1.1 Handig rekenen (optellen en aftrekken)

Welkom!

                 

Pak de juiste spullen en ga zitten


Wacht op instructie


                     

1

minute

00

second

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom!

                 

Pak de juiste spullen en ga zitten


Wacht op instructie


                     

1

minute

00

second

18 september 2026

Rekenen

Ik kan bij optellen en aftrekken handig rekenen.

Introductie Herhaling van vorige week.

Uitleg Handig rekenen bij optellen.

Zelfstandig werken Handig rekenen bij optellen.

Uitleg Handig rekenen bij aftrekken.

Zelfstandig werken Handig rekenen bij aftrekken.

Wat heb je deze les geleerd?

Wat hebben we vorige week gedaan?

Wanneer je bij optellen beide getallen opdeelt maak je gebruik van de methode ...

A

rijgen

B

splitsen

Bij rijgen deel je alleen het tweede getal op.

A

Waar

B

Niet waar

Reken uit 237 + 321

Wat leer je deze les?

Ik kan bij optellen en aftrekken handig rekenen.


Deel 1: Ik kan handig rekenen bij optellen.


Deel 2: Ik kan handig rekenen bij aftrekken.

Reken uit 15 + 23 =

Reken uit 23 + 15 =

Optellen

Bij optellen mag je de getallen omkeren.


Dus 15 + 23 kun je ook uitrekenen als 23 + 15.


Dit mag ook bij langere optellingen. Dan noem je het schakelen.



Hebben deze twee sommen hetzelfde antwoord?

15 + 20 + 23 + 30 + 2 =


30 + 20 + 23 + 2 + 15 =


A

Ja

B

Nee

Reken uit 50 + 149

Veranderen

Je mag bij optellen een getal veranderen (afronden).


Dus 199 mag je veranderen in 200. Omdat dit makkelijker rekent.


Vergeet niet later de verandering ongedaan te maken!


Dus 199 + 49 = 200 + 50 - 2 =

Zelfstandig werken

Maak opdracht 2 t/m 5 (blz. 17 t/m 19)


Verlengde instructie

We doen opdracht 2 samen.



10

minute

00

second

Reken uit 23 - 12 =

Reken uit 12 - 23 =

Wat denk jij?


Mag je bij aftrekken ook omkeren en schakelen?


A

Omkeren en schakelen mag.

B

Omkeren mag, schakelen niet.

C

Schakelen mag, omkeren niet.

D

Schakelen en omkeren mag niet.

Hebben deze twee sommen hetzelfde antwoord?

8 - 5 =


5 - 8 =

A

Ja

B

Nee

Wat mag dan wel bij aftrekken?

Splitsen

Rijgen

56 - 43 =

50 - 40 = 10

6 - 3 = 3

10 + 3 = 13

56 - 43 =

56 - 40 = 16

16 - 3 = 13


Getallen veranderen


150 - 49 =

150 - 50 + 1 =

Let op: als je ergens meer afhaalt, moet je dat er later weer bij doen!

Aan de slag

Maak opdracht 6 t/m 9 (blz. 20 t/m 23)


Verlengde instructie

We doen opdracht 6 en 7 samen


Wat heb je deze les geleerd?

Ik kan optellen en aftrekken handig rekenen.


Bij optellen

Omkeren, schakelen, veranderen


Bij aftrekken

Rijgen, splitsen, veranderen