VAKTHEORIE · SAMENKLANK
SAMENKLANK EN AKKOORDEN
Examenstof muziek vwo
VAKTHEORIE · SAMENKLANK
SAMENKLANK EN AKKOORDEN
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 g. Image credit: Frankie Fouganthin / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan intervallen en akkoorden analyseren, een akkoordenschema met functies volgen, een partituur lezen en uitvoeringen vergelijken.
Cet élément n'a pas d'instructions
Wat maakt een klank rustig of gespannen?
Verwachte woorden: akkoord, schuren, dissonant, majeur, mineur, bas, melodie, lagen, koor, harmonie. Zet de woorden op het bord en sorteer ze: wat hoort bij rust, wat bij spanning? Dat is de rode draad van de les. Bij het examen luister je naar korte fragmenten en volg je soms een partituur, dus luister mee bij elk fragment.
Eén, twee en drie stemmen op de notenbalk
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
MEERSTEMMIG, TWEEKLANK EN DRIEKLANK
Eenstemmig, tweestemmig en driestemmig tel je aan het aantal melodielijnen.
Klinken er meer dan drie lijnen tegelijk, dan is het meerstemmig.
Twee verschillende tonen tegelijk vormen een tweeklank, drie tonen een drieklank.
Een koor kan driestemmig zijn en toch uit veel zangers bestaan.
Syllabus A1/A2 g (vwo): eenstemmigheid, tweestemmigheid en driestemmigheid herkennen en benoemen, meerstemmigheid herkennen. Veelgemaakte fout: het aantal zangers tellen in plaats van het aantal melodielijnen. Homofonie en polyfonie komen in een eigen les aan bod. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Het Tensta Gospel Choir zingt meerstemmig, Zweden
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
UNISONO EN CLOSE HARMONY
Unisono: alle stemmen spelen of zingen precies dezelfde tonen op hetzelfde moment.
Close harmony: zangstemmen die dicht bij elkaar liggen, in hetzelfde ritme, zoals bij vocal groups.
Bij unisono hoor je één lijn, bij close harmony klinkt elk akkoord als één volle klank.
Beide begrippen staan in de syllabus bij samenklank. Veelgemaakte fout: close harmony verwarren met unisono. Bij close harmony zingen de stemmen verschillende tonen dicht bij elkaar, bij unisono alle stemmen dezelfde. Het fragment voor close harmony volgt in de quiz. Image credit: Frankie Fouganthin / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
KLANKDICHTHEID, KLANKLAAG EN TRACK
Klankdichtheid is hoeveel klank tegelijk klinkt: een dichte klank heeft veel tonen en lagen, een ijle klank weinig.
Een klanklaag is een groep klanken met dezelfde rol, zoals de melodie, de begeleiding of de bas.
Een track is een los opgenomen spoor in een opname, bijvoorbeeld de zang of de drums.
Voeg je lagen toe, dan wordt de klank dichter. Haal je ze weg, dan wordt hij ijler.
Syllabus vwo: klanklaag, klankdichtheid en tracks als begrippen bij samenklank. Laat leerlingen een bekende song beschrijven: in welk couplet komen lagen bij? Veelgemaakte fout: klankdichtheid verwarren met volume. Een dichte klank kan zacht zijn en een ijle klank luid.
Een componist voegt steeds meer lagen toe. Wat neemt dan toe?
Het tempo
De klankdichtheid
De octaafligging
De cadens
Meer lagen betekent een dichtere klank. Wie tempo kiest, denkt dat meer klank ook sneller klinkt.
Alle harmonische intervallen vanaf de C
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
ALLE HARMONISCHE INTERVALLEN
Op gehoor: reine prime, kleine terts, grote terts, reine kwart, reine kwint, rein octaaf.
Ook in notenschrift: kleine secunde, grote secunde, overmatige kwart, verminderde kwint.
En: kleine sext, grote sext, klein septiem en groot septiem.
Tel in halve tonen: kleine terts 3, grote terts 4, kwart 5, kwint 7, octaaf 12.
