3KGT H6

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

?? = .....
12 + 12 + 12 = 36
3 + 12 = 15
12 - 4 - 4 = 4
4 + 12 + 3 = 19

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Evenwichtsstand
  • Het midden tussen het
    hoogste (maximum) en laagste
    punt (minimum) is de
    evenwichtsstand
  •  Evenwichtsstand =
    (maximum + minimum) : 2
  • Maximum = 2,5
  • Minimum = 0,5
  • Evenwichtsstand = ( 2,5 + 0,5 ) : 2 = 1,5 meter
Klik op de rekenmachine voor het antwoord

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wortelverbanden
  • Let goed op hoe je een wortelverband intypt op de rekenmachine.
  • Neem de formule letterlijk over, verander de volgorde niet.
  • Staat er een hele som onder de wortel, dan typ je de som tussen haakjes in. Dus: 


Bedrag=3aantal
Bedrag=3(aantal+4)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kwadraat
op de rekenmachine

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kwadratisch verband
Belangrijke begrippen:
  • Kwadratische formule
  • Berg- en dalparabool
  • Top
  • Maximum en minimum



Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dal of berg
Een parabool kan een top hebben of een dal.

Dit noemen we een berg  parabool of een dal parabool.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kijk naar het getal voor de
-voorbeeld:
-dat getal is negatief
-onthoud dat er een negatieve smiley bij hoort
- de vorm van zijn mond zegt dat het een BERG parabool is
een berg parabool
x2
y=x2

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kijk naar het getal voor de
-voorbeeld:
-dat getal is positief
-onthoud dat er een positieve smiley bij hoort
- de vorm van zijn mond zegt dat het een DAL parabool is
een dal parabool
x2
y=x2

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6.4 Machtsverbanden
Een macht bestaat uit een grondtal en een exponent

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

machtsverband

Slide 13 - Tekstslide

Leg de leerlingen uit, dat bij een even exponent de grafiek een parabool is en bij een oneven exponent een omgeklapte parabool 
Het kwadraat van een negatief getal
(9)2=99=81
92=99=81
x
x

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang duurt 1 periode?
A
0 m
B
30 m
C
40 sec
D
120 sec

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de grafieken is/zijn periodiek?
A
Alleen A
B
A en B
C
A en C
D
B en C

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kwadratisch verband
Lineair verband
Wortelverband

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort verband is dit?
Hoeveelheid=1503a3
A
Exponentieel
B
Kwadratisch verband
C
Lineair dalend
D
Machtsverband

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De grafiek van y=4x² is een ...
A
Lineaire vergelijking
B
Trapjesgrafiek
C
Parabool
D
Vloeiende kromme

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is van de grafiek hiernaast de periode?
A
1 uur
B
2 uur
C
3 uur
D
4 uur

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Machten...

24=
A
2 x 4 = 8
B
2 + 2 + 2 + 2 = 8
C
2 x 2 x 2 x 2 = 4
D
2 x 2 x 2 x 2 = 16

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de 5?

56=
A
grondtal
B
exponent
C
macht
D
kwadraat

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de volgende vraag:


(8)2=...

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe hoog is de grafiek bij 10 uur?

A
0,5 hokje hoog
B
1 hokje hoog
C
1,5 hokje hoog
D
2 hokjes hoog

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de volgende vraag:


82=...

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de volgende vraag:


(5)2+52=...

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke van onderstaande formules horen bergparabolen?
A
n=5t+3t2
B
n=5t3t2
C
w=3,4t2250
D
w=3,4t2+250

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is in de grafiek hiernaast de periode? (Denk aan de eenheid)

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

1. y = x² + 4
2. y = -x + 10
A
1 is een bergparabool 2 is een dalparabool
B
1 is een dalparabool 2 is een lineaire grafiek
C
1 is een bergparabool 2 is een lineaire grafiek
D
1 is een lineaire grafiek 2 is een dalparabool

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welk verband hoort deze grafiek?
A
Recht evenredig verband
B
Kwadratisch verband
C
Omgekeerd evenredig verband
D
Wortelverband

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de hoogte voor a = 10
hoogte(m)=0,02a3+0,3a2+25

Slide 31 - Open vraag

Leