterdam, het gebouw van de VOC
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Een Republiek in oorlog
Handel financierde de strijd tegen de Habsburgers: een oorlogseconomie
Regenten waren de bestuurders van de steden en gewesten
Regenten zagen de strijd ook als middel om de Spaanse handelspositie te verzwakken
KA 24 en 25. De regenten hadden handelsbelang en bestuursmacht tegelijk. Veelgemaakte fout: denken dat de oorlog alleen geld kostte; in de Republiek werd de strijd mede door handel betaald en gebruikt om Spanje economisch te treffen. Het Oost-Indisch Huis was het gebouw van de VOC in Amsterdam. Image credit: Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Voorwaarden voor welvaart
Regenten zagen economische samenwerking en innovatie als voorwaarden voor welvaart
Ook het particularisme van steden en gewesten hoorde daarbij: elke stad en elk gewest hield eigen bevoegdheden
En de gewetensvrijheid van burgers: de vrijheid om naar eigen geweten te geloven
KA 24. Particularisme is het hechten aan de eigen zelfstandigheid van steden en gewesten. Gewetensvrijheid betekent niet dat alle godsdiensten openbaar mochten; het gaat om vrijheid van geweten. Veelgemaakte fout: particularisme als zwakte zien; de regenten zagen het juist als voorwaarde voor welvaart.
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Stadhouders en confederatie
De Republiek was een confederatie: een bond van zelfstandige gewesten
De stadhouders streefden meer eenheid en aanzien na
Zij moesten de vrijheden van steden, gewesten en burgers respecteren
De macht lag dus vooral bij de steden en hun regenten
KA 24. Het verschil in streven tussen regenten (vrijheid en particularisme) en stadhouders (eenheid en aanzien) komt later terug in Oranjegezind en staatsgezind. Veelgemaakte fout: de stadhouder als koning zien.
Waarom was de Republiek een oorlogseconomie?
Alle handel werd tijdens de oorlog verboden
Alleen nog wapens werden gemaakt en verkocht
De stadhouders namen alle handel over
Handel moest de strijd tegen de Habsburgers financieren
Handel was nodig om de strijd tegen de Habsburgers te betalen. Verwachte fout: denken dat handel stilviel; het is juist de handel die de oorlog mogelijk maakte.
Vul in
Regenten zagen het particularisme van steden en de gewetensvrijheid van burgers als voorwaarden voor welvaart.
Particularisme en gewetensvrijheid. Verwachte fout: confederatie, de staatsvorm; die geeft het kader, maar is zelf geen voorwaarde voor welvaart.
De binnenplaats van de Beurs van Amsterdam, Emanuel de Witte, 17e eeuw
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Tussenhandel en arbeidsmigranten
De Dertigjarige Oorlog belemmerde de economische groei in het Heilige Roomse Rijk
In Engeland en Frankrijk deden spanningen tussen vorsten en adel dat
Een tijdlang beheerste de Republiek de tussenhandel en de wereldhandel
Zij trok zeer veel arbeidsmigranten aan
KA 24 en 25. Tussenhandel is handel waarbij goederen worden ingekocht en elders worden doorverkocht. De concurrentie was verzwakt, daardoor kon de Republiek groeien. Veelgemaakte fout: de bloei alleen aan eigen kwaliteiten toeschrijven. Image credit: Emanuel de Witte / Wikimedia Commons, publiek domein
Plattegrond van Amsterdam door Balthasar Florisz. van Berckenrode, 1625
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Amsterdam: stapelmarkt en grachtengordel
Steden in de zeegewesten groeiden explosief; Holland en Utrecht kregen een ring van steden met openbaar vervoer
Amsterdam was een stapelmarkt: goederen werden opgeslagen en doorverkocht
Amsterdam had ook een eigen koopmansbeurs
Door de snelle groei waren grote uitbreidingen nodig: de grachtengordel
KA 24 en 25. De snelheid en omvang van de groei waren het meest zichtbaar in Amsterdam. De kaart is van 1625 en laat de stad tijdens de uitbreiding zien. Veelgemaakte fout: stapelmarkt verwarren met beurs; de stapelmarkt gaat over goederen, de beurs over handelstransacties. Image credit: Balthasar Florisz. van Berckenrode / Wikimedia Commons, publiek domein
Kaart van de Beemster, een droogmakerij in Noord-Holland, 17e eeuw
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Investeren in land en productie
Rijke kooplieden investeerden in steeds betere molens
Ook in droogmakerijen: meren die droog werden gemaakt tot nieuw land
En in de teelt van nieuwe gewassen
KA 24. Kooplieden zetten handelsrijkdom om in productie en land. De Beemster is een bekend voorbeeld van een droogmakerij. Veelgemaakte fout: denken dat de burgerij alleen in handel investeerde. Image credit: Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0
Wat hielp de Republiek de tussenhandel te beheersen?
