Reactievergelijkingen en typen (Scheikunde havo), les 3: Terugblik quiz

Blauwe vlam van een gasbrander, 2013 (foto: Lisafern, CC0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN

Quiz

Terugblik: Reactievergelijkingen en typen

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz van elf vragen over reactievergelijkingen en reactietypen: coëfficiënten, verbranding, ioniseren, ontleding, zuur-base en behoud van massa. Gevarieerde vraagvormen, geschikt als afsluiting of toets-oefening.

Éléments de cette leçon

Blauwe vlam van een gasbrander, 2013 (foto: Lisafern, CC0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN

Quiz

Terugblik: Reactievergelijkingen en typen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Lisafern / Wikimedia Commons, CC0

Wat pas je aan om een vergelijking kloppend te maken?

A

De indices in de formules

B

De toestandsaanduidingen

C

De lading van de ionen

D

De coëfficiënten voor de formules

Alleen coëfficiënten mogen veranderen. Indices en lading horen bij de stof en blijven gelijk. Syllabus R1.1.

Wat is de coëfficiënt van H₂O in 4 NH₃ + 5 O₂ → 4 NO + … H₂O?

A

5

B

6

C

10

D

12

H: 4 × 3 = 12 H links, dus 6 H₂O. Controle O: 10 links, 4 + 6 = 10 rechts. Fouten: 5 is de coëfficiënt van O₂, 10 het aantal O links, 12 het aantal H in plaats van het aantal H₂O. Syllabus R1.1.

Welke vergelijking klopt in atomen én in lading?

A

Zn(s) + H⁺(aq) → Zn²⁺(aq) + H₂(g)

B

Zn(s) + 2 H⁺(aq) → Zn⁺(aq) + H₂(g)

C

Zn(s) + 2 H⁺(aq) → Zn²⁺(aq) + H₂(g)

D

Zn(s) + 2 H⁺(aq) → Zn²⁺(aq) + 2 H₂(g)

Goed: 1 Zn, 2 H, lading 2+ links en 2+ rechts. Fout 1: 1 H links en 2 rechts, lading 1+ en 2+. Fout 2: lading 2+ links, 1+ rechts. Fout 3: 2 H links en 4 H rechts. Syllabus R1.1.

Geef de ioniseervergelijking van HNO₃(l).

Goed antwoord: HNO₃(l) → H⁺(aq) + NO₃⁻(aq). Controle: 1 H, 1 N, 3 O links en rechts, lading 0 = 1+ + 1−. Verwachte fouten: het NO₃⁻-ion uit elkaar halen of de toestanden vergeten. Syllabus R1.2.

Wat ontstaat bij onvolledige verbranding van een koolwaterstof?

A

CO of roet (C), naast H₂O

B

Alleen CO₂ en H₂O

C

H₂ en O₂

D

CO₂ en H₂O₂

Met te weinig zuurstof ontstaan CO of C, naast water. Fouten: alleen CO₂ is volledige verbranding, H₂ en O₂ is de ontleding van water. Syllabus R1.3.

Zet op volgorde: C₂H₆ + O₂ → CO₂ + H₂O

1

Zet 2 voor CO₂

2

Verdubbel alle coëfficiënten

3

Zet 3½ voor O₂

4

Zet 3 voor H₂O

Eerst C (2 CO₂), dan H (3 H₂O), dan O (7 O rechts, dus 3½ O₂). De breuk weg door alles te verdubbelen: 2 C₂H₆ + 7 O₂ → 4 CO₂ + 6 H₂O. Controle: 4 C, 12 H, 14 O aan beide kanten. Syllabus R1.1 en R1.2.

Gesmolten NaCl wordt met stroom ontleed. Welk reactietype?

A

Thermolyse

B

Elektrolyse

C

Fotolyse

D

Substitutie

De ontleding vindt plaats door elektrische stroom: 2 NaCl(l) → 2 Na(l) + Cl₂(g). Fouten: thermolyse is ontleding door warmte, fotolyse door licht. Controle: 2 Na en 2 Cl aan beide kanten. Syllabus R1.3.

Vul in

Bij fotolyse wordt een stof door licht ontleed en bij thermolyse door warmte.

fotolyse
licht
thermolyse
elektrolyse
stroom

Thermolyse: warmte, fotolyse: licht, elektrolyse: elektrische stroom. Verwachte fout: thermolyse en elektrolyse verwisselen. Syllabus R1.3.

CaCO₃ wordt in een open kroes verhit. Waarom is de vaste stof daarna lichter?

A

Er verdwijnen atomen door verhitting

B

Een deel van de massa wordt warmte

C

CaO heeft een kleinere dichtheid

D

Het gevormde CO₂ ontsnapt als gas

Massabehoud: CaCO₃(s) → CaO(s) + CO₂(g). De massa van CaO plus de ontsnapte CO₂ is gelijk aan de beginmassa. Fouten: atomen verdwijnen niet (elementbehoud), massa wordt bij een chemische reactie niet merkbaar omgezet in warmte, en dichtheid zegt niets over de massa. Syllabus R1.3 en R&A3.1.

Welke reactie is een zuur-basereactie?

A

NH₃(aq) + H⁺(aq) → NH₄⁺(aq)

B

Fe(s) + Cu²⁺(aq) → Fe²⁺(aq) + Cu(s)

C

CaCO₃(s) → CaO(s) + CO₂(g)

D

C(s) + O₂(g) → CO₂(g)

In de eerste neemt NH₃ een H⁺ op: zuur-base. De tweede is redox, de derde thermolyse en de vierde verbranding (ook een redoxreactie). Controle: 1 N en 4 H aan beide kanten, lading 1+. Syllabus R1.3.

Maak kloppend: Ca(OH)₂ + HCl → CaCl₂ + H₂O.

Goed antwoord: Ca(OH)₂ + 2 HCl → CaCl₂ + 2 H₂O. Controle: 1 Ca, 4 H, 2 O, 2 Cl links; 1 Ca, 2 Cl, 4 H, 2 O rechts. Verwachte fout: alleen 2 HCl schrijven en H₂O vergeten. Syllabus R1.1.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN

Goed gedaan!

Je kunt nu een reactievergelijking opstellen en kloppend maken, het reactietype herkennen en uitleggen wat er bij een reactie behouden blijft.

Cet élément n'a pas d'instructions