Syllabus vwo: harmonische intervallen op gehoor herkennen tot en met het octaaf voor de intervallen onder luistervaardigheid, en in notenschrift alle intervallen tot en met het octaaf. De overmatige kwart en de verminderde kwint klinken even groot (zes halve tonen) maar worden anders geschreven. Veelgemaakte fout: de kleine en grote variant door elkaar halen. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Dominant septiemakkoorden G7 en C7
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
AKKOORDEN EN AKKOORDSYMBOLEN
Een akkoord met drie tonen is een drieklank: majeur (C) of mineur (Cm).
Met een kleine septiem erbij ontstaat een dominant septiem: G7 is G, B, D en F.
Akkoordsymbolen: C, F en Bb zijn majeur, Dm en F#m mineur, C7 en Eb7 dominant septiem.
Een power chord heeft alleen grondtoon en kwint, zonder terts: niet majeur en niet mineur.
Syllabus vwo: akkoord (grote drieklank/majeur en kleine drieklank/mineur, power chords), akkoordsymbolen voor majeur, mineur en dominant septiem. Bij vwo worden akkoordsymbolen actief bevraagd. Veelgemaakte fout: denken dat C7 een majeurakkoord met een zevende toon uit de toonladder is. De septiem is een kleine septiem (Bb bij C7). Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Een albertijnse bas in de linkerhand
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
GEBROKEN DRIEKLANK EN ALBERTIJNSE BAS
Bij een gebroken drieklank klinken de tonen van het akkoord na elkaar.
De albertijnse bas is een gebroken drieklank in vaste volgorde: laag, hoog, midden, hoog.
Je hoort het veel in klassieke pianomuziek, vooral in de linkerhand.
Syllabus vwo: gebroken drieklank en albertijnse bas. De albertijnse bas op de afbeelding is C, G, E, G: de tonen van de C-drieklank. Veelgemaakte fout: elke gebroken drieklank een albertijnse bas noemen. Bij een albertijnse bas is de volgorde laag, hoog, midden, hoog. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Video: Mozart: pianosonate in C, K. 545, Allegro, door András Schiff (kanaal: Verbier Festival). Wat hoor je? De rechterhand speelt het bekende thema, de linkerhand begeleidt met een gebroken drieklank in vaste volgorde: een albertijnse bas. Laat leerlingen meetikken met de gelijkmatige toonreeks in de linkerhand.
Krzysztof Penderecki, componist van Threnody, 2008
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
CONSONANT, DISSONANT EN CLUSTER
Consonant klinkt rustig en stabiel, dissonant schurend en gespannen.
Een cluster is een groep tonen vlak naast elkaar die tegelijk klinken: een dikke, schurende klankmassa.
Een dissonant geeft spanning, een consonant geeft ontspanning.
Syllabus vwo: consonant en dissonant, cluster. Bij een cluster hoor je geen herkenbaar akkoord meer, maar een vlak van klank. Veelgemaakte fout: een cluster een gewoon dissonant akkoord noemen. Een cluster bestaat uit tonen vlak naast elkaar. Image credit: Adam Kumiszcza / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Video: Penderecki: Threnody for the Victims of Hiroshima (kanaal: Polish National Radio Symphony Orchestra - Topic). Wat hoor je? De strijkers houden veel tonen vlak naast elkaar aan, zodat een dikke, schurende klankmassa ontstaat: clusters. Je hoort geen herkenbaar akkoord meer. Laat leerlingen beschrijven wat dit met de spanning doet.
Welk akkoordsymbool hoort bij dit akkoord?
G
Gm
C7
G7
G, B, D en F: een G-drieklank met kleine septiem erbij, dus G7. Wie G kiest, ziet de F niet. Wie Gm kiest, verwart de terts: B is een grote terts boven G. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
De functies I, IV en V in C majeur
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
HARMONISCHE FUNCTIES EN CADENS
I is de tonica (rust), IV de subdominant en V de dominant (spanning). Ook II is een functie.
In C majeur zijn dat C, F en G, en II is Dm.
Een cadens is een reeks akkoorden die een zin of stuk afsluit, vaak V naar I.
V naar I: spanning die oplost. IV naar I klinkt zachter.
Syllabus vwo: harmonische functies I (tonica/grondtoon), II, IV (subdominant), V (dominant), en cadens. Het akkoord op de tweede trap (II) hoeven leerlingen alleen te herkennen, je vraagt er niet actief naar. Veelgemaakte fout: de dominant en subdominant verwisselen. De dominant staat een kwint boven de tonica en trekt terug naar huis. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Het twaalfmatig bluesschema met functies en akkoordsymbolen
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
HET TWAALFMATIG BLUESSCHEMA
Het twaalfmatig bluesschema: I I I I, IV IV I I, V IV I I.