De Habsburgers gaven haar het monopolie op de handel
Concurrenten werden verzwakt door oorlog en spanningen
De stadhouders stelden de handelsroutes vast
Het Heilige Roomse Rijk steunde de Republiek financieel
De Dertigjarige Oorlog verzwakte het Heilige Roomse Rijk en spanningen tussen vorst en adel de Engelse en Franse economie. Verwachte fout: denken dat een bondgenoot de Republiek hielp; de kans kwam door de zwakte van anderen.
Vul in
Amsterdam was een stapelmarkt met een eigen koopmansbeurs; door de snelle groei was de grachtengordel nodig.
Stapelmarkt en grachtengordel. Verwachte fout: tussenhandel; dat is de handelsvorm, de stapelmarkt is de functie van de stad.
De Staalmeesters, Rembrandt, 1662
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Status en kunst
Rijke kooplieden verkregen adellijke titels en lieten stadspaleizen en buitens bouwen
Zo verhoogden zij hun status
Kunstenaars als Rembrandt vonden onder hen een enorme markt, zoals voor de Staalmeesters, bestuurders van het lakengilde
Ook kooplieden van buitenlandse afkomst konden relatief snel opklimmen
KA 24. Rembrandt schilderde de Staalmeesters in 1662. Het gaat om status: rijkdom alleen was niet genoeg om aanzien te krijgen. Veelgemaakte fout: denken dat opklimmen alleen mogelijk was voor mensen die in de stad waren geboren. Image credit: Rembrandt / Wikimedia Commons, publiek domein
Portret van Johan de Witt door Adriaen Hanneman, 17e eeuw
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Na 1648: de wereld verandert
Na 1648 stabiliseerde de situatie in de omliggende landen
Engeland en Frankrijk voerden mercantilisme: beleid om de eigen handel te beschermen; de Republiek leed eronder
Veel regenten trokken zich terug uit de handel en leenden hun geld uit aan buitenlandse ondernemers
Het gemeen werd Oranjegezind; regenten als Johan de Witt waren staatsgezind
KA 24 en 25. Het gemeen had minder geprofiteerd van de welvaart. Oranjegezind: voor de stadhouder uit het Huis van Oranje. Staatsgezind: tegen de Oranjes. Veelgemaakte fout: regenten en gemeen als één groep zien; hun belangen liepen uiteen. Image credit: Adriaen Hanneman / Wikimedia Commons, publiek domein
De troepen van Lodewijk XIV voor Naarden, 20 juli 1672, Adam Frans van der Meulen
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
1672: het einde van de Gouden Eeuw
Het Rampjaar 1672 luidde het einde in van de Gouden Eeuw
Daarna namen investeringen in het buitenland en oligarchisering toe: macht bij een kleine kring regenten
Door toenemende concurrentie raakte de Republiek haar leidende positie kwijt aan Engeland
Londen nam de rol van Amsterdam als centrum van handel en bankwezen over
KA 24 en 25. Jaartallen uit de syllabus als keerpunten: 1602 (begin van de periode), 1648, 1672. Veelgemaakte fout: het Rampjaar als enige oorzaak van het einde zien; de concurrentie en het beleid van omliggende landen werkten al langer door. Image credit: Adam Frans van der Meulen / Wikimedia Commons, CC0
Welke stad nam de rol van Amsterdam als handelscentrum over?
Parijs
Keulen
Londen
Madrid
Londen nam de rol van Amsterdam als centrum van handel en bankwezen over. Verwachte fout: Parijs, de hoofdstad van het absolutistische Frankrijk.
Waarom werd het gemeen Oranjegezind?
Goed: het gemeen had minder geprofiteerd van de welvaart en zag in de stadhouder een tegenwicht tegen de regenten. Verwachte fout: alleen 'uit liefde voor Oranje' zonder de sociaaleconomische onvrede te noemen.
Welk deel vond je het lastigst?
Oorlogseconomie en vrijheden
Groei van de steden
Status en kunst
Na 1648 en het Rampjaar
Herhaal het onderdeel met de meeste stemmen.
Welke oorzaak van de bloei weegt volgens jou het zwaarst?
Open vraag zonder vast antwoord. Goed: een keuze (bijvoorbeeld de tussenhandel of de gewetensvrijheid) met een reden. Verwachte fout: alleen een opsomming zonder onderbouwing.
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Begrippen (1/2)
oorlogseconomie: Economie waarin handel de oorlog financiert
particularisme: Hechten aan de zelfstandigheid van steden en gewesten
gewetensvrijheid: Vrijheid van burgers om naar eigen geweten te geloven
tussenhandel: Goederen inkopen en elders doorverkopen
stapelmarkt: Plaats waar goederen worden opgeslagen en doorverkocht
Cet élément n'a pas d'instructions
STEDEN EN BURGERS · 1602-1700
Begrippen (2/2)
grachtengordel: Reeks grote uitbreidingen van Amsterdam met grachten
mercantilisme: Beleid om de eigen handel te beschermen
staatsgezind: Tegen de stadhouders uit het Huis van Oranje
Rampjaar: 1672, het jaar dat het einde van de Gouden Eeuw inluidde
oligarchisering: Macht die steeds meer bij een kleine kring regenten kwam
Cet élément n'a pas d'instructions