De Kwestie · 4.7 Allemaal burgers

De Kwestie

MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

PARAGRAAF 4.7

Allemaal burgers

Rechten, plichten en vrijheden: wat we delen als we het niet met elkaar eens zijn.

Kiezers in een stembureau bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1981.

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijleerMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min
Signaler cette leçon

Introduction

De Kwestie, methode maatschappijleer voor de bovenbouw havo/vwo. Thema 4 (Pluriforme samenleving), paragraaf 4.7: Wat hebben we nodig om samen te leven als we het niet met elkaar eens zijn? Les van 40 minuten met een stelling als discussiemoment.

Éléments de cette leçon

De Kwestie

MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

PARAGRAAF 4.7

Allemaal burgers

Rechten, plichten en vrijheden: wat we delen als we het niet met elkaar eens zijn.

Kiezers in een stembureau bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1981.

Laatste paragraaf van thema 4, over burgerschap en binding. Scholen hebben sinds 2021 een wettelijke burgerschapsopdracht: ze moeten de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bevorderen. Deze les sluit daarop aan en verbindt het thema met thema 2 (rechtsstaat, grondrechten). Image credit: Rob Croes / Anefo / Wikimedia Commons (CC0)

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

DE KWESTIE

Wat hebben we nodig om samen te leven als we het niet met elkaar eens zijn?

NA DEZE LES KUN JE

  • uitleggen wat burgerschap is, met rechten, plichten en participatie

  • de grenzen van vrijheid van meningsuiting en godsdienst uitleggen

  • uitleggen wat polarisatie is en wat een samenleving bindt

§ 4.7 Allemaal burgers

Cet élément n'a pas d'instructions

1

Gaan stemmen

2

Zich aan de wet houden

3

Vrijwilligerswerk doen

4

Anderen respecteren

5

Meepraten en kritiek geven

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Wat maakt iemand volgens jou vooral een goede burger?

Activatie, kort. Laat zien dat de antwoorden verschillende opvattingen over burgerschap weerspiegelen: de plichtsgetrouwe burger (wet), de betrokken burger (vrijwilligerswerk), de kritische burger (meepraten, demonstreren). Er is geen goed antwoord.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

BEGRIP

Burgerschap

Meedoen aan de samenleving als burger: je hebt rechten, je houdt je aan plichten en je denkt en doet mee over hoe we samenleven. Dat meedoen heet participatie.

VOORBEELD

Stemmen als je 18 bent, maar ook meedoen in de leerlingenraad, een petitie tekenen, helpen bij de voedselbank of trainer zijn bij je sportclub.

§ 4.7 Allemaal burgers

Participatie kan politiek zijn (stemmen, demonstreren, lid worden van een partij), maatschappelijk (vrijwilligerswerk, een vereniging) of economisch (werken, belasting betalen). Burgerschap gaat niet alleen over mensen met de Nederlandse nationaliteit: iedereen die hier woont, doet mee aan de samenleving.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

TWEE KANTEN

Rechten en plichten

Rechten

Grondrechten uit de Grondwet: gelijke behandeling, vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging, recht op onderwijs. Vanaf je 18e mag je als Nederlander stemmen voor de Tweede Kamer.

Plichten

Je houdt je aan de wet en betaalt belasting. Je gaat naar school tot je 16e en daarna tot je 18e of tot je een startkwalificatie hebt. Vanaf 14 jaar moet je je kunnen legitimeren.

§ 4.7 Allemaal burgers

De leerplicht geldt tot het einde van het schooljaar waarin je 16 wordt; daarna geldt de kwalificatieplicht tot je 18e of tot je een startkwalificatie (havo, vwo of mbo 2) hebt. Voor de gemeenteraad mogen ook niet-Nederlanders stemmen die hier minstens vijf jaar legaal wonen. Stemmen is in Nederland een recht; de opkomstplicht is in 1970 afgeschaft.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Welke van deze vier is een plicht en geen recht?

A

Een eigen vereniging oprichten

B

Je vanaf 14 jaar kunnen legitimeren

C

Stemmen op een partij naar keuze

D

Je geloof openlijk uiten

De identificatieplicht geldt vanaf 14 jaar. Stemmen voelt voor veel leerlingen als een plicht ("dat hoort"), maar het is een recht: sinds 1970 is er geen opkomstplicht meer. Doorvraag: moet stemmen weer verplicht worden? Welke waarde zit achter je antwoord?

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

“

Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

ARTIKEL 7 LID 1 GRONDWET

§ 4.7 Allemaal burgers

Het eerste deel betekent: geen censuur vooraf. Het tweede deel ("behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet") betekent: achteraf kun je wel verantwoordelijk worden gehouden als je de wet overtreedt. Dat is de grens van de vrijheid. Het artikel noemt de drukpers, maar geldt ook voor andere media, zoals sociale media.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

VRIJHEID MET GRENZEN

Wat mag wel, en wat niet?

Meningsuiting

Je mag kritiek geven, spotten en zelfs kwetsen. Maar de wet verbiedt bijvoorbeeld bedreigen, oproepen tot geweld of haat, discriminatie en een groep beledigen om hun ras, geloof of seksuele gerichtheid. Waar de grens ligt, beslist uiteindelijk de rechter.

