Oefenexamen VWO - Domein D: Zuid-Amerika

Oefenexamen VWO — Aardrijkskunde

Domein D: Zuid-Amerika — 10 vragen — ca. 25 punten


1 / 11
suivant
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 11 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Introduction

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Éléments de cette leçon

Oefenexamen VWO — Aardrijkskunde

Domein D: Zuid-Amerika — 10 vragen — ca. 25 punten


Beeldvorming en fysische kenmerken

Vraag 1 (2p)

Het beeld dat mensen hebben van Zuid-Amerika is vaak gebaseerd op stereotypen.
a) Leg uit het verschil tussen een stereotiep beeld en een geografisch beeld. (1p)
b) Leg uit hoe beeldvorming het ruimtelijk gedrag van actoren (bedrijven, toeristen, politici) kan beinvloeden. Geef een voorbeeld. (1p)

Vraag 2 (3p)

Bekijk de foto van het Amazonegebied.
Zuid-Amerika kent grote fysische diversiteit.
a) Leg uit waarom de westkust van Zuid-Amerika een actieve continentrand is en de oostkust een passieve. (1p)
b) Leg uit hoe El Nino het weerpatroon langs de westkust van Zuid-Amerika verstoort. (1p)
c) Noem twee belangrijke geomorfologische regio's in Zuid-Amerika en beschrijf hun kenmerken. (1p)

Vraag 3 (2p)

Bekijk de foto van het Amazonegebied.
Zuid-Amerika kent verschillende klimaat- en vegetatiezones.
a) Noem drie vegetatietypen in Zuid-Amerika en geef bij elk het bijbehorende klimaat. (1p)
b) Leg uit hoe het Andesgebergte de ligging van klimaatzones in Zuid-Amerika beinvloedt. (1p)

Sociaal-economische kenmerken

Vraag 4 (3p)

Bekijk de foto van een favela.
Zuid-Amerika is het meest verstedelijkte continent ter wereld.
a) Leg uit hoe push- en pullfactoren de verstedelijking in Zuid-Amerika verklaren. (1p)
b) Leg uit wat het verschil is tussen een favela en een gated community als uitingen van sociale ongelijkheid. (1p)
c) Leg uit welke rol de informele sector speelt in Zuid-Amerikaanse steden. (1p)

Vraag 5 (2p)

De bevolking van Zuid-Amerika is etnisch zeer divers.
a) Noem drie bevolkingsgroepen die in Zuid-Amerika voorkomen en leg uit hoe deze diversiteit historisch is ontstaan. (1p)
b) Leg uit hoe sociale en etnische verschillen samenhangen met economische ongelijkheid. (1p)

Vraag 6 (3p)

Zuid-Amerikaanse landen exporteren veel grondstoffen maar weinig eindproducten.
a) Leg uit waarom de meeste Zuid-Amerikaanse landen als semiperiferie of periferie worden geclassificeerd. (1p)
b) Leg uit wat het probleem is van afhankelijkheid van grondstofexport. (1p)
c) Leg uit wat de Gini-coefficient meet en waarom deze in Zuid-Amerika relatief hoog is. (1p)

Vraag 7 (2p)

Bekijk de foto van een favela.
Politieke polarisatie is een kenmerk van veel Zuid-Amerikaanse landen.
a) Leg uit wat clientelisme inhoudt en hoe dit de democratische ontwikkeling belemmert. (1p)
b) Noem een ander probleem dat de ontwikkeling van Zuid-Amerikaanse landen remt. (1p)

Vraag 8 (3p)

Bekijk de foto van het Amazonegebied.
De landbouw in Zuid-Amerika kent grote tegenstellingen.
a) Leg uit het verschil tussen latifundia en kleinschalige landbouw in Zuid-Amerika. (1p)
b) Leg uit hoe de mondiale vraag naar exportproducten de ontbossing van het Amazonegebied stimuleert. (1p)
c) Beredeneer waarom het een internationaal dilemma is om de ontbossing te stoppen. (1p)