De Kwestie · Thema 4 · Alles op een rij

De Kwestie

MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

AFSLUITING

Alles op een rij

De begrippen van thema 4 herhalen en toepassen: van cultuur en socialisatie tot burgerschap.

De Dappermarkt in Amsterdam-Oost: hier komt de hele buurt elkaar tegen.

1 / 16
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijleerMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 16 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min
Signaler cette leçon

Introduction

De Kwestie, methode maatschappijleer voor de bovenbouw havo/vwo. Thema 4 (Pluriforme samenleving), afsluitende les: Hoe leven we samen in een samenleving met zoveel verschillen? Alle begrippen van het thema op een rij, oefenvragen en een examenachtige casus. Les van 40 minuten.

Éléments de cette leçon

De Kwestie

MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

AFSLUITING

Alles op een rij

De begrippen van thema 4 herhalen en toepassen: van cultuur en socialisatie tot burgerschap.

De Dappermarkt in Amsterdam-Oost: hier komt de hele buurt elkaar tegen.

Afsluitende les van thema 4, Pluriforme samenleving. Eerst de begrippen op een rij (laat leerlingen per dia eerst zelf de uitleg bedenken voordat je hem toont of bespreekt), dan oefenvragen door elkaar, en tot slot een examenachtige vraag bij een casus. Image credit: Iijjccoo / Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0)

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

DE KWESTIE

Hoe leven we samen in een samenleving met zoveel verschillen?

NA DEZE LES KUN JE

  • de belangrijkste begrippen van thema 4 uitleggen

  • de begrippen toepassen op nieuwe situaties

  • een examenvraag bij een casus beantwoorden met de juiste begrippen

Thema 4 Afsluiting

Cet élément n'a pas d'instructions

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

BEGRIPPEN

Cultuur en vorming

Cultuur: wat mensen in een samenleving van elkaar leren en delen

Norm: regel voor gedrag die uit een waarde volgt

Subcultuur: groep met eigen normen of stijl binnen de samenleving

Pluriform: met veel groepen die verschillend denken en leven

Verzuiling: indeling in groepen naar geloof of overtuiging

Socialisatie: je leert de waarden en normen van je samenleving

Sociale controle: bijsturen van elkaars gedrag met sancties

Thema 4 Afsluiting

Paragrafen 4.1 en 4.2. Vraag bij socialisatie naar het verschil tussen primair (gezin) en secundair (school, vrienden, media, werk).

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

BEGRIPPEN

Hokjes, migratie en integratie

Stereotype: vereenvoudigd beeld van een groep

Vooroordeel: negatief oordeel om iemands groep, zonder hem te kennen

Discriminatie: ongelijk behandelen om een kenmerk dat er niet toe doet

Push- en pullfactor: wat mensen wegduwt uit hun land en wat ze aantrekt

Integratie: volwaardig meedoen, met behoud van eigen gewoonten

Assimilatie: de cultuur van het nieuwe land helemaal overnemen

Segregatie: groepen die gescheiden van elkaar leven

Thema 4 Afsluiting

Paragrafen 4.3, 4.4 en 4.5. Laat een leerling de soorten migranten opnoemen (arbeid en kennis, gezin, asiel, studie) en een ander het verschil tussen structurele en sociaal-culturele integratie.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

BEGRIPPEN

Verandering en burgerschap

Individualisering: mensen kiezen steeds meer zelf hoe ze leven

Secularisering: geloof speelt een kleinere rol

Emancipatie: een achtergestelde groep krijgt gelijke rechten en kansen

Vergrijzing: het aandeel ouderen in de bevolking groeit

Burgerschap: meedoen aan de samenleving, met rechten en plichten

Polarisatie: groepen groeien uit elkaar en zien elkaar als vijand

Sociale cohesie: mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen

Thema 4 Afsluiting

Paragrafen 4.6 en 4.7, plus sociale cohesie als rode draad van het thema. Vergeet digitalisering en globalisering niet: laat leerlingen die zelf uitleggen.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Skaters hebben hun eigen kleding, woorden en vaste plekken in de stad. Wat vormen ze?

A

Een zuil

B

Een socialiserende instantie

C

Een subcultuur

D

Een gesegregeerde groep

Een subcultuur: een groep met eigen normen en stijl binnen de samenleving, die de meeste normen van de samenleving deelt. Een zuil omvatte je hele leven (school, krant, vakbond) op basis van geloof of overtuiging. Een skategroep kan wel een socialiserende invloed hebben, maar is geen instantie als gezin of school.

Maak de zinnen af

Wat je als kind thuis leert, hoort bij primaire socialisatie. Op school, bij vrienden en via media gaat het verder: secundaire socialisatie. Wie een norm breekt en een boze blik krijgt, krijgt een informele sanctie van de mensen om hem heen.

primaire socialisatie
secundaire socialisatie
sanctie
identiteit
cultuuroverdracht
segregatie

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Herhaling van 4.2. Misvatting: secundaire socialisatie is minder belangrijk. Het is vooral later, niet per se zwakker; in de puberteit is de invloed van vrienden juist groot.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Sara denkt dat alle voetbalsupporters agressief zijn, al kent ze er geen een. Wat is dat?

A

Discriminatie

B

Een vooroordeel

C

Etnocentrisme

D

Assimilatie

Een vooroordeel: een negatief oordeel over mensen om hun groep, zonder ze te kennen. Er zit een stereotype onder (supporters zijn agressief). Het is geen discriminatie, want Sara behandelt nog niemand ongelijk: discriminatie is gedrag. Doorvraag: wat zou Sara moeten doen, wil het discriminatie zijn?

