VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
TOONHOOGTE EN TOONSOORT
Examenstof muziek vmbo
VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
TOONHOOGTE EN TOONSOORT
Examenstof muziek vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: MU/K/3 2.1.d, 2.1.e (luisterbegrippen toonhoogte en toonsoort). Image credit: Roman Boldyrev / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan noten en sleutels lezen, voortekens begrijpen, majeur en mineur horen en een melodie volgen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welk liedje klinkt voor jou vrolijk en welk droevig?
Verwachte woorden: hoog, laag, vrolijk, droevig, melodie, piano, noten. Zet de woorden op het bord en vraag: waar hoor je dat aan? Zo kom je bij toonhoogte (blok 1) en bij majeur en mineur (blok 3).
Pianiste Polina Osetinskaya tijdens een concert
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
HOOG EN LAAG: TOONHOOGTE
De toonhoogte zegt of een toon hoog of laag klinkt.
Een fluit klinkt hoog en een tuba klinkt laag.
Een melodie is een reeks tonen met verschillende toonhoogtes.
Op een piano zijn de toetsen links laag en de toetsen rechts hoog.
Syllabus MU/K/3 2.1.d: het volgen van een melodie. Laat leerlingen op de piano of met hun stem een hoge en een lage toon maken. Veelgemaakte fout: hoog verwarren met hard. Toonhoogte gaat over hoog of laag, niet over volume. Image credit: Roman Boldyrev / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een notenbalk met g-sleutel en de noten C D E F G A B C
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
DE NOTENBALK
In het notenschrift schrijf je tonen op vijf lijnen: de notenbalk.
De lijnen tel je van onderen af. Hoe hoger de noot staat, hoe hoger de toon.
De notennamen zijn C, D, E, F, G, A en B. Daarna begint het weer bij C.
Syllabus: het notenschrift met absolute notennamen. Wijs op de afbeelding: de eerste C hangt onder de balk op een hulplijntje, de tweede C staat in de derde ruimte. Veelgemaakte fout: de lijnen van boven af tellen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
DE SLEUTEL AAN HET BEGIN
Aan het begin van de balk staat een sleutel. Die vertelt welke noot waar staat.
De g-sleutel krult om de tweede lijn van onderen: daar staat de G.
Op de eerste lijn van onderen staat de E.
De f-sleutel gebruik je voor lage noten, bijvoorbeeld voor een basgitaar.
Syllabus: g-sleutel en f-sleutel. De f-sleutel wordt in het examen alleen herkend, niet actief bevraagd. Leerlingen lezen in deze les vooral met de g-sleutel. Veelgemaakte fout: denken dat de g-sleutel om de bovenste lijn krult.
Noot A staat hoger op de balk dan noot B. Welke toon klinkt hoger?
Noot B
Noot A
Ze klinken even hoog
Dat zie je niet aan de noten
Hoe hoger de noot op de balk staat, hoe hoger de toon. Wie noot B kiest, telt de lijnen van boven af of denkt dat lager hoger betekent.
Zet de notennamen op volgorde, beginnend bij C
De volgorde is C, D, E, F, G. Veelgemaakte fout: beginnen bij A.
Kruis, mol en herstellingsteken voor een noot
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
KRUIS, MOL EN HERSTELLINGSTEKEN
Een kruis voor een noot maakt de toon een halve toon hoger.
Een mol voor een noot maakt de toon een halve toon lager.
Een herstellingsteken maakt een kruis of mol weer ongedaan: de noot klinkt gewoon.
Deze tekens heten voortekens en staan vlak voor de noot.
Syllabus: voortekens herstellingsteken, kruis en mol. Veelgemaakte fout: kruis en mol verwisselen. Hou het bij de betekenis: kruis is hoger, mol is lager. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Een stukje pianotoetsenbord met de notennamen
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
VOORTEKENS OP DE PIANO
Een zwarte toets klinkt een halve toon hoger of lager dan de witte toets ernaast.
Een noot met kruis speel je meestal op de zwarte toets rechts van de witte toets.
Een noot met mol speel je meestal op de zwarte toets links van de witte toets.
Tussen E en F en tussen B en C zit geen zwarte toets.
Laat leerlingen op een echte of getekende piano de noot C met kruis aanwijzen. Veelgemaakte fout: denken dat elke witte toets een zwarte buurman heeft. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Vul in: voortekens
Een kruis maakt een noot een halve toon hoger en een mol maakt een noot een halve toon lager.
Kruis is hoger, mol is lager. Veelgemaakte fout: de twee omdraaien.
Welk teken zet een noot weer terug naar de gewone toon?
