De Kwestie
MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
PARAGRAAF 5.2
Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Hoe de verzorgingsstaat groeide, te duur werd en veranderde.
Jongens aan het werk in een snoepfabriek in Groningen, 1919: kinderarbeid verdween maar langzaam.
De Kwestie
MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
PARAGRAAF 5.2
Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Hoe de verzorgingsstaat groeide, te duur werd en veranderde.
Jongens aan het werk in een snoepfabriek in Groningen, 1919: kinderarbeid verdween maar langzaam.
Tweede les van thema 5. Het gaat om de grote lijn: van niets, via een uitgebreide verzorgingsstaat, naar hervormingen. Jaartallen die leerlingen moeten kennen: 1874 (kinderwetje), 1957 (AOW) en 2013 (participatiesamenleving). Hoofdconcept: verandering. Image credit: Kees Hofker / Wikimedia Commons (Public domain)
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
DE KWESTIE
Moet de overheid voor ons zorgen, of moeten we dat vooral zelf en samen doen?
NA DEZE LES KUN JE
de ontwikkeling van de verzorgingsstaat in grote stappen beschrijven
uitleggen waarom de verzorgingsstaat groeide en later werd hervormd
de standpunten van liberalisme, socialisme en confessionalisme vergelijken
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Cet élément n'a pas d'instructions
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
Het is 1880. Je vader werkt in een fabriek en wordt ziek. Wat gebeurt er met jullie gezin?
Activatie, hooguit 3 minuten. Verwacht: geen loon meer, honger, de kinderen moeten werken, hulp van de kerk of familie, armenhuis. Dit is precies het punt: er was geen vangnet. Zo kun je het contrast met nu straks laten zien.
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
DE SOCIALE KWESTIE
Fabrieken, lange dagen en geen vangnet
In de 19e eeuw kwamen er fabrieken. Arbeiders werkten twaalf uur of langer per dag, voor een laag loon. Ze woonden in vochtige krotten. Ook kinderen werkten mee. Wie ziek, gewond of oud werd, had geen inkomen meer en was afhankelijk van familie, de kerk of de armenzorg.
Die misstanden heetten de sociale kwestie. In 1874 kwam het eerste antwoord: het kinderwetje van Van Houten verbood fabriekswerk voor kinderen onder de 12 jaar. Rond 1900 volgden de leerplicht en de Ongevallenwet.
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Het kinderwetje gold alleen voor fabrieken en werkplaatsen, niet voor werk op het land of in het huishouden; daar bleven kinderen werken. De omslagfoto (1919) laat zien dat kinderarbeid lang bleef bestaan. De Leerplichtwet werd in 1900 aangenomen en ging in 1901 in; de Ongevallenwet dateert ook uit 1901. De liberaal Samuel van Houten diende het wetsvoorstel in als Tweede Kamerlid.
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
NA DE OORLOG
Drees en de AOW: een pensioen voor iedereen
Na de Tweede Wereldoorlog wilde Nederland dat niemand meer in armoede oud hoefde te worden.
In 1957 kwam de Algemene Ouderdomswet (AOW): iedereen van 65 jaar en ouder kreeg een basispensioen van de staat. Minister-president Willem Drees kreeg daarom de bijnaam "Vader Drees".
Willem Drees, minister-president van 1948 tot 1958.
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Al in 1947 regelde Drees, toen minister van Sociale Zaken, een noodwet ouderdomsvoorziening; de AOW van 1957 maakte het blijvend en voor iedereen. Nu ligt de AOW-leeftijd hoger dan 65 en is hij gekoppeld aan de levensverwachting (controleer de actuele AOW-leeftijd). De AOW wordt betaald door de mensen die nu werken: een omslagstelsel. Image credit: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/NA/Anefo/Breijer / Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0 nl)
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
GROEI EN KRIMP
Van bloeitijd naar hervorming
Bloei: jaren 60 en 70
De economie groeide en het aardgas bracht veel geld op. Er kwamen steeds meer regelingen: de bijstand (1965), een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en de AWBZ voor langdurige zorg.
De verzorgingsstaat zorgde nu "van de wieg tot het graf".
Crisis: vanaf de jaren 80
Er kwam een economische crisis en honderdduizenden mensen werden werkloos. Er waren te veel uitkeringen en te weinig premiebetalers.
De overheid ging bezuinigen: uitkeringen werden lager, korter en strenger, en in de zorg kwam meer marktwerking.
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Aardgas: de gasbel bij Slochteren werd in 1959 gevonden. De WAO (1967) werd later een groot probleem: begin jaren 90 waren bijna een miljoen mensen arbeidsongeschikt verklaard. In 2006 kwam de WIA in de plaats van de WAO, en ook de Zorgverzekeringswet. Een kritiek van toen: mensen werden afhankelijk en gingen "calculeren".
