Notenschrift en intervallen (Muziek havo), les 1: Uitleg

VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

NOTENSCHRIFT EN INTERVALLEN

Examenstof muziek havo

1 / 24
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over notenschrift (notenbalk, g-sleutel en f-sleutel, kruis, mol en herstellingsteken), chromatiek, glissando, transponeren en de melodische intervallen van prime tot octaaf, met drie luisterfragmenten en eigen notenbeelden.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

NOTENSCHRIFT EN INTERVALLEN

Examenstof muziek havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 d (toonhoogte). Image credit: Puikstekend / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan noten lezen in de g-sleutel en f-sleutel, voortekens toepassen, intervallen benoemen en een melodie volgen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat kun je allemaal vertellen over een melodie?

Verwachte woorden: hoog, laag, omhoog, omlaag, sprong, stapje, noten, toonhoogte, spanning. Zet de woorden op het bord en sorteer ze: wat gaat over hoog en laag en hoe je dat opschrijft (blok 1 en 2), en wat gaat over de afstand tussen twee tonen (blok 3).

Een notenbalk met g-sleutel en de noten C D E F G A B C

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

NOTENBALK EN G-SLEUTEL

  • Noten staan op een notenbalk van vijf lijnen. Je telt de lijnen van onderen naar boven.

  • Hoe hoger de noot staat, hoe hoger de toon. De absolute notennamen zijn C, D, E, F, G, A en B.

  • De g-sleutel krult om de tweede lijn van onderen: daar staat de G. Vanaf die G lees je de rest.

  • Valt een noot buiten de balk, dan krijgt hij een hulplijntje, zoals de eerste C hier.

Syllabus A1/A2 d: notenschrift met absolute notennamen en de g-sleutel. Laat leerlingen de lijnen hardop tellen, van onderen. Veelgemaakte fout: van boven af tellen, waardoor de G een lijn te hoog of te laag terechtkomt. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

De f-sleutel met de F tussen de twee puntjes, rechts de middelste C

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

DE F-SLEUTEL

  • De f-sleutel heeft twee puntjes rond de vierde lijn van onderen: daar staat de F.

  • Je gebruikt hem voor lage tonen, bijvoorbeeld voor cello, fagot, tuba en contrabas.

  • De g-sleutel gebruik je voor hogere tonen, bijvoorbeeld voor viool en dwarsfluit.

  • De middelste C staat onder de balk met g-sleutel en boven de balk met f-sleutel.

Syllabus: de f-sleutel. Op de afbeelding staan de noten G tot en met A op de balk en de middelste C boven de balk. Veelgemaakte fout: de noten in de f-sleutel lezen alsof er een g-sleutel staat. Dezelfde plek op de balk is in de f-sleutel een andere noot. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Een G met kruis (gis), een herstellingsteken en een mol (ges)

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

KRUIS, MOL EN HERSTELLINGSTEKEN

  • Een kruis voor een noot maakt de toon een halve toon hoger, een mol een halve toon lager.

  • Een herstellingsteken maakt een kruis of mol weer ongedaan: de noot klinkt weer gewoon.

  • Zo'n teken staat vlak voor de noot en geldt tot de volgende maatstreep.

  • Een G met kruis heet gis, een G met mol heet ges.

Syllabus: voortekens herstellingsteken, kruis en mol. Op de afbeelding staat vijf keer dezelfde G: gewoon, met kruis, met herstellingsteken, met mol en weer met herstellingsteken. Veelgemaakte fout: kruis en mol verwisselen, of denken dat een teken voor de rest van het stuk blijft gelden. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Welke noot staat op de afbeelding?

A

F

B

D

C

B

D

E

Vierde lijn van onderen in de g-sleutel: D. Wie F kiest, telt van boven af; wie B kiest, leest de derde lijn. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vul in: de sleutels

De g-sleutel krult om de G op de tweede lijn, de f-sleutel hoort bij lage tonen.

g-sleutel
tweede
f-sleutel
vierde
eerste

G op de tweede lijn van onderen. Veelgemaakte fout: vierde invullen, want daar staat de F van de f-sleutel.

Voortekens bij de sleutel: een tot en met drie kruisen of mollen

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

VOORTEKENS BIJ DE SLEUTEL

  • Kruisen of mollen direct achter de sleutel gelden voor het hele stuk en voor elke noot met die naam.

  • De kruisen komen in vaste volgorde: F, C, G. De mollen ook: B, E, A.

