H3.1 Sociale ongelijkheid

Hoofdstuk 3
'de samenleving en verschillen'
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3
'de samenleving en verschillen'

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • wat sociale ongelijkheid is.
  • hoe macht en dwang van elkaar verschillen en hoe ze relateren.
  • wat gezag is.
  • de tegenpolen samenwerking en conflict te begrijpen.
Ik leer in H3.
Wat leer ik dit hoofdstuk?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3.1 Sociale ongelijkheid

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke leerdoelen willen we deze les bereiken?
- Je begrijpt wat de maatschappelijke ladder is.
- Je kent de begrippen sociale stratificatie, sociale mobiliteit
- Je weet kenmerken waarop sociale stratificatie plaatsvindt.
- Je herkent positieverwervende en positie toewijzende factoren

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie heeft er meer aanzien?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Bouwvakker
Rechter

Slide 6 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Waarom heeft een rechter meer aanzien?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maatschappelijke ladder
Wat is de maatschappelijke ladder?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opstart oefening: Werkblad Maatschappelijke ladder
A. Verdeel ( positioneer) de volgende groepen en mensen over de maatschappelijke ladder.
B. Vergelijk je antwoord met je achter/voorburen. Naar welke kenmerken van beroepen of personen heb je gekeken? Kom tot een lijst van 3 algemene kenmerken

timer
2:00

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Introductie Invulschema
- Vul het invulschema van H3.1 les 1 in aan de hand van het filmpje die we nu gaan kijken.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Check
Herken je de 6 kenmerken in de wijze waarop jij de mensen hebt ingedeeld op de maatschappelijke ladder?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale stratificatie
  • Het indelen van mensen op de maatschappelijke ladder noemen we sociale stratificatie.
  • Het ordenen van de sociale lagen resulteert in de maatschappelijke ladder.

Slide 14 - Tekstslide

pagina 49
Hoe kun je stijgen of dalen op de maatschappelijk ladder?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sociale mobiliteit
  • jouw plek op de maatschappelijke ladder staat niet vast
  • sociale mobiliteit is het stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder. 

Slide 16 - Tekstslide

pagina 50
Invullen schema
- Vul het invulschema van H3.1 les 1 verder in aan de hand van de gegeven uitleg en het filmpje die we nu gaan kijken.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale mobiliteit
Positietoewijzing:
door maatschappelijke oorzaken komt een persoon of groep op een bepaalde plek terecht.
Positieverwerving:
mensen verwerven hun maatschappelijke positie door eigen toedoen, door hun acties. 
In gesloten samenlevingen is er nauwelijks sprake van sociale mobiliteit. 
In een open samenleving hebben mensen meer kansen om sociaal mobiel te zijn.

Slide 19 - Tekstslide

pagina 50
Vul je aantekenigenschema verder in

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Iris gaat als eerste van haar familie naar de universiteit. Is hier sprake van sociale mobiliteit?
Iris gaat als eerste van haar familie naar de universiteit. Is hier sprake van sociale mobiliteit?
A
Nee, het gaat hier niet om sociale mobiliteit
B
Ja, via het proces van positietoewijzing
C
Ja, via het proces van positieverwerving
D
Ja, zowel via het proces van positietoewijzing als van positieverwerving

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke leerdoelen heb je deze les bereikt?
- Je begrijpt wat de maatschappelijke ladder is.
- Je kent de begrippen sociale stratificatie, sociale mobiliteit
- Je weet kenmerken waarop sociale stratificatie plaatsvindt.
- Je herkent positieverwervende en positie toewijzende factoren

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- Maken verwerkingsopdrachten: opdracht 1 en 2 van je werkboek.
- Volgende les uitleg H3.1 Sociale ongelijkheid, kapitaal en verzorgingsstaat

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 3
'de samenleving en verschillen'

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel 2 H3.1 Sociale ongelijkheid

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • wat sociale ongelijkheid is
  • Welke hulpbronnen er zijn
  • Welke soorten kapitaal er is
  • Wat sociale ongelijkheid te maken heeft met positie verwerving en positietoewijzing
Ik leer...

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
- Maatschappelijke ladder
- sociale stratificatie
- sociale mobiliteit
- positietoewijzing / positieverwerving

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale mobiliteit
Sociale stratificatie
Positieverwerving
Positietoewijzing
Maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon in een bepaalde positie terechtkomt.
De mogelijkheid van individuen om verandering aan te brengen in hun maatschappelijke positie
Het verkrijgen van een maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van een persoon .
Een verdeling van de maatschappij in groepen, waartussen sociale ongelijkheid bestaat

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul het invulschema verder in aan de hand van de uitlegvan de video

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

wat wordt bedoeld met sociale ongelijkheid?

Slide 31 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Vul je aantekenigenschema verder in

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten kapitaal
Kansen worden groter wanneer iemand kapitaal heeft. Er zijn drie soorten:
  • economisch kapitaal; (financieel) bezit of hoog inkomen
  • sociaal kapitaal; connecties, netwerken, etc.
  • cultureel kapitaal; culturele competenties, kennis, houdingen, opvattingen en smaak die passen bij hoge sociale posities

Slide 33 - Tekstslide

pagina 51
0

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De bemoeienis van ouders kun je scharen onder een van de 3 verschillende soorten kapitaal. Welke is dat? Leg dit uit met de kenmerken van het gekozen soort. ( blz 49)

timer
4:00

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort kapitaal herken je in het vorige filmpje?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vier soorten sociale ongelijkheid
Sociale ongelijkheid ontstaat bij een ongelijke verdeling van hulpbronnen:
1. economische hulpbronnen; geld en bezit
2. sociale hulpbronnen;  contacten met mensen
3. symbolische hulpbronnen; status en aanzien
4. politieke hulpbronnen; macht en gezag

Slide 37 - Tekstslide

pagina 49
Kijkvragen de kloof
- Welke hulpbronnen herken je in deze aflevering? Leg uit.
- Pas het KC sociale ongelijkheid toe op deze aflevering
- Zie je een voorbeeld van positietoewijzing of positieverwervende factoren?

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de Kloof onderwijs
https://npo.nl/start/afspelen/kansen-zijn-te-koop

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijkvragen de kloof
- Welke hulpbronnen herken je in deze aflevering? Leg uit.
- Pas het KC sociale ongelijkheid toe op deze aflevering
- Zie je een voorbeeld van positietoewijzing of positieverwervende factoren?

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Is Nederland volgens deze man een gesloten of een open samenleving? Waarom?

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke hulpbronnen heeft deze man niet gehad om succesvol te worden?

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Is hier sprake van positietoewijzing of positieverwervende factoren mbt de invloed van leerkrachten
A
positietoewijzing
B
positieverwerving

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verband tussen sociale ongelijkheid en positie verwervende en positie toewijzende factoren op de maatschappelijke ladder?

Slide 47 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

  • Je weet wat sociale ongelijkheid is
  • Je weet welke 4 hulpbronnen er zijn
  • Je weet welke 3 soorten kapitaal er is
  • Je begrijpt wat sociale ongelijkheid te maken heeft met positie verwerving en positietoewijzing
Leerdoelen behaald?

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Lezen H3.1
MK  opdr 1, 2, 3 blz 52+53

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies