A2 Thema 2 Les 2.6

A2 Thema 2 Les 2.6

Learning objective

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTaalISK

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

A2 Thema 2 Les 2.6

Learning objective

Deze slide heeft geen instructies

Doel

Aan het eind van de les kun je:

  • hoofdpunten van een bericht benoemen

  • het woord 'door' gebruiken om iets duidelijk te maken

  • korte klank / lange klank horen en goed schrijven

  • nieuwe woorden

Deze slide heeft geen instructies

Het Nieuws

Betekenis: Informatie over wat er is gebeurd in de wereld of in Nederland.
In de krant of op tv (journaal)
Voorbeeld: Ik kijk elke avond naar het nieuws op televisie.

Deze slide heeft geen instructies

Jeugdjournaal

Er zijn 3 onderwerpen.

Schrijf per onderwerp de belangrijkste informatie op. Je krijgt 5 minuten om met elkaar te overleggen. samen vertel je de hoofdpunten.


Ochtendjournaal van donderdag 20 november


-Indonesië

-Waarom dragen koningen kronen

-Black Friday

5

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Woorden

het nieuws de lente

de brand gemiddeld

gevaarlijk ongeluk

de brandweer gebeurd

het vuur

de boer, de boeren

procent

gisteren

door

ziekte


Deze slide heeft geen instructies

De Brand

Betekenis: Een groot vuur dat iets kapotmaakt, bijvoorbeeld in een huis of bos.


Meervoud: de branden

Voorbeeld: Er was een brand in de keuken.

Deze slide heeft geen instructies

Gevaarlijk

Betekenis: Niet veilig; iets wat pijn kan doen of schade kan geven.


Bijvoegelijk naamwoord: Gevaarlijke
Voorbeeld: Het is gevaarlijk om door rood te rijden.
Tegenovergestelde: veilig

Deze slide heeft geen instructies

De Brandweer

Betekenis: De mensen die het vuur blussen bij een brand.


Voorbeeld: De brandweer kwam snel om het vuur te blussen.

Deze slide heeft geen instructies

Het Vuur

Betekenis: Vlammen die warmte geven; wat brandt.

Meervoud: de vuren

Voorbeeld: Het vuur in de open haard is mooi.

Deze slide heeft geen instructies

De Boer

Betekenis: Iemand die werkt op het land en dieren of planten heeft.

Meervoud: de boeren

Voorbeeld: De boer melkt de koeien elke ochtend.

Deze slide heeft geen instructies

Het Procent

Betekenis: Een deel van honderd (1% = één van de honderd).


Meervoud: de procenten


Voorbeeld: Twintig procent van de mensen drinkt geen koffie.

Deze slide heeft geen instructies

Gisteren

Betekenis: De dag vóór vandaag.

Voorbeeld: Gisteren was het mooi weer.

Tegenovergestelde: morgen

Deze slide heeft geen instructies

Door

Betekenis: Omdat, vanwege

De oorzaak van iets.


Voorbeeld: Door de vertraging ben ik te laat op school.

Deze slide heeft geen instructies

De Ziekte

Betekenis: Als je lichaam niet goed werkt, iets in je lichaam waardoor je je niet goed voelt


Meervoud: de ziekten of ziektes
Voorbeeld: Griep is een bekende ziekte.


Tegenovergestelde: De gezondheid

Deze slide heeft geen instructies

De Lente

Betekenis: Het seizoen na de winter, als bloemen groeien en het warmer wordt.


Meervoud: de lentes


Voorbeeld: In de lente bloeien de tulpen.

Deze slide heeft geen instructies

Gemiddeld

Betekenis: Niet veel en niet weinig; in het midden.


Voorbeeld: De mannen in Nederland zijn gemiddeld 1 meter 80 lang.


Deze slide heeft geen instructies

Ongeluk

Betekenis: Een gebeurtenis waarbij iets fout gaat of iemand pijn krijgt.


Meervoud: de ongelukken


Voorbeeld: Er was een ongeluk met de auto.

Deze slide heeft geen instructies

Gebeuren

Werkwoord: gebeuren – gebeurde(n) – is gebeurd
Betekenis: Plaatsvinden; iets dat gebeurt.
Voorbeeld: Wat is er gebeurd op school?

Deze slide heeft geen instructies

brand, gevaarlijk, vuur, procent, gisteren