Toonhoogte en toonsoort (Muziek vmbo), les 1: Uitleg

VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

TOONHOOGTE EN TOONSOORT

Examenstof muziek vmbo

1 / 23
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over toonhoogte, notenschrift met g-sleutel en f-sleutel, voortekens (kruis, mol, herstellingsteken) en het herkennen van majeur en mineur, met luisterfragmenten van Mozart en Beethoven.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

TOONHOOGTE EN TOONSOORT

Examenstof muziek vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: MU/K/3 2.1.d, 2.1.e (luisterbegrippen toonhoogte en toonsoort). Image credit: Roman Boldyrev / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan noten en sleutels lezen, voortekens begrijpen, majeur en mineur horen en een melodie volgen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk liedje klinkt voor jou vrolijk en welk droevig?

Verwachte woorden: hoog, laag, vrolijk, droevig, melodie, piano, noten. Zet de woorden op het bord en vraag: waar hoor je dat aan? Zo kom je bij toonhoogte (blok 1) en bij majeur en mineur (blok 3).

Pianiste Polina Osetinskaya tijdens een concert

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

HOOG EN LAAG: TOONHOOGTE

  • De toonhoogte zegt of een toon hoog of laag klinkt.

  • Een fluit klinkt hoog en een tuba klinkt laag.

  • Een melodie is een reeks tonen met verschillende toonhoogtes.

  • Op een piano zijn de toetsen links laag en de toetsen rechts hoog.

Syllabus MU/K/3 2.1.d: het volgen van een melodie. Laat leerlingen op de piano of met hun stem een hoge en een lage toon maken. Veelgemaakte fout: hoog verwarren met hard. Toonhoogte gaat over hoog of laag, niet over volume. Image credit: Roman Boldyrev / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een notenbalk met g-sleutel en de noten C D E F G A B C

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

DE NOTENBALK

  • In het notenschrift schrijf je tonen op vijf lijnen: de notenbalk.

  • De lijnen tel je van onderen af. Hoe hoger de noot staat, hoe hoger de toon.

  • De notennamen zijn C, D, E, F, G, A en B. Daarna begint het weer bij C.

Syllabus: het notenschrift met absolute notennamen. Wijs op de afbeelding: de eerste C hangt onder de balk op een hulplijntje, de tweede C staat in de derde ruimte. Veelgemaakte fout: de lijnen van boven af tellen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

DE SLEUTEL AAN HET BEGIN

  • Aan het begin van de balk staat een sleutel. Die vertelt welke noot waar staat.

  • De g-sleutel krult om de tweede lijn van onderen: daar staat de G.

  • Op de eerste lijn van onderen staat de E.

  • De f-sleutel gebruik je voor lage noten, bijvoorbeeld voor een basgitaar.

Syllabus: g-sleutel en f-sleutel. De f-sleutel wordt in het examen alleen herkend, niet actief bevraagd. Leerlingen lezen in deze les vooral met de g-sleutel. Veelgemaakte fout: denken dat de g-sleutel om de bovenste lijn krult.

Noot A staat hoger op de balk dan noot B. Welke toon klinkt hoger?

A

Noot B

B

Noot A

C

Ze klinken even hoog

D

Dat zie je niet aan de noten

Hoe hoger de noot op de balk staat, hoe hoger de toon. Wie noot B kiest, telt de lijnen van boven af of denkt dat lager hoger betekent.

Zet de notennamen op volgorde, beginnend bij C

1

D

2

C

3

E

4

F

5

G

De volgorde is C, D, E, F, G. Veelgemaakte fout: beginnen bij A.

Kruis, mol en herstellingsteken voor een noot

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

KRUIS, MOL EN HERSTELLINGSTEKEN

  • Een kruis voor een noot maakt de toon een halve toon hoger.

  • Een mol voor een noot maakt de toon een halve toon lager.

  • Een herstellingsteken maakt een kruis of mol weer ongedaan: de noot klinkt gewoon.

  • Deze tekens heten voortekens en staan vlak voor de noot.

Syllabus: voortekens herstellingsteken, kruis en mol. Veelgemaakte fout: kruis en mol verwisselen. Hou het bij de betekenis: kruis is hoger, mol is lager. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Een stukje pianotoetsenbord met de notennamen

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

VOORTEKENS OP DE PIANO

  • Een zwarte toets klinkt een halve toon hoger of lager dan de witte toets ernaast.

  • Een noot met kruis speel je meestal op de zwarte toets rechts van de witte toets.

  • Een noot met mol speel je meestal op de zwarte toets links van de witte toets.

  • Tussen E en F en tussen B en C zit geen zwarte toets.

Laat leerlingen op een echte of getekende piano de noot C met kruis aanwijzen. Veelgemaakte fout: denken dat elke witte toets een zwarte buurman heeft. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vul in: voortekens

Een kruis maakt een noot een halve toon hoger en een mol maakt een noot een halve toon lager.

kruis
mol
herstellingsteken
sleutel

Kruis is hoger, mol is lager. Veelgemaakte fout: de twee omdraaien.

