Vergelijkingen en soorten (Scheikunde vwo), les 3: Terugblik quiz

Vlammen van een gasbrander in het donker (foto: BogTar201213, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN

Quiz

Terugblik: Vergelijkingen en soorten

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz van elf vragen over reactievergelijkingen en reactiesoorten: lading en atomen, onbekende stoffen, verbranding, ontleding, zuur-base, condensatie, hydrolyse en massabehoud. Gevarieerde vraagvormen als afsluiting of toetsoefening.

Éléments de cette leçon

Vlammen van een gasbrander in het donker (foto: BogTar201213, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN

Quiz

Terugblik: Vergelijkingen en soorten

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: BogTar201213 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke vergelijking klopt in atomen én in lading?

A

Al(s) + Cu²⁺(aq) → Al³⁺(aq) + Cu(s)

B

2 Al(s) + 3 Cu²⁺(aq) → 2 Al²⁺(aq) + 3 Cu(s)

C

3 Al(s) + 2 Cu²⁺(aq) → 3 Al³⁺(aq) + 2 Cu(s)

D

2 Al(s) + 3 Cu²⁺(aq) → 2 Al³⁺(aq) + 3 Cu(s)

Goed: 2 Al, 3 Cu, lading 6+ links en 6+ rechts. Fout 1: lading 2+ links, 3+ rechts. Fout 2: lading 6+ links, 4+ rechts. Fout 3: lading 4+ links, 9+ rechts. Verwachte fout: de atomen kloppend maken en de lading vergeten. Syllabus R1.1.

2 Na + 2 H₂O → 2 Na⁺ + 2 OH⁻ + … Wat ontbreekt?

A

2 H₂(g)

B

H₂(g)

C

O₂(g)

D

H₂O₂(l)

Links: Na 2, H 4, O 2. Rechts zonder het onbekende: Na 2, O 2, H 2, lading 0 = 2+ + 2−. Er ontbreken 2 H: H₂. Fouten: 2 H₂ geeft 4 H te veel, O₂ en H₂O₂ bevatten O dat al klopt. Syllabus R1.2.

Zet op volgorde: de onbekende stof vinden

1

Tel elk element links en rechts

2

Bepaal het verschil per element

3

Controleer element- en ladingsbalans

4

Schrijf de ontbrekende stof op

Volgorde zoals in de les. Verwachte fout: de controle vergeten of de lading niet meenemen. Syllabus R1.2.

2 AgBr → 2 Ag + Br₂ onder invloed van licht. Welke reactiesoort?

A

Fotolyse

B

Thermolyse

C

Elektrolyse

D

Hydrolyse

Ontleding door licht is fotolyse. Controle: Ag 2 en Br 2 aan beide kanten. Thermolyse is ontleding door warmte, elektrolyse door stroom, hydrolyse door water. Syllabus R1.3.

Vul in

Een ester ontstaat uit een carbonzuur en een alcohol; een peptide ontstaat uit aminozuren, steeds onder afsplitsing van water.

carbonzuur
alcohol
aminozuren
keton
ether

Beide zijn condensatiereacties: er wordt H₂O afgesplitst. Verwachte fout: alcohol en aldehyde of keton door elkaar halen. Syllabus R1.3.

Welke vergelijking is de onvolledige verbranding van butaan tot CO?

A

2 C₄H₁₀ + 13 O₂ → 8 CO + 10 H₂O

B

2 C₄H₁₀ + 9 O₂ → 8 CO₂ + 10 H₂O

C

2 C₄H₁₀ + 9 O₂ → 8 CO + 10 H₂O

D

C₄H₁₀ + 9 O₂ → 4 CO + 5 H₂O

Goed: C 8, H 20, O 18 links; C 8, H 20, O 8 + 10 = 18 rechts. Fout 1: O 26 links, 18 rechts. Fout 2: O 18 links, 26 rechts. Fout 3: O 18 links, 9 rechts. Verwachte fout: de coëfficiënt van O₂ van de volledige verbranding (13) gebruiken. Syllabus R1.2 en R1.3.

NH₃ + H₂O ⇌ NH₄⁺ + OH⁻. Welk deeltje is in de heenreactie het zuur?

A

NH₃, want het neemt een H⁺ op

B

H₂O, want het staat een H⁺ af

C

OH⁻, want het wordt gevormd

D

NH₄⁺, want het heeft een lading

H₂O is de donor en geeft een H⁺ aan NH₃. Controle: N 1, H 5, O 1 en lading 0 links; N 1, H 4 + 1 = 5, O 1 en lading 0 rechts. NH₃ is de base (acceptor). Verwachte fout: denken dat het zuur het deeltje met de lading is. Syllabus R1.3.

Geef de hydrolyse van CH₃COOCH₃ met H₂O.

Goed antwoord: CH₃COOCH₃ + H₂O ⇌ CH₃COOH + CH₃OH. Controle: C 3, H 8, O 3 aan beide kanten. Verwachte fouten: H₂O vergeten of de producten verwisselen met een omestering. Syllabus R1.3.

12,0 g C verbrandt volledig met 32,0 g O₂. Hoeveel g CO₂ ontstaat?

A

20,0 g

B

32,0 g

C

22,0 g

D

44,0 g

Massabehoud: 12,0 + 32,0 = 44,0 g CO₂. Nagerekend: 1,00 mol C (12,0 g) reageert met 1,00 mol O₂ (32,0 g) tot 1,00 mol CO₂ (44,0 g). Fouten: 20,0 g is het verschil, 32,0 g is de massa O₂, 22,0 g is de helft. Afronding: drie significante cijfers. Syllabus R&A3.1.

C₆H₆ + Cl₂ → C₆H₅Cl + HCl. Welke reactiesoort?

A

Additie

B

Condensatie

C

Hydrolyse

D

Substitutie

Een H van benzeen is door Cl vervangen en er ontstaan twee producten: substitutie. Controle: C 6, H 6, Cl 2 aan beide kanten. Additie zou één product geven, condensatie zou een klein molecuul als H₂O afsplitsen, hydrolyse zou water als beginstof hebben. Syllabus R1.3.

Maak kloppend: Fe³⁺ + I⁻ → Fe²⁺ + I₂.

Goed antwoord: 2 Fe³⁺ + 2 I⁻ → 2 Fe²⁺ + I₂. Controle: Fe 2, I 2 links en rechts; lading 6+ + 2− = 4+ links, 2 × 2+ = 4+ rechts. Verwachte fout: alleen de atomen kloppend maken, zodat de lading niet klopt. Syllabus R1.1.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN

Goed gedaan!

Je kunt nu een vergelijking met een onbekende stof opstellen, de reactiesoort herkennen en bewijzen, een analoge reactie geven en redeneren met behoud van element, massa, lading en energie.

Cet élément n'a pas d'instructions