2BBA vrijdag 26 maart

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag: 

  • Lezen 15 minuten
  • Terugblik: spelling
  • Doel van de les
  • Huiswerk bespreken
  • Door met paragraaf spelling
  • Zelfstandig aan de slag
  • Als er tijd over is: brieven voor flessenpost
  • Afsluiting les

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Na vandaag ken je:

De spelling van de persoonsvorm 
Weet je hoe een voltooid deelwoord gespeld wordt

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik: wat weten we nog over spelling?
De vorige keer hebben we het gehad over de spelling van de persoonsvorm, daarbij gaat het om de volgende regels:

Slide 4 - Tekstslide

Regels
* Bij 'ik' schrijf je de ik-vorm:                                      ik loop
* Bij jij, u/hij/zij/het schrijf je de ik-vorm + t:               jij loopt
* Als de ik-vorm eindigt op t, dan geen extra t
* Als je of jij achter de PV staat, dan ik vorm:           Loop jij? 
* Bij meervoud: hele werkwoord:                              Wij lopen

Slide 5 - Tekstslide

STAP VOOR STAP

Stap 1. Staat de zin in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd?

Tegenwoordige tijd: 
Ik loop                     ik rijd                                      ik-vorm
Hij loopt                   hij rijdt                                    ik-vorm + t
Loopt hij?                Rijdt hij?                                 ik vorm
Wij lopen                 Wij rijden                                hele werkwoord

Slide 6 - Tekstslide

Verleden tijd
Als iets al is gebeurd, is het werkwoord een VOLTOOID deelwoord geworden: heeft gewerkt, is gebeurd, enzovoort.

Vaak kun je horen of je het met een d of met een t moet schrijven. Weet je het niet zeker? Gebruik dan de regels van 't-kofschip (ALLEEN BIJ VERLEDEN TIJD!)

Slide 7 - Tekstslide

Dus:
't kofschip geldt alleen voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord, en niet voor de tegenwoordige tijd.
Dus eerste stap is:
Staat de zin in de tegenwoordige of in de verleden tijd?

Slide 8 - Tekstslide

't kofschip (x)
Meestal weet je of de verleden tijd met -de(n) of -te(n) wordt geschreven. Als je het niet weet, kun je 't kofschip (x) gebruiken. Andere woorden voor 't kofschip zijn: sexy fokschaap of 't ex-kofschip
De regel van 't kofschip (x):
Als de laatste letter van de stam wel in 't kofschip staat: +te(n) in de verleden tijd
Als de laatste letter van de stam niet in 't kofschip staat: +de(n) in de verleden tijd
werkwoord: fietsen
stam: fiets
de laatste letter is een 's'
de 's' staat wel in 't kofschip, dus een 't', +te(n)
dus: fietste(n)
werkwoord: rennen
stam: renn
de laatste letter is een 'n':  de 'n' staat niet in 't kofschip, dus een 'd', +de(n)












Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

Het huiswerk bespreken:


Paragraaf 3.5 afmaken 
Paragraaf 3.6 (spelling), opdracht inleiding + theorie + 1.1 tot 1.4





Slide 11 - Tekstslide

Spelling van het voltooid deelwoord
Als je niet weet of het voltooid deelwoord op een -t of een -d eindigt, dan kun je het langer maken (in de verleden tijd). Meestal weet je dan of het voltooid deelwoord op een -d of een -t eindigt.




Ik heb gerend. (want rende)
Ik heb gefietst. (want fietste)
Ik heb gepakt. (want pakte)


't kofschip (x)
Meestal weet je of de verleden tijd van een regelmatig werkwoord met -de(n) of -te(n) wordt geschreven en dan weet je dus ook of het voltooid deelwoord op -d of -t eindigt. Uiteraard kun je ook 't kofschip (x) gebruiken om te weten hoe je het voltooid deelwoord schrijft. 



De regel van 't kofschip (x)
Als de laatste letter van de stam wel in 't kofschip staat: het voltooid deelwoord eindigt op -t. 
Als de laatste letter van de stam niet in 't kofschip staat: het voltooid deelwoord eindigt op -d.https://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling/voltooid-deelwoord/voltooid-deelwoord-7

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Zelfstandig werken 
Wat
Paragraaf 3.5 afmaken (Siban, Ottelien, Joop, Luc, Justin)
Paragraaf 3.6 (spelling persoonsvorm), tot en met opdracht 2
Hoe
Zelfstandig
Hulp nodig?
Docent loopt langs
Hoe lang
15 minuten
Klaar?
Verder met paragraaf 3.7 Spelling van het voltooid deelwoord

Slide 14 - Tekstslide

Afsluiten
Weten we wat een lijdend voorwerp is?
Stappenplan zinsontleding, hoe? 
Volgende keer: voltooid deelwoord



Huiswerk: 
Maken paragraaf 3.6 (spelling), opdrachten vanaf inleiding tot en met 2




Slide 15 - Tekstslide