A2 Thema 2 Les 2.6
Learning objective
A2 Thema 2 Les 2.6
Learning objective
Deze slide heeft geen instructies
Doel
Aan het eind van de les kun je:
hoofdpunten van een bericht benoemen
het woord 'door' gebruiken om iets duidelijk te maken
korte klank / lange klank horen en goed schrijven
nieuwe woorden
Deze slide heeft geen instructies
Het Nieuws
Betekenis: Informatie over wat er is gebeurd in de wereld of in Nederland.
In de krant of op tv (journaal)
Voorbeeld: Ik kijk elke avond naar het nieuws op televisie.
Deze slide heeft geen instructies
Jeugdjournaal
Er zijn 3 onderwerpen.
Schrijf per onderwerp de belangrijkste informatie op. Je krijgt 5 minuten om met elkaar te overleggen. samen vertel je de hoofdpunten.
Ochtendjournaal van donderdag 20 november
-Indonesië
-Waarom dragen koningen kronen
-Black Friday
minute
second
Deze slide heeft geen instructies
Woorden
het nieuws de lente
de brand gemiddeld
gevaarlijk ongeluk
de brandweer gebeurd
het vuur
de boer, de boeren
procent
gisteren
door
ziekte
Deze slide heeft geen instructies
De Brand
Betekenis: Een groot vuur dat iets kapotmaakt, bijvoorbeeld in een huis of bos.
Meervoud: de branden
Voorbeeld: Er was een brand in de keuken.
Deze slide heeft geen instructies
Gevaarlijk
Betekenis: Niet veilig; iets wat pijn kan doen of schade kan geven.
Bijvoegelijk naamwoord: Gevaarlijke
Voorbeeld: Het is gevaarlijk om door rood te rijden.
Tegenovergestelde: veilig
Deze slide heeft geen instructies
De Brandweer
Betekenis: De mensen die het vuur blussen bij een brand.
Voorbeeld: De brandweer kwam snel om het vuur te blussen.
Deze slide heeft geen instructies
Het Vuur
Betekenis: Vlammen die warmte geven; wat brandt.
Meervoud: de vuren
Voorbeeld: Het vuur in de open haard is mooi.
Deze slide heeft geen instructies
De Boer
Betekenis: Iemand die werkt op het land en dieren of planten heeft.
Meervoud: de boeren
Voorbeeld: De boer melkt de koeien elke ochtend.
Deze slide heeft geen instructies
Het Procent
Betekenis: Een deel van honderd (1% = één van de honderd).
Meervoud: de procenten
Voorbeeld: Twintig procent van de mensen drinkt geen koffie.
Deze slide heeft geen instructies
Gisteren
Betekenis: De dag vóór vandaag.
Voorbeeld: Gisteren was het mooi weer.
Tegenovergestelde: morgen
Deze slide heeft geen instructies
Door
Betekenis: Omdat, vanwege
De oorzaak van iets.
Voorbeeld: Door de vertraging ben ik te laat op school.
Deze slide heeft geen instructies
De Ziekte
Betekenis: Als je lichaam niet goed werkt, iets in je lichaam waardoor je je niet goed voelt
Meervoud: de ziekten of ziektes
Voorbeeld: Griep is een bekende ziekte.
Tegenovergestelde: De gezondheid
Deze slide heeft geen instructies
De Lente
Betekenis: Het seizoen na de winter, als bloemen groeien en het warmer wordt.
Meervoud: de lentes
Voorbeeld: In de lente bloeien de tulpen.
Deze slide heeft geen instructies
Gemiddeld
Betekenis: Niet veel en niet weinig; in het midden.
Voorbeeld: De mannen in Nederland zijn gemiddeld 1 meter 80 lang.
Deze slide heeft geen instructies
Ongeluk
Betekenis: Een gebeurtenis waarbij iets fout gaat of iemand pijn krijgt.
Meervoud: de ongelukken
Voorbeeld: Er was een ongeluk met de auto.
Deze slide heeft geen instructies
Gebeuren
Werkwoord: gebeuren – gebeurde(n) – is gebeurd
Betekenis: Plaatsvinden; iets dat gebeurt.
Voorbeeld: Wat is er gebeurd op school?
Deze slide heeft geen instructies
brand, gevaarlijk, vuur, procent, gisteren