  • Zo noteer je een melodie met voortekens: eerst de voortekens bij de sleutel, dan de noten.

  • Op het examen noteer je een melodie in de g-sleutel met hoogstens drie voortekens.

Syllabus A1/A2 d: noteren van een aangeboden melodie in de g-sleutel met maximaal drie voortekens. De volgorde F, C, G en B, E, A zijn de eerste drie van de bekende reeksen. Veelgemaakte fout: het voorteken alleen bij die ene noot toepassen en niet bij dezelfde noot in een andere octaaf. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Transponeren: C D E C wordt D E Fis D, elke noot twee halve tonen hoger

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

TRANSPONEREN

  • Transponeren is een melodie hoger of lager zetten zonder dat de melodie verandert.

  • Elke noot schuift evenveel op, dus alle intervallen tussen de noten blijven gelijk.

  • In het voorbeeld gaat elke noot twee halve tonen omhoog: C D E C wordt D E Fis D.

  • Zo past een zangeres een lied aan haar stem aan.

Syllabus: transponeren. Laat leerlingen op een toetsenbord of met hun stem beide versies spelen: het klinkt als hetzelfde liedje, alleen hoger. Veelgemaakte fout: de noten wel verschuiven, maar het kruis bij Fis vergeten. Daarom blijft de afstand tussen de noten niet gelijk. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Chromatiek: twaalf halve tonen van C naar C, met kruisen

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

CHROMATIEK EN GLISSANDO

  • Chromatiek is een reeks tonen die steeds een halve toon verschillen, met kruisen of mollen erbij.

  • Van C naar de volgende C zijn dat twaalf halve tonen: alle toetsen van de piano.

  • Bij een glissando glijd je van de ene toon naar de andere, zonder aparte tonen.

  • In notenschrift zie je dat als een lijn tussen twee noten, met de afkorting gliss.

Syllabus: chromatiek en glissando. Een chromatische reeks gebruikt elke toets van de piano, ook de zwarte. Veelgemaakte fout: een snelle toonladder een glissando noemen. Bij een glissando hoor je geen losse tonen, bij chromatiek wel. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Rimsky-Korsakov: Vlucht van de hommel (London Cello Orchestra, Cala Records). Wat leerlingen horen: razendsnelle reeksen die steeds een halve toon omhoog en omlaag gaan, als een rondvliegende hommel. Kijkvraag: gaat de melodie met sprongen of met kleine stapjes? Antwoord: met stapjes van een halve toon, dat is chromatiek.

Video: Gershwin: Rhapsody in Blue, opening met klarinetsolo (Olivier Patey, Koninklijk Concertgebouworkest). Wat leerlingen horen: de klarinet begint met een lange triller en laat daarna de toon in een lange beweging omhoog glijden, zonder losse tonen: een glissando. Kijkvraag: hoor je losse tonen of een glijdende beweging? Antwoord: een glijdende beweging, dat is een glissando.

Welke noot zie je op de afbeelding?

A

B met kruis

B

B met herstellingsteken

C

A met mol

D

B met mol

De noot staat op de middelste lijn (B) met een mol ervoor. Wie A met mol kiest, leest de lijn verkeerd. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Zet de tonen van laag naar hoog

1

A

2

G met kruis

3

G met mol

4

G

Een mol maakt de toon een halve toon lager en een kruis een halve toon hoger. Dus: G met mol, G, G met kruis, A. Veelgemaakte fout: G met kruis voor G zetten.

Intervallen vanaf C: reine prime, grote secunde, grote terts, reine kwart, reine kwint, grote sext, groot septiem, rein octaaf

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

INTERVALLEN TELLEN EN BENOEMEN

  • Een interval is de afstand tussen twee tonen. Je telt de letternamen, ook de eerste en de laatste.

  • Twee dezelfde tonen vormen een prime. Daarna volgen secunde, terts, kwart, kwint, sext, septiem en octaaf.

  • C naar E: drie letters (C, D, E), dus een terts. C naar G: vijf letters, dus een kwint.

  • Een melodisch interval klinkt na elkaar, zoals in een melodie.