Welk teken zet een noot weer terug naar de gewone toon?

A

De f-sleutel

B

Het kruis

C

De mol

D

Het herstellingsteken

Het herstellingsteken maakt een kruis of mol ongedaan. Wie het kruis kiest, denkt dat een kruis de noot weer rechtzet.

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

MAJEUR: VAAK VROLIJK

  • Een stuk staat in majeur of mineur. Dat noem je de toonsoort.

  • Majeur klinkt meestal vrolijk, helder en open.

  • Luister naar het volgende fragment van Mozart: dat staat in majeur.

Syllabus MU/K/3 2.1.e: majeur en mineur herkennen in luistervoorbeelden. De termen majeur en mineur worden alleen herkend, niet als antwoord gevraagd. Veelgemaakte fout: denken dat majeur altijd vrolijk is. Het is een richtlijn.

Video: Mozart: Eine kleine Nachtmusik, I. Allegro (New Century Chamber Orchestra). Wat leerlingen horen: het bekende openingsthema van Mozart, helder en vrolijk. Dit stuk staat in G majeur. Kijkvraag: welk woord past bij de sfeer? Antwoord: vrolijk of helder, typisch majeur.

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

MINEUR: VAAK ERNSTIG

  • Mineur klinkt meestal ernstig, droevig of spannend.

  • Vergelijk dit fragment van Mozart met het vorige fragment.

  • Niet elk majeur stuk is vrolijk en niet elk mineur stuk is droevig. Het is een richtlijn.

Laat leerlingen na afloop zeggen wat er anders klinkt dan bij het vorige fragment. Veelgemaakte fout: het verschil zoeken in tempo of volume in plaats van in de sfeer van de toonsoort.

Video: Mozart: Symfonie nr. 40, eerste deel (London Mozart Players). Wat leerlingen horen: het onrustige openingsthema van Mozarts veertigste symfonie. Dit stuk staat in G mineur. Kijkvraag: wat is het verschil met het vorige fragment? Antwoord: dit klinkt ernstiger en gespannener, typisch mineur.

Schetsblad van Beethoven met het thema van Für Elise, 1808 (Staatsbibliothek Berlijn)

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

EEN MELODIE VOLGEN

  • Een melodie volg je door te luisteren naar hoger en lager.

  • Teken met je vinger een lijn in de lucht: omhoog bij hogere tonen, omlaag bij lagere tonen.

  • Bij een grafische voorstelling zie je die lijn op papier. Je volgt hem tijdens het luisteren.

  • Let ook op veranderingen: gaat de melodie ineens hoger, lager of komt er iets nieuws?

Syllabus: het volgen van een melodie, eventueel via een grafische voorstelling, en het herkennen van veranderingen en contrasten. Op de foto staat een schetsblad van Beethoven met het thema van Für Elise. Veelgemaakte fout: de lijn tekenen van het tempo in plaats van van de toonhoogte. Image credit: Ludwig van Beethoven / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Beethoven: Für Elise, gespeeld door Lang Lang (Steinway & Sons). Wat leerlingen horen: het bekende thema begint met twee noten die steeds heen en weer gaan, daarna daalt de melodie. Laat leerlingen met hun vinger de melodie volgen. Het stuk staat in A mineur en in de melodie komt een kruis voor.

Welke sfeer past meestal bij mineur?

A

Vrolijk en helder

B

Altijd heel snel

C

Altijd heel zacht

D

Ernstig, droevig of spannend

Mineur klinkt meestal ernstig, droevig of spannend. Wie vrolijk en helder kiest, verwart mineur met majeur.

Wat vond je het lastigst?

1

De sleutels onthouden

2

De voortekens

3

Majeur of mineur horen

4

Een melodie volgen

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Kies een liedje dat je kent. Majeur of mineur?

Laat leerlingen hun keuze toelichten met een woord als vrolijk, droevig of spannend. Er is geen vast antwoord: let op of ze de sfeer koppelen aan majeur of mineur.

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

BEGRIPPEN (1/2)

  • toonhoogte: hoe hoog of laag een toon klinkt

  • notenschrift: tonen opschrijven op een notenbalk

  • notennamen: de namen C, D, E, F, G, A en B

  • g-sleutel: sleutel die om de tweede lijn krult, waar de G staat

  • f-sleutel: sleutel voor lage noten, bijvoorbeeld voor een basgitaar

Cet élément n'a pas d'instructions

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

BEGRIPPEN (2/2)

  • kruis: voorteken dat de toon een halve toon hoger maakt

  • mol: voorteken dat de toon een halve toon lager maakt

  • herstellingsteken: maakt een kruis of mol ongedaan

  • majeur: toonsoort die meestal vrolijk en helder klinkt

  • mineur: toonsoort die meestal ernstig, droevig of spannend klinkt

Cet élément n'a pas d'instructions