Paragraaf 1 zien van H6 licht

paragraaf 1 licht en schaduw deel 1
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

paragraaf 1 licht en schaduw deel 1

Slide 1 - Tekstslide

lichtbron
Een lichtbron is een object dat uit zichzelf licht geeft.

Slide 2 - Tekstslide

kunstmatig of natuurlijk
We maken onderscheid tussen natuurlijke lichtbronnen en kunstmatige lichtbronnen.
kunstmatige lichtbron: Een lichtbron gemaakt door de mens, bijv. gloeilamp, TL-buis, LED lampje, kaars, etc
Natuurlijke lichtbron: licht geleverd door de natuur zonder tussenkomst van de mens. bijv. de zon en sterren.

Slide 3 - Tekstslide

Het object uit de afbeelding is een .......
A
Natuurlijke lichtbron
B
Kunstmatige lichtbron
C
Geen lichtbron

Slide 4 - Quizvraag

Het object uit de afbeelding is een .......
A
Natuurlijke lichtbron
B
Kunstmatige lichtbron
C
Geen lichtbron

Slide 5 - Quizvraag

Het object uit de afbeelding is een .......
A
Natuurlijke lichtbron
B
Kunstmatige lichtbron
C
Geen lichtbron

Slide 6 - Quizvraag

Het object uit de afbeelding is een .......
A
Natuurlijke lichtbron
B
Kunstmatige lichtbron
C
Geen lichtbron

Slide 7 - Quizvraag

Het object uit de afbeelding is een .......
A
Natuurlijke lichtbron
B
Kunstmatige lichtbron
C
Geen lichtbron

Slide 8 - Quizvraag

Het object uit de afbeelding is een .......
A
Natuurlijke lichtbron
B
Kunstmatige lichtbron
C
Geen lichtbron

Slide 9 - Quizvraag

direct licht
Direct licht (het woord zegt het al) is licht dat direct vanuit de lichtbron in je ogen terecht komt.

Slide 10 - Tekstslide

geen (directe) lichtbronnen
Er bestaan ook voorwerpen die licht weerkaatsen, maar zelf geen licht geven. voorbeelden zijn bijv. de maan, deze weerkaatst licht van de zon. andere voorbeelden zijn: een reflector op een fiets, reflecterende strips op kleding of kattenogen (reflecterende dopjes langs de weg).

Slide 11 - Tekstslide

indirect licht
Indirect licht (het woord zegt het al) is licht dat indirect dus via een omweg in je ogen terecht komt. Het licht van de lichtbron valt eerst nog op een ander object, wordt weerkaatst en komt in je oog.

Slide 12 - Tekstslide

In de afbeelding zie je een voorbeeld van......
A
Direct licht
B
Indirect licht

Slide 13 - Quizvraag

In de afbeelding zie je een voorbeeld van....
A
Diffuse terugkaatsing
B
Spiegelende terugkaatsing

Slide 14 - Quizvraag

diffuse en spiegelende terugkaatsing
Wanneer licht wordt teruggekaatst dan kan dit op twee manieren plaats vinden, namelijk spiegelend of diffuus. 

glanzende en gladde voorwerpen zoals ramen, spiegels en stilstaand water kaatsen licht spiegelend terug.
doffe en onregelmatige voorwerpen kaatsen diffuus terug.

Slide 15 - Tekstslide

Diffuse terugkaatsing
Spiegelende terugkaatsing
Gladde en glanzende voorwerpen:

- spiegel,
- glas,
- stilstaand water,
- metalen
- strakke verf of laklaag van een auto
Doffe en ruwe voorwerpen:

- persoon of dier
- voorwerpen zoals een bal, kleding, tafel etc

Slide 16 - Tekstslide

Metalen glanzen van nature. Metalen kaatsen.....
A
Diffuus terug
B
Spiegelend terug

Slide 17 - Quizvraag

Doffe voorwerpen kaatsen licht......
A
Diffuus terug
B
Spiegelend terug

Slide 18 - Quizvraag

In de afbeelding zie je een voorbeeld van......
A
Direct licht
B
Indirect licht

Slide 19 - Quizvraag

In de afbeelding zie je een voorbeeld van....
A
Diffuse terugkaatsing
B
Spiegelende terugkaatsing

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Deel 2
Schaduw

Slide 22 - Tekstslide

schaduw
Achter/onder een niet doorzichtig object kan geen licht komen. Achter/onder een niet doorzichtig voorwerp ontstaat een schaduw.