In C: C C C C, F F C C, G F C C. Vaak met dominant septiemen: C7, F7 en G7.
Het schema herhaalt zich de hele song en vormt de basis van veel blues, rock-'n-roll en jazz.
Veel songs variëren iets op dit basisschema.
Syllabus: twaalfmatig bluesschema. Het basisschema is I I I I, IV IV I I, V IV I I. In C is dat C C C C, F F C C, G F C C. Veelgemaakte fout: de maten tellen vanaf de zang in plaats van vanaf het begin van het schema. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Video: Chuck Berry: Johnny B. Goode (kanaal: Chuck Berry - Topic). Wat hoor je? Een rock-'n-rollsong op het twaalfmatig bluesschema: na de gitaarintro begint het schema bij de zang en keert steeds terug. Laat leerlingen tellen wanneer het schema opnieuw begint.
Een orgelpunt: de bas blijft C, de akkoorden wisselen
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
BOURDON EN ORGELPUNT
Een bourdon is een aanhoudende lage toon onder de melodie, vaak grondtoon met kwint.
Een orgelpunt is een lange of herhaalde basnoot terwijl de akkoorden erboven wisselen.
Bij een orgelpunt botst de basnoot soms met de akkoorden: spanning die later oplost.
Voorbeelden van een bourdon: de dudelzak, de draailier en de tanpura in Indiase muziek.
Syllabus: bourdon en orgelpunt. In de afbeelding blijft de bas C liggen onder de akkoorden C, F, G en C. Veelgemaakte fout: een orgelpunt en een bourdon verwarren. Bij een bourdon blijft de toon klinken onder de melodie, bij een orgelpunt wisselen de akkoorden boven de blijvende basnoot. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Een partituur met viool en cello, drie maten
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
EEN PARTITUUR VOLGEN
Een partituur laat alle stemmen onder elkaar zien: elke balk is één stem of instrument.
Maten staan boven elkaar: wat op dezelfde plek staat, klinkt tegelijk.
Let op de sleutel per balk: de viool leest in g-sleutel, de cello in f-sleutel.
Zo zie je welke stemmen unisono spelen en wanneer ze uit elkaar gaan.
Syllabus vwo: partituur, en het volgen van een partituur. In maat 2 spelen viool en cello dezelfde toon (middelste C): unisono. Veelgemaakte fout: noten op dezelfde hoogte in de balk met dezelfde toon verwarren terwijl de sleutel verschilt. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp
Vul in: functies
In C majeur heeft C de functie tonica, F de functie subdominant en G de functie dominant in de cadens.
Veelgemaakte fout: subdominant en dominant omdraaien. De dominant (V) trekt terug naar de tonica.
Wat vond je het lastigst?
Intervallen op gehoor herkennen
Akkoordsymbolen en functies
Een partituur volgen
Dissonant en cluster horen
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Wat doet een cadens met de spanning?
Goed: een cadens sluit een zin af, vaak met V naar I, waarbij de spanning oplost in rust. Verwachte fout: alleen zeggen dat het stuk afgelopen is.
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
BEGRIPPEN (1/2)
unisono en close harmony: dezelfde tonen, en stemmen dicht bij elkaar
klankdichtheid, klanklaag, track: hoeveel klank, een groep klanken, een opgenomen spoor
akkoord en akkoordsymbolen: majeur C, mineur Cm, dominant septiem C7, power chord
gebroken drieklank en albertijnse bas: tonen na elkaar, in de volgorde laag, hoog, midden, hoog
consonant, dissonant en cluster: rustig, schurend en tonen vlak naast elkaar
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK
BEGRIPPEN (2/2)
akkoordenschema: overzicht van het akkoord per maat
harmonische functies en cadens: I tonica, IV subdominant, V dominant; een slotformule
twaalfmatig bluesschema: twaalf maten: I I I I, IV IV I I, V IV I I
bourdon en orgelpunt: aanhoudende lage toon, en lange basnoot onder wisselende akkoorden
partituur: alle stemmen onder elkaar in notatie
Cet élément n'a pas d'instructions