Lopende golven en geluid (Natuurkunde havo), les 3: Terugblik quiz

Golven in een rimpeltank (foto: Psgs123xyz, CC0)

EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN

Quiz

Terugblik: Lopende golven en geluid

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz met elf vragen over lopende golven en geluid: begrippen, rekenen met v = f·λ en echo, diagrammen en een volgordevraag.

Éléments de cette leçon

Golven in een rimpeltank (foto: Psgs123xyz, CC0)

EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN

Quiz

Terugblik: Lopende golven en geluid

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Psgs123xyz / Wikimedia Commons, CC0

Een kurk drijft op water terwijl er golven langskomen. Wat doet de kurk?

A

Hij wordt met de golf mee naar de kant gedragen

B

Hij beweegt met dezelfde snelheid als de golf

C

Hij trilt om zijn plek en komt niet mee

D

Hij beweegt niet, want de golf gaat eronderdoor

Syllabus B1.3: een lopende golf transporteert energie en informatie, geen materie. De kurk trilt om zijn plek.

Vul in

Door een vacuüm plant geluid zich niet voort, omdat geluid een longitudinale golf is die een stof nodig heeft.

vacuüm
longitudinale
transversale
lichtsnelheid

Geluid is longitudinaal en heeft een stof nodig. Verwachte fout: 'transversale'.

Een orgelpijp geeft 256 Hz; de golflengte is 1,34 m. Bereken de geluidsnelheid.

A

343 m/s

B

191 m/s

C

257 m/s

D

5,23·10⁻³ m/s

v = f·λ = 256 · 1,34 = 343,04 m/s, drie significante cijfers: 343 m/s. Fouten: f/λ = 191 m/s, optellen = 257 m/s, λ/f = 5,23·10⁻³.

Je ziet vuurwerk ontploffen en hoort de knal 4,0 s later. Geluidsnelheid 343 m/s. Afstand?

A

6,9·10² m

B

86 m

C

1,2·10⁹ m

D

1,4·10³ m

Het licht doet er verwaarloosbaar kort over. s = v·t = 343 · 4,0 = 1372 m, twee significante cijfers: 1,4·10³ m. Fouten: delen door 2 (6,9·10² m), v/t (86 m), lichtsnelheid gebruikt (1,2·10⁹ m).

Zet op volgorde: een afstandsmeting met een echo

1

Uit de tijd tussen puls en echo volgt de afstand

2

De puls plant zich voort naar het voorwerp

3

De puls weerkaatst tegen het voorwerp

4

De echo komt terug bij de ontvanger

5

De zender zendt een geluidspuls uit

Syllabus B1.3: echo.

Bereken v met de diagrammen van een golf in een touw.

A

0,50 m/s

B

2,0 m/s

C

2,0·10² m/s

D

0,12 m/s

Syllabus B1.5. (u,x): λ = 50 cm = 0,50 m (nulpunten bij 0, 25 en 50 cm). (u,t): T = 0,25 s. v = λ/T = 0,50/0,25 = 2,0 m/s. Fouten: T/λ (0,50), cm niet omgerekend (2,0·10² m/s), amplitude 3,0 cm / T (0,12 m/s). Image credit: Eigen figuur

Welke bewering over geluid en licht klopt?

A

Licht kan door vacuüm, geluid niet

B

Geluid is transversaal, licht longitudinaal

C

Geluid is sneller dan licht in lucht

D

Beide golven hebben een stof nodig

Geluid is longitudinaal en heeft een stof nodig; licht is een elektromagnetische golf en veel sneller.

Waarom hoor je de donder na de bliksem?

Goed antwoord: geluid is veel langzamer dan licht (geluidsnelheid ongeveer 343 m/s, lichtsnelheid 3,00·10⁸ m/s). Verwachte fout: 'omdat de donder verder weg ontstaat'.

Een toon gaat van lucht naar water; f blijft gelijk. Wat gebeurt er met λ?

A

λ wordt kleiner, want v is groter

B

λ blijft gelijk, want f blijft gelijk

C

λ wordt groter, want v is groter

D

λ wordt kleiner, door de dichtheid

Syllabus B1.3: geluidsnelheid hangt af van de stof; in water ongeveer 1,5·10³ m/s, in lucht 343 m/s. λ = v/f: bij gelijke f is λ recht evenredig met v, dus groter in water.

Je staat twee keer zo ver van een wand. Wat gebeurt er met de tijd tot de echo?

A

Die blijft gelijk

B

Die wordt twee keer zo groot

C

Die wordt twee keer zo klein

D

Die wordt vier keer zo groot

Δt = 2d/v: Δt is recht evenredig met d.

Een boei gaat in 30 s precies 12 keer op en neer; λ is 8,0 m. Bereken v.

A

20 m/s

B

96 m/s

C

0,31 m/s

D

3,2 m/s

f = 12/30 = 0,40 Hz; v = f·λ = 0,40 · 8,0 = 3,2 m/s. Fouten: T = 2,5 s als f gebruikt (20 m/s), aantal als f (96 m/s), omgekeerd (0,31 m/s).

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN

Goed gedaan!

Je kunt nu met lopende golven en echo's rekenen en diagrammen aflezen.

Cet élément n'a pas d'instructions