De f-sleutel
Het kruis
De mol
Het herstellingsteken
Het herstellingsteken maakt een kruis of mol ongedaan. Wie het kruis kiest, denkt dat een kruis de noot weer rechtzet.
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
MAJEUR: VAAK VROLIJK
Een stuk staat in majeur of mineur. Dat noem je de toonsoort.
Majeur klinkt meestal vrolijk, helder en open.
Luister naar het volgende fragment van Mozart: dat staat in majeur.
Syllabus MU/K/3 2.1.e: majeur en mineur herkennen in luistervoorbeelden. De termen majeur en mineur worden alleen herkend, niet als antwoord gevraagd. Veelgemaakte fout: denken dat majeur altijd vrolijk is. Het is een richtlijn.
Video: Mozart: Eine kleine Nachtmusik, I. Allegro (New Century Chamber Orchestra). Wat leerlingen horen: het bekende openingsthema van Mozart, helder en vrolijk. Dit stuk staat in G majeur. Kijkvraag: welk woord past bij de sfeer? Antwoord: vrolijk of helder, typisch majeur.
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
MINEUR: VAAK ERNSTIG
Mineur klinkt meestal ernstig, droevig of spannend.
Vergelijk dit fragment van Mozart met het vorige fragment.
Niet elk majeur stuk is vrolijk en niet elk mineur stuk is droevig. Het is een richtlijn.
Laat leerlingen na afloop zeggen wat er anders klinkt dan bij het vorige fragment. Veelgemaakte fout: het verschil zoeken in tempo of volume in plaats van in de sfeer van de toonsoort.
Video: Mozart: Symfonie nr. 40, eerste deel (London Mozart Players). Wat leerlingen horen: het onrustige openingsthema van Mozarts veertigste symfonie. Dit stuk staat in G mineur. Kijkvraag: wat is het verschil met het vorige fragment? Antwoord: dit klinkt ernstiger en gespannener, typisch mineur.
Schetsblad van Beethoven met het thema van Für Elise, 1808 (Staatsbibliothek Berlijn)
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
EEN MELODIE VOLGEN
Een melodie volg je door te luisteren naar hoger en lager.
Teken met je vinger een lijn in de lucht: omhoog bij hogere tonen, omlaag bij lagere tonen.
Bij een grafische voorstelling zie je die lijn op papier. Je volgt hem tijdens het luisteren.
Let ook op veranderingen: gaat de melodie ineens hoger, lager of komt er iets nieuws?
Syllabus: het volgen van een melodie, eventueel via een grafische voorstelling, en het herkennen van veranderingen en contrasten. Op de foto staat een schetsblad van Beethoven met het thema van Für Elise. Veelgemaakte fout: de lijn tekenen van het tempo in plaats van van de toonhoogte. Image credit: Ludwig van Beethoven / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Beethoven: Für Elise, gespeeld door Lang Lang (Steinway & Sons). Wat leerlingen horen: het bekende thema begint met twee noten die steeds heen en weer gaan, daarna daalt de melodie. Laat leerlingen met hun vinger de melodie volgen. Het stuk staat in A mineur en in de melodie komt een kruis voor.
Welke sfeer past meestal bij mineur?
Vrolijk en helder
Altijd heel snel
Altijd heel zacht
Ernstig, droevig of spannend
Mineur klinkt meestal ernstig, droevig of spannend. Wie vrolijk en helder kiest, verwart mineur met majeur.
Wat vond je het lastigst?
De sleutels onthouden
De voortekens
Majeur of mineur horen
Een melodie volgen
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Kies een liedje dat je kent. Majeur of mineur?
Laat leerlingen hun keuze toelichten met een woord als vrolijk, droevig of spannend. Er is geen vast antwoord: let op of ze de sfeer koppelen aan majeur of mineur.
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
BEGRIPPEN (1/2)
toonhoogte: hoe hoog of laag een toon klinkt
notenschrift: tonen opschrijven op een notenbalk
notennamen: de namen C, D, E, F, G, A en B
g-sleutel: sleutel die om de tweede lijn krult, waar de G staat
f-sleutel: sleutel voor lage noten, bijvoorbeeld voor een basgitaar
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
BEGRIPPEN (2/2)
kruis: voorteken dat de toon een halve toon hoger maakt
mol: voorteken dat de toon een halve toon lager maakt
herstellingsteken: maakt een kruis of mol ongedaan
majeur: toonsoort die meestal vrolijk en helder klinkt
mineur: toonsoort die meestal ernstig, droevig of spannend klinkt
Cet élément n'a pas d'instructions