Examentraining TA3 Ziektebeelden en anamnese

Examentraining TA3 
Ziektebeelden en anamnese
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Examentraining TA3 
Ziektebeelden en anamnese

Slide 1 - Tekstslide

Welke factor wordt niet meegenomen bij het kiezen van anesthesie bij hartritmestoornissen?
A
De ernst van de hartritmestoornis
B
De duur van de ingreep
C
De haarkleur van de patiënt
D
De algemene hartgezondheid

Slide 2 - Quizvraag

Wat kan een mogelijke complicatie zijn bij anesthesie bij hartritmestoornissen?
A
Verhoogde bloeddruk
B
Hyperventilatie
C
Tandvleeshyperplasie
D
Hartritmestoornissen tijdens de behandeling

Slide 3 - Quizvraag

Welke verdoving gebruik je bij een patiënt met een hartritmestoornis?
A
Lidocaïne met adrenaline
B
Articaïne met adrenaline
C
Verdoving zonder adrenaline
D
Mepivacaïne met adrenaline

Slide 4 - Quizvraag

Is het veilig om een röntgenfoto te maken bij een zwangere patiënt?
A
Nee, nooit veilig
B
Ja, mits er beschermende maatregelen worden genomen zoals een loodschort
C
Alleen in het eerste trimester
D
Alleen bij tandpijn

Slide 5 - Quizvraag

Wat moet de tandarts doen voordat een röntgenfoto wordt gemaakt bij een zwangere vrouw?
A
Geen voorzorgsmaatregelen nemen
B
De patiënt niet informeren en gewoon een foto maken
C
De dosis verdubbelen
D
Overleggen en de noodzaak beoordelen

Slide 6 - Quizvraag

Wat doet Ascal?
A
Verlaagt de bloedsuiker
B
Verdunt het bloed
C
Verlaagt de bloeddruk
D
Verdooft het tandvlees

Slide 7 - Quizvraag

Waarom geef je AB profylaxe aan iemand met een kunsthartklep?
A
Om pijn te verminderen
B
Om bloedingen te stoppen
C
Om infecties zoals endocarditis te voorkomen
D
Om verdoving beter te laten werken

Slide 8 - Quizvraag

Mag je zomaar een extractie uitvoeren bij een patiënt met een kunstklep?
A
Ja, altijd
B
Alleen zonder verdoving
C
Nee, eerst overleg en vaak AB profylaxe nodig
D
Alleen bij kiespijn

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een veelvoorkomende bijwerking van antidepressiva?
A
Tandvleeshyperplasie
B
Overmatige speekselproductie
C
Verkleurde tanden
D
Droge mond

Slide 10 - Quizvraag

Wat kan het gevolg zijn van een droge mond?
A
Minder kans op gaatjes
B
Gevoelig tandvlees
C
Meer kans op infecties en cariës
D
Verkleurd gebit

Slide 11 - Quizvraag

Welke medicatie wordt vaak gebruikt bij astma?
A
Puffers
B
Injecties
C
Tabletten
D
Neusspray

Slide 12 - Quizvraag

Wat kan helpen om mondschimmel door puffers te voorkomen?
A
Meer puffer gebruiken
B
De mond spoelen met water na gebruik
C
Minder eten
D
Langer inhaleren

Slide 13 - Quizvraag

Wat is het effect van antistollingsmedicatie?
A
Versnelt stolling
B
Versnelt genezing
C
Vergroot de kans op nabloedingen
D
Verhoogt bloeddruk

Slide 14 - Quizvraag

Mag je bij gebruik van 1 Ascal een extractie doen?
A
Nee
B
Ja, maar met hechtingen
C
Alleen zonder verdoving
D
Alleen in het ziekenhuis

Slide 15 - Quizvraag

Welke verdoving gebruik je bij iemand die betablokkers gebruikt?
A
Zonder adrenaline
B
Met adrenaline
C
Met extra dosis adrenaline
D
Geen verdoving

Slide 16 - Quizvraag

Waarom geen adrenaline bij betablokkers?
A
Omdat het de verdoving korter laat werken
B
Omdat het de werking op het hart kan beïnvloeden
C
Omdat het bloeddruk verlaagt
D
Omdat het pijn veroorzaakt

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent angina pectoris?
A
Hartstilstand
B
Pijn of druk op de borst door zuurstoftekort van het hart
C
Zuurstoftekort van de longen
D
Onregelmatige hartslag

Slide 18 - Quizvraag

Wat helpt om stress te verminderen bij een patiënt?
A
Snel werken
B
Rustig uitleggen en in contact blijven
C
Meer verdoving geven
D
Geen uitleg geven

Slide 19 - Quizvraag

Welke verdoving gebruik je bij een zwangere patiënt?
A
Lidocaïne met adrenaline
B
Lidocaïne zonder adrenaline
C
Articaïne met adrenaline
D
Mepivacaïne met adrenaline

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een bijwerking van epilepsiemedicatie?
A
Meer speeksel
B
Tandvleesvergroting
C
Glazuurverlies
D
Gevoelige tanden

Slide 21 - Quizvraag

Wat helpt bij droge mond door medicatie?
A
Minder drinken
B
Water drinken en suikervrije kauwgom gebruiken
C
Meer suiker eten
D
Mondspoelmiddel gebruiken

Slide 22 - Quizvraag

Wat kan helpen tegen mondschimmel?
A
Niet poetsen
B
Mondspoeling
C
Goede mondhygiëne
D
Meer suiker eten

Slide 23 - Quizvraag

Wat is prednison?
A
Een antibioticum
B
Een ontstekingsremmer
C
Een pijnstiller
D
Een bloedverdunner

Slide 24 - Quizvraag

Mag je implantaten plaatsen bij iemand met bloedverdunners?
A
Ja, zonder risico
B
Ja, maar dit vereist een zorgvuldige afweging
C
Nee, vanwege kans op bloedingen
D
Alleen als patiënt nuchter is

Slide 25 - Quizvraag

Sleep de medicatie bij de juiste soort
Bloeddruk
Medicatie
Bloedverdunner
Antidepressivum

Ascal
Atenolol
Desipramine
Acetylsalicylzuur
Plastablet

Slide 26 - Sleepvraag