1

Arbeidsmigranten uit Polen

2

Mensen uit het voormalige Nederlands-Indië

3

Vluchtelingen uit Oekraïne

4

Surinamers rond de onafhankelijkheid

5

Gastarbeiders uit Italië, Turkije en Marokko

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Zet deze migratiestromen in de volgorde waarin ze op gang kwamen, van vroeg naar laat.

Indië: vooral 1945 tot 1965. Gastarbeiders: werving in de jaren 60 (uit Italië al eerder, eind jaren 50). Suriname: rond 1975. Polen: vooral na de toetreding tot de EU in 2004. Oekraïne: vanaf 2022. Leerlingen verwisselen vaak de gastarbeiders en de Surinamers.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Een Poolse vrachtwagenchauffeur komt in Nederland werken, omdat hij hier meer verdient. Wat is dat hogere loon?

A

Een pullfactor

B

Een pushfactor

C

Een vorm van gezinsmigratie

D

Een vorm van assimilatie

Het hogere loon trekt hem naar Nederland: een pullfactor. Een pushfactor zou iets in Polen zijn, zoals werkloosheid of een laag loon daar. Let op: hetzelfde verschil in loon kun je vanuit het land van herkomst als push en vanuit Nederland als pull beschrijven; het gaat erom waar de oorzaak ligt.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

In een stad gaan kinderen uit verschillende groepen steeds vaker naar aparte scholen. Wat is dit?

A

Assimilatie

B

Integratie

C

Polarisatie

D

Segregatie

Segregatie: groepen leven gescheiden en komen elkaar weinig tegen. Polarisatie gaat verder: groepen zien elkaar dan als vijand. Segregatie kan wel tot polarisatie leiden, omdat groepen elkaar niet meer leren kennen (contacthypothese, 4.3).

Welke verandering is het?

Dat steeds minder mensen naar de kerk gaan, heet secularisering. Dat vrouwen dezelfde rechten kregen als mannen, is een vorm van emancipatie. Dat het aandeel ouderen groeit, heet vergrijzing. Dat je zelf je studie en partner kiest, past bij individualisering in de samenleving.

secularisering
emancipatie
vergrijzing
individualisering
globalisering
digitalisering
polarisatie

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Herhaling van 4.6. Doorvraag: noem een voorbeeld van globalisering en van digitalisering uit je eigen week.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Welke uitspraak valt niet onder de vrijheid van meningsuiting?

A

Een harde grap over een bekende politicus

B

Kritiek op een religie in een column

C

Een oproep om iemand thuis iets aan te doen

D

Een spandoek tegen de regering bij een demo

Een oproep tot geweld tegen iemand is strafbaar (bedreiging of opruiing) en wordt niet beschermd. Kwetsende grappen, kritiek op een religie en protest tegen de regering vallen er wel onder, zolang ze niet bedreigen, discrimineren of een groep beledigen om hun ras, geloof of seksuele gerichtheid. Uiteindelijk beslist de rechter.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

EXAMENOEFENING

Het buurthuis in de Vogelwijk

In de Vogelwijk staat buurthuis De Kraai. Er is huiswerkbegeleiding, een taalcafé waar nieuwkomers Nederlands oefenen met vrijwilligers, en elke vrijdag zaalvoetbal. Jongeren uit de hele wijk komen er, ook groepen die elkaar op straat nauwelijks spreken.

De gemeente moet bezuinigen, onder meer omdat de kosten van de ouderenzorg stijgen. Ze wil het buurthuis sluiten en de activiteiten verdelen over scholen en sportclubs. Een deel van de buurt protesteert. Anderen vinden het een verstandige keuze: de zorg voor ouderen gaat voor.

Thema 4 Afsluiting

Verzonnen casus. De casus combineert sociale cohesie (4.1), integratie en taal (4.5), contact tussen groepen (4.3), vergrijzing (4.6) en participatie door vrijwilligers (4.7). Laat leerlingen eerst in tweetallen de begrippen onderstrepen die ze in de tekst herkennen.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

Leg uit wat sluiting van het buurthuis kan doen met de sociale cohesie, en geef één argument voor sluiting.

Examenachtige vraag, 2 punten. Punt 1: het buurthuis is een ontmoetingsplek waar groepen die elkaar anders niet spreken samen iets doen (en nieuwkomers de taal oefenen); zonder die plek komen ze elkaar minder tegen, waardoor verbondenheid en vertrouwen afnemen: de sociale cohesie wordt zwakker. Punt 2: een argument voor sluiting met een waarde of belang, bijvoorbeeld: door de vergrijzing is het geld nodig voor zorg (waarde: zorg voor kwetsbare ouderen), of de activiteiten gaan gewoon door op scholen en bij clubs. Veelgemaakte fout: sociale cohesie noemen zonder uit te leggen hoe sluiting er invloed op heeft.

De Kwestie

THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING

TERUG NAAR DE KWESTIE

Hoe leven we samen in een samenleving met zoveel verschillen?

WAT JE NU WEET

  • Nederland is pluriform: mensen verschillen in cultuur, geloof en leefstijl. Je cultuur leer je door socialisatie.

  • Verschillen kunnen leiden tot hokjesdenken, vooroordelen en discriminatie. Contact, integratie en gelijke kansen gaan daar tegenin.

  • Migratie, individualisering, secularisering en andere veranderingen maken Nederland steeds pluriformer.

  • Wat ons bindt: gedeelde regels van de rechtsstaat, burgerschap, ontmoeting en vertrouwen. Dat is sociale cohesie.

Thema 4 Afsluiting

Cet élément n'a pas d'instructions