Je kunt de schaduw tekenen door de randstralen te tekenen. randstralen zijn de lichtstralen die langs de randen van het voorwerp lopen die het licht tegen houdt.

Slide 23 - Tekstslide

Wanneer ontstaat schaduw:

Schaduw ontstaat wanneer .....……………………....... van een 

lichtbron wordt .............…………………………………………….....

Slide 24 - Tekstslide

schaduw tekenen (puntlichtbron)
Teken 2 lichtstralen vanuit de puntlichtbron* langs de randen van het voorwerp. Deze lijnen noem je de randstralen. Het gebied tussen de twee rondstralen is schaduw gebied.

Een puntlichtbron* is een lichtbron die klein is in verhouding tot het voorwerp dat de schaduw veroorzaakt. Wanneer je te maken hebt met een puntlichtbron, dan ontstaat er maar 1 schaduw.

Slide 25 - Tekstslide

Teken de schaduw van de tafel

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Je kunt de schaduw van een object tekenen door de twee randstralen te tekenen (de lijnen vanuit de lichtbron langs de randen van het object).

Andersom werkt dit ook! Als je de schaduw van een voorwerp hebt / ziet, dan kun je vanaf de randen van de schaduw aan beide kanten van de schaduw een rechte lijn langs het voorwerp trekken. Het punt waar deze lijnen elkaar kruisen dat is het punt waar zich de lichtbron bevindt.

Slide 28 - Tekstslide

Construeer waar de lichtbron zich bevindt.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Kernschaduw en halfschaduw

Slide 31 - Tekstslide

Teken de schaduw die ontstaat doordat de tafel het licht van de Tl-buis (lamp) tegenhoud. 

Slide 32 - Tekstslide

schaduw tekenen
Wanneer je te maken hebt met een lichtbron die groot is in verhouding tot het object dat de schaduw veroorzaakt, bijv. Een TL-buis, dan moet je deze beschouwen als twee kleine puntlichtbronnen. Je doet dit door aan de randen twee puntlichtbronnen tekenen. Vanuit iedere puntlichtbron teken je twee randdstralen. bij grote lichtbronnen ontstaat altijd kernschaduw en halfschaduw.

Slide 33 - Tekstslide

kernschaduw en halfschaduw

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Wanneer een voorwerp verlicht wordt door 1 kleine lichtbron dan krijg je?
A
Een duidelijk schaduwbeeld
B
Kernschaduw en halfschaduw

Slide 36 - Quizvraag

Wanneer een voorwerp verlicht wordt door 2 kleine lichtbronnen dan krijg je?
A
Een duidelijk schaduwbeeld
B
Kernschaduw en halfschaduw

Slide 37 - Quizvraag

Wanneer een voorwerp verlicht wordt door 1 grote lichtbron bijv. een TL-balk dan krijg je?
A
Een duidelijk schaduwbeeld
B
Kernschaduw en halfschaduw

Slide 38 - Quizvraag

huiswerk maken
Paragraaf 1 zien van H6 licht

Blz. 60 t/m 62
Opdracht 1 t/m 9

Slide 39 - Tekstslide

Extra lesstof

Slide 40 - Tekstslide

zonsverduistering

Slide 41 - Tekstslide

maansverduistering

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Xander houd zijn hand op 25cm van een lampje. Op de muur vormt zich een schaduw. De muur staat op 150cm van de lamp. Hoe veel keer wordt de hand van Xander vergroot? (Hoe groot is N?) vul alleen het getal in.

Slide 46 - Open vraag

Sanne (1,68m lang) staat op 60cm voor een lamp. Op de muur vormt zich een schaduw van Sanne. Op de muur ontstaat een Schaduw van 252cm.
Hoe ver is de muur verwijdert van de lamp?
(Bereken eerst de vergroting)
vul alleen het getal in.

Slide 47 - Open vraag