Golven in een rimpeltank (foto: Psgs123xyz, CC0)
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Examentraining
Lopende golven en geluid: zo pak je examenvragen aan
Golven in een rimpeltank (foto: Psgs123xyz, CC0)
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Examentraining
Lopende golven en geluid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Psgs123xyz / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan rekenen met v = f·λ en met een echo, en waarden aflezen uit (u,t)- en (u,x)-diagrammen.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: schrijf gegeven en gevraagd op, met eenheden in SI (ms naar s, cm naar m).
2. Kies: zoek de formule in je informatieboek en herleid hem als dat nodig is.
3. Reken: vul in en rond af op het aantal significante cijfers van het minst nauwkeurige gegeven.
4. Controleer: klopt de eenheid, en past de grootte bij de situatie?
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Rekenen met v = f·λ
Gegeven twee van de drie grootheden: bereken de derde.
Zet f = 1/T in als de trillingstijd gegeven is.
Reken eerst om naar SI-eenheden.
Cet élément n'a pas d'instructions
Een luidspreker zendt een toon van 680 Hz uit. Geluidsnelheid 343 m/s. Bereken λ.
1,98 m
0,504 m
2,33·10⁵ m
0,504 cm
Syllabus B1: v = f·λ. Gegeven f = 680 Hz, v = 343 m/s. λ = v/f = 343/680 = 0,5044 m, drie significante cijfers: 0,504 m. Fouten: f/v = 1,98 m, v·f = 2,33·10⁵ m, verkeerde eenheid.
Een watergolf heeft λ = 1,2 m en v = 3,0 m/s. Bereken de trillingstijd van een boei.
0,40 s
2,5 s
2,5 Hz
3,6 s
f = v/λ = 3,0/1,2 = 2,5 Hz; T = 1/f = 0,40 s. Fouten: 2,5 s (f als T), 2,5 Hz (f in plaats van T), 3,6 s (v·λ).
Zeebodem met wrak, gemeten met echo's (foto: NOAA, publiek domein)
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Afstand bepalen met een echo
Het geluid legt 2d af: d = v·Δt/2.
Gebruik de geluidsnelheid van de juiste stof.
Staat de tijdbasis in ms? Zet om naar s.
Image credit: NOAA / Wikimedia Commons, publiek domein
Een schip zendt geluid omlaag, echo na 0,160 s. In zeewater is v = 1,5·10³ m/s. Diepte?
2,4·10² m
27 m
1,2·10² m
9,4·10³ m
Syllabus B1.3: echo. d = v·Δt/2 = 1,5·10³ · 0,160 / 2 = 120 m = 1,2·10² m (twee significante cijfers). Fouten: niet door 2 delen (2,4·10² m), lucht-snelheid 343 m/s gebruiken (27 m), v/Δt (9,4·10³ m).
Het oscillogram toont zendpuls en echo in lucht (343 m/s). Bereken de afstand.
9,6 m
4,8 m
1,2 m
4,8·10³ m
Syllabus B1.3 en B1.5: oscillogram. De puls staat bij 1,0 div, de echo bij 8,0 div: 7,0 div. Tijdbasis 4,0 ms/div: Δt = 28 ms = 0,028 s. d = 343 · 0,028 / 2 = 4,8 m. Fouten: niet delen door 2 (9,6 m), 7 ms gebruiken (1,2 m), ms niet omrekenen (4,8·10³ m). Image credit: Eigen figuur
Een (u,t)-diagram met trillingstijd en amplitude
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Een (u,t)-diagram aflezen
Lees T af tussen twee opeenvolgende toppen.
Reken af met de tijdbasis of de schaal van de t-as.
Dan f = 1/T.
Image credit: Eigen figuur
Het oscillogram toont een toon in lucht (343 m/s). Bereken de golflengte.
1,46 m
0,172 m
686 m
0,686 m
Syllabus B1.5: oscillogram. Eén trilling beslaat 4,0 div; tijdbasis 0,50 ms/div, dus T = 2,0 ms = 2,0·10⁻³ s en f = 1/T = 5,0·10² Hz. λ = v/f = 343/500 = 0,686 m (of λ = v·T). Fouten: f/v (1,46 m), één hokje als T (0,172 m), ms niet omgerekend (686 m). Image credit: Eigen figuur
Een punt van een touw trilt met T = 0,20 s. De golf loopt met 4,5 m/s. Bereken λ.
23 m
4,4·10⁻² m
9,0 m
0,90 m
Syllabus B1.3: λ = v/f met f = 1/T, dus λ = v·T = 4,5 · 0,20 = 0,90 m (twee significante cijfers). Fouten: v/T (23 m), T/v (4,4·10⁻² m), komma verschoven (9,0 m). Het cardiogram zelf oefen je bij Trillingen en resonantie.
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Een (u,x)-diagram en evenredigheid
Lees λ af tussen twee opeenvolgende toppen of nulpunten van gelijke richting.
Reken cm om naar m voor je v = f·λ gebruikt.
Bij gelijke v is λ omgekeerd evenredig met f.
Cet élément n'a pas d'instructions
Het (u,x)-diagram toont een golf in een touw met f = 1,5 Hz. Bereken v.
90 m/s
0,90 m/s
2,5 m/s
4,5·10⁻² m/s
Syllabus B1.5: (u,x)-diagram. De golf is bij x = 0, 30 en 60 cm door nul: λ = 60 cm = 0,60 m. v = f·λ = 1,5 · 0,60 = 0,90 m/s. Fouten: cm als m (90 m/s), f/λ (2,5 m/s), amplitude 3,0 cm gebruikt (4,5·10⁻² m/s). Image credit: Eigen figuur
In hetzelfde touw wordt f twee keer zo groot, v blijft gelijk. Wat doet λ?
De golflengte wordt twee keer zo groot
De golflengte blijft gelijk
De golflengte wordt twee keer zo klein
De golflengte wordt vier keer zo klein
v = f·λ met v constant: λ is omgekeerd evenredig met f. f maal 2 geeft λ delen door 2. Fout: rechte evenredigheid veronderstellen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Rekenen met v = f·λ
Afstand met een echo
Een (u,t)-diagram aflezen
Een (u,x)-diagram en evenredigheid
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF · B1 · LOPENDE GOLVEN
Tips voor op het examen
Schrijf elke tussenstap met eenheid op; zo zie je meteen een ms of cm die nog moet worden omgerekend.
Rond pas aan het eind af, en op het aantal significante cijfers van het gegeven met de minste cijfers.
Cet élément n'a pas d'instructions