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
Zet in de goede volgorde, van vroeg naar laat
Goede volgorde met jaartallen: 1874, 1901, 1957, 1965, jaren 80, 2013. Leerlingen zetten de bijstand vaak vóór de AOW, omdat die "eenvoudiger" lijkt. Vraag door: welke gebeurtenis hoort bij de sociale kwestie, welke bij de bloei en welke bij de hervorming?
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
BEGRIP
Participatiesamenleving
Een samenleving waarin burgers meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en voor elkaar, en minder op de overheid leunen. Het woord kwam in de troonrede van 2013.
VOORBEELD
Je opa heeft hulp nodig. De gemeente kijkt eerst of familie of buren kunnen helpen met boodschappen, voordat er thuiszorg komt.
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
In de troonrede van 2013 zei koning Willem-Alexander dat de klassieke verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving. Kritiek: niet iedereen heeft familie of buren die kunnen helpen, en mantelzorgers raken overbelast. Voorstanders wijzen op betaalbaarheid en op het belang van eigen kracht.
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
POLITIEKE STROMINGEN
Hoeveel verzorgingsstaat willen we?
Liberalisme
Eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. Een kleine overheid, lage belastingen en alleen een vangnet voor wie het echt niet zelf kan.
Socialisme
Gelijkheid en solidariteit. Een sterke verzorgingsstaat, betaald door de sterkste schouders, zodat iedereen gelijke kansen heeft.
Confessionalisme
Gespreide verantwoordelijkheid: eerst helpen familie, kerk en verenigingen elkaar. De overheid springt bij als dat niet lukt.
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Het socialisme hier is de sociaaldemocratie, en het confessionalisme de christendemocratie. Laat leerlingen de standpunten verklaren uit waarden: vrijheid, gelijkheid, gemeenschap. Noem desgewenst voorbeelden van partijen, maar laat leerlingen zelf de koppeling maken en zet geen partij beter of slechter neer.
Maak de zinnen af
Het liberalisme wil een kleine overheid en veel eigen verantwoordelijkheid. Het socialisme wil een sterke verzorgingsstaat voor meer gelijkheid. Het confessionalisme wil dat eerst familie, kerk en verenigingen helpen. Dat idee heet gespreide verantwoordelijkheid en past goed bij de participatiesamenleving.
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
Let op: ook liberalen passen bij de participatiesamenleving (eigen verantwoordelijkheid), maar de nadruk op familie en verenigingen hoort bij het confessionalisme. Solidariteit is geen stroming maar een waarde.
Eens
Oneens
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
Stelling: Als je ouders later zorg nodig hebben, is dat jouw taak en niet die van de overheid.
Het discussiemoment van de les, ongeveer 5 minuten. Laat stemmen en koppel de antwoorden aan de drie stromingen. Doorvraag 1: wat als je ver weg woont, of een baan hebt van veertig uur? Doorvraag 2: is het eerlijk dat de ene oudere wel kinderen heeft die kunnen helpen en de andere niet?
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
TERUG NAAR DE KWESTIE
Moet de overheid voor ons zorgen, of moeten we dat vooral zelf en samen doen?
WAT JE NU WEET
Rond 1900 begon de overheid voor het eerst in te grijpen, als antwoord op de sociale kwestie.
Na 1945 groeide de verzorgingsstaat sterk, met de AOW (1957) als bekendste voorbeeld.
Vanaf de jaren 80 werd hij te duur en hervormd: minder overheid, meer eigen verantwoordelijkheid, de participatiesamenleving.
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Cet élément n'a pas d'instructions
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
Waarom kwam de verzorgingsstaat er, en waarom werd hij later kleiner? Noem voor allebei een oorzaak.
Exitvraag. Een goed antwoord noemt voor de groei de sociale kwestie of de wens na de oorlog dat niemand meer in armoede leefde, met economische groei om het te betalen. Voor de krimp: economische crisis, stijgende kosten, te weinig werkenden tegenover te veel uitkeringen. Veelgemaakte fout: alleen "het was te duur" zonder te zeggen waardoor.
De Kwestie
THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT
BEGRIPPEN
Woorden van deze les
Sociale kwestie: de slechte leef- en werkomstandigheden van arbeiders in de 19e eeuw
Kinderwetje van Van Houten: wet uit 1874 die fabriekswerk voor kinderen onder de 12 verbood
AOW: Algemene Ouderdomswet (1957): basispensioen van de staat voor iedereen op AOW-leeftijd
Participatiesamenleving: samenleving waarin burgers meer zelf en voor elkaar zorgen en minder op de overheid leunen
Liberalisme: stroming die vrijheid en eigen verantwoordelijkheid voorop zet
Socialisme: stroming die gelijkheid en solidariteit voorop zet
Confessionalisme: stroming op religieuze grondslag, met gespreide verantwoordelijkheid
§ 5.2 Groei en krimp van de verzorgingsstaat
Cet élément n'a pas d'instructions