Godsdienst

Je mag je geloof of levensovertuiging vrij belijden, samen bidden en een eigen school of gebedshuis hebben. Maar geloof is geen vrijbrief om de wet te breken: ook binnen een geloofsgemeenschap geldt het strafrecht.

§ 4.7 Allemaal burgers

Groepsbelediging staat in artikel 137c Wetboek van Strafrecht, bedreiging in artikel 285, opruiing in artikel 131. Grondrechten kunnen botsen, bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting en het discriminatieverbod, of vrijheid van godsdienst en gelijke behandeling. Dan weegt de rechter de belangen af. Vrijheid van godsdienst staat in artikel 6, vrijheid van onderwijs in artikel 23.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

WAT BINDT ONS?

Tegen elkaar, of met elkaar

Bij polarisatie groeien groepen uit elkaar en zien ze elkaar als vijand: "wij" tegen "zij". Algoritmes die je steeds meer van hetzelfde laten zien, kunnen dat versterken.

Wat bindt, is wat we delen: de regels van de rechtsstaat, plekken waar je elkaar tegenkomt, en rituelen zoals de twee minuten stilte op 4 mei.

Dodenherdenking op 4 mei 2010 in het Volkspark in Enschede.

§ 4.7 Allemaal burgers

Polarisatie is niet hetzelfde als meningsverschil: botsende meningen horen bij een democratie. Het wordt polarisatie als groepen elkaar niet meer als tegenstander, maar als vijand zien en niet meer met elkaar praten. Koppeling met 4.1 (sociale cohesie) en 4.3 (wij-zij-denken). Andere voorbeelden van gedeelde rituelen: Koningsdag, 5 mei, Keti Koti, een WK-wedstrijd van het Nederlands elftal. Image credit: Remco Platjes / Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0 nl)

Maak de zinnen af

Stemmen en vrijwilligerswerk doen zijn vormen van participatie. De Grondwet beschermt de vrijheid van meningsuiting, maar een bedreiging valt daar niet onder. Als groepen elkaar als vijand gaan zien, heet dat polarisatie. Gedeelde regels en rituelen versterken de sociale cohesie in een samenleving.

participatie
vrijheid van meningsuiting
polarisatie
sociale cohesie
segregatie
vrijheid van godsdienst
integratie

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Controle van het tweede blok en herhaling van sociale cohesie (4.1). Wie "segregatie" invult op de plek van polarisatie: bij segregatie leven groepen gescheiden, bij polarisatie staan ze vijandig tegenover elkaar. Het een kan wel tot het ander leiden.

1

Eens

2

Oneens

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Stelling: Je moet alles kunnen zeggen, ook als het anderen diep kwetst.

Discussiemoment, ongeveer 5 minuten. Eens: vrijheid van meningsuiting is de basis van democratie; wie bepaalt wat kwetsend is, en wordt kritiek dan onmogelijk? Oneens: woorden kunnen mensen uitsluiten, bang maken en polarisatie aanjagen; vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid. Maak duidelijk dat kwetsen volgens de wet vaak wel mag, maar bedreigen en discrimineren niet. Doorvraag 1: wat is het verschil tussen iets mogen zeggen en iets moeten zeggen? Doorvraag 2: verandert je antwoord als het om een grap over jouw eigen groep gaat?

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

TERUG NAAR DE KWESTIE

Wat hebben we nodig om samen te leven als we het niet met elkaar eens zijn?

WAT JE NU WEET

  • Burgerschap is meedoen: je hebt rechten, je houdt je aan plichten en je participeert in de samenleving.

  • Vrijheden als meningsuiting en godsdienst geven ruimte om het oneens te zijn, maar de wet trekt grenzen: geen bedreiging, geen discriminatie.

  • Wat bindt, zijn gedeelde regels, ontmoeting en rituelen. Zo blijven we tegenstanders in plaats van vijanden.

§ 4.7 Allemaal burgers

Cet élément n'a pas d'instructions

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Noem één ding dat jouw generatie bindt, ondanks alle verschillen. Leg uit waarom het bindt.

Exit ticket en afsluiting van het thema. Een goed antwoord noemt iets concreets (school, sport, muziek, een gedeelde zorg zoals het klimaat of wonen, gedeelde regels) en legt uit hoe het mensen verbindt: je komt elkaar tegen, je deelt een doel of regels. Veelgemaakte fout: iets noemen wat alleen je eigen groep bindt.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

BEGRIPPEN

Woorden van deze les

Burgerschap: meedoen aan de samenleving, met rechten en plichten

Participatie: meedoen: politiek, maatschappelijk of economisch

Grondrecht: fundamenteel recht van burgers, vastgelegd in de Grondwet

Vrijheid van meningsuiting: recht om je mening te uiten, binnen de grenzen van de wet

Vrijheid van godsdienst: recht om je geloof of levensovertuiging vrij te belijden

Polarisatie: groepen groeien uit elkaar en zien elkaar als vijand

§ 4.7 Allemaal burgers

Cet élément n'a pas d'instructions