Syllabus: melodische intervallen tot en met het octaaf. Auditief worden prime, secunde, terts, kwart, kwint en octaaf bevraagd; sext en septiem hoef je alleen in notenschrift te kennen. Veelgemaakte fout: de eerste noot niet meetellen, waardoor je een terts een secunde noemt. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vanaf C: kleine secunde, kleine terts, overmatige kwart, verminderde kwint, kleine sext, klein septiem

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

REIN, GROOT, KLEIN, OVERMATIG, VERMINDERD

  • Prime, kwart, kwint en octaaf zijn rein; secunde, terts, sext en septiem zijn groot of klein.

  • Een klein interval is een halve toon smaller dan het grote: kleine terts 3, grote terts 4 halve tonen.

  • Een reine kwart is 5 halve tonen, een reine kwint 7 en een rein octaaf 12.

  • Een overmatige kwart en een verminderde kwint zijn allebei 6 halve tonen.

Syllabus: reine/overmatige kwart, verminderde/reine kwint, kleine/grote sext, klein/groot septiem. De afbeelding laat vanaf C zien hoe een mol of kruis het interval verandert. Veelgemaakte fout: kleine terts en grote terts omdraaien. Klein is altijd het kleinste aantal halve tonen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Beethoven: Symfonie nr. 5, eerste deel (Boston Philharmonic, Zander). Wat leerlingen horen: het beroemde openingsmotief: drie gelijke tonen en dan een lagere. Daarna klinkt het motief een stap lager nog een keer. Kijkvraag: is de sprong tussen de derde en vierde toon omhoog of omlaag? Antwoord: omlaag, een grote terts (g naar es, 4 halve tonen). Bij de herhaling een stap lager is de sprong een kleine terts (f naar d, 3 halve tonen).

Spanning en ontspanning in een melodie, verdunning en verdichting

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

EEN MELODIE VOLGEN

  • Volg een melodie op richting: omhoog, omlaag of gelijk. Teken de lijn met je vinger mee.

  • Een stijgende lijn bouwt melodische spanning op, een daling naar het beginpunt geeft ontspanning.

  • Bij melodische verdichting komen meer tonen dicht op elkaar, bij verdunning minder en verder uit elkaar.

  • Let ook op veranderingen en contrasten: een plotselinge sprong, een nieuwe hoogte of een nieuwe melodie.

Syllabus A1/A2 d: volgen van een melodie, melodische spanning en ontspanning, verdichting en verdunning, veranderingen en contrasten. Spanning bij stijgen en ontspanning bij dalen naar een rustpunt is een vuistregel, geen wet. Veelgemaakte fout: denken dat een hoge toon altijd spanning betekent. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vul in: intervallen

Het interval C-G heet een kwint en het interval C-E heet een terts, omdat je vijf en drie letters telt.

kwint
terts
kwart
secunde

C D E F G zijn vijf letters: kwint. C D E zijn drie letters: terts. Veelgemaakte fout: de eerste letter niet meetellen en kwart invullen.

Wat vond je het lastigst?

1

Noten en sleutels lezen

2

Voortekens en halve tonen

3

Intervallen benoemen

4

Een melodie volgen

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Noem een liedje met een grote sprong.

Er is geen vast antwoord. Goede voorbeelden: het begin van Over the Rainbow (octaaf omhoog), Seven Nation Army (kleine terts) of een ander liedje dat leerlingen kennen. Laat ze het stukje neuriën en het interval schatten.

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

BEGRIPPEN (1/2)

  • interval: afstand tussen twee tonen, geteld in letternamen: prime, secunde, terts, kwart, kwint, sext, septiem, octaaf

  • secunde en terts: twee en drie letters uit elkaar; klein of groot (1 of 2 en 3 of 4 halve tonen)

  • kwart en kwint: vier en vijf letters uit elkaar; rein (5 en 7 halve tonen)

  • octaaf: acht letters, twaalf halve tonen: dezelfde toon, hoger of lager

  • g-sleutel en f-sleutel: G op de tweede lijn voor hoge tonen, F op de vierde lijn voor lage tonen

Cet élément n'a pas d'instructions

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

BEGRIPPEN (2/2)

  • kruis, mol en herstellingsteken: halve toon hoger, halve toon lager, weer gewoon

  • chromatiek: een reeks tonen die steeds een halve toon verschillen

  • glissando: glijden van de ene toon naar de andere, zonder aparte tonen

  • transponeren: een melodie hoger of lager zetten, alle intervallen blijven gelijk

  • melodische verdichting en verdunning: meer tonen dicht op elkaar, of minder tonen verder uit elkaar

Cet élément n'a pas d'instructions