Elektromagnetische inductie (Natuurkunde vwo), les 3: Terugblik quiz

Windmolens bij de Eemshaven (foto: Baykedevries, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · D2 · INDUCTIE

Quiz

Terugblik: Elektromagnetische inductie

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik quiz met 11 vragen over flux, inductiespanning, evenredigheden, het draaiend raam, de dynamo en de microfoon, met rekenvragen en een open vraag.

Éléments de cette leçon

Windmolens bij de Eemshaven (foto: Baykedevries, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · D2 · INDUCTIE

Quiz

Terugblik: Elektromagnetische inductie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Baykedevries / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Vul in

De eenheid van flux is de weber, met 1 Wb = 1 T·m². Uind hangt af van de verandering van Φ, niet van Φ zelf.

weber
T·m²
verandering
tesla
grootte

Syllabus D2.5: flux en inductie. Fout: Uind laten afhangen van de grootte van Φ.

Spoel A: N = 100, magneet snel erin. Spoel B: N = 400, magneet half zo snel. Uind in B?

A

4 keer zo groot als in A

B

Even groot als in A

C

2 keer zo groot als in A

D

2 keer zo klein als in A

Uind ∝ N·ΔΦ/Δt: 4 · ½ = 2. Fouten: de snelheid vergeten (4), N en snelheid tegen elkaar wegstrepen (gelijk) en de snelheid verkeerd gebruiken (2 keer zo klein). Syllabus D2.5.

Raam (A = 1,2·10⁻³ m²) in 0,35 T draait van loodrecht naar evenwijdig aan B. Bereken |ΔΦ|.

A

4,2·10⁻⁴ Wb

B

0 Wb

C

8,4·10⁻⁴ Wb

D

3,4·10⁻³ Wb

Loodrecht op B: Φ = B·A = 0,35 · 1,2·10⁻³ = 4,2·10⁻⁴ Wb. Evenwijdig aan B: B⊥ = 0, dus Φ = 0. |ΔΦ| = 4,2·10⁻⁴ − 0 = 4,2·10⁻⁴ Wb (controle: 1,2·10⁻³ · 0,35 = 4,2·10⁻⁴ Wb). Fouten: denken dat Φ niet verandert (0), een halve slag rekenen van +Φ naar −Φ (8,4·10⁻⁴) en A/B (3,4·10⁻³). Syllabus D2.5.

Magneet erin geeft een positieve puls. Je trekt hem er even snel uit. Uind?

A

Even groot en ook positief

B

Even groot, maar negatief

C

Nul, want Φ wordt kleiner

D

Twee keer zo groot, negatief

Erin: Φ neemt toe, helling positief. Eruit: Φ neemt even snel af, helling even groot maar negatief, dus Uind heeft het tegengestelde teken. Fouten: het teken niet omdraaien, denken dat afnemende flux geen spanning geeft en de grootte veranderen. Syllabus D2.5.

Zet op volgorde: een magneet valt door een spoel

1

De magneet nadert de spoel

2

Φ neemt toe en er ontstaat een eerste Uind

3

Midden in de spoel is Φ maximaal en Uind even nul

4

De magneet verlaat de spoel: Φ neemt af en Uind wisselt van teken

Syllabus D2.5: een bewegende magneet in een spoel, volgorde zoals in de animatie.

Geef twee manieren om Φ te laten veranderen.

Goed antwoord: twee van B veranderen, de oppervlakte A veranderen en het raam draaien (de hoek veranderen). Verwachte fout: alleen zeggen dat het raam beweegt zonder te noemen wat er met B⊥ of A gebeurt. Syllabus D2.5.

Een raam draait 50 keer per seconde rond in een homogeen veld. Frequentie van Uind?

A

100 Hz

B

25 Hz

C

3,0·10³ Hz

D

50 Hz

Eén omwenteling is één periode van Uind: f = 50 Hz (T = 1/50 = 0,020 s; controle: 1/0,020 = 50 Hz). Fouten: de twee nuldoorgangen per periode tellen (100), delen door 2 (25) en omwentelingen per minuut gebruiken (3,0·10³). Syllabus D2.5.

Dynamische microfoon: dezelfde toon, harder geluid. Wat verandert er aan Uind?

A

Grotere amplitude, dezelfde frequentie

B

Hogere frequentie, dezelfde amplitude

C

Kleinere amplitude, dezelfde frequentie

D

Niets: alleen de toon telt

Harder geluid geeft een grotere uitwijking en snelheid van de spoel: grotere Uind. De toonhoogte bepaalt de frequentie, die blijft gelijk. Fouten: volume met frequentie verwarren en de verkeerde richting kiezen. Syllabus D2.5.

Wat lees je in een (Φ,t)-diagram af voor Uind?

A

De oppervlakte onder de grafiek

B

De hoogte van de grafiek

C

De helling van de grafiek

D

Het maximum van de grafiek

Uind ∝ ΔΦ/Δt: de helling (bij een kromme de raaklijn). Fouten: oppervlakte en helling verwisselen en Φ zelf gebruiken. Syllabus D2.5.

Bereken ΔΦ/Δt: Φ stijgt in 0,030 s van 0 naar 6,0·10⁻³ Wb.

A

5,0 Wb/s

B

1,8·10⁻⁴ Wb/s

C

2,0·10⁻¹ Wb/s

D

6,0·10⁻³ Wb/s

ΔΦ/Δt = 6,0·10⁻³ / 0,030 = 0,20 Wb/s (controle: 0,20 · 0,030 = 6,0·10⁻³ Wb). Fouten: Δt/ΔΦ (5,0), vermenigvuldigen (1,8·10⁻⁴) en de tijd vergeten (6,0·10⁻³). Syllabus D2.5.

Waarom brandt de lamp van een fietsdynamo niet als je stilstaat?

A

Dan verandert Φ niet, dus Uind = 0

B

Een dynamo bevat geen magneet

C

De spoel laadt pas na enige tijd op

D

Een stilstaande magneet heeft geen veld

Stilstaan betekent geen draaiing en dus geen fluxverandering: Uind = 0. Fouten: een dynamo zonder magneet, een opladende spoel en een magneet die zonder beweging geen veld zou hebben. Syllabus D2.5.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · D2 · INDUCTIE

Goed gedaan!

Elektromagnetische inductie: verandert Φ = B⊥·A, dan ontstaat Uind ∝ N·ΔΦ/Δt.

Cet élément n'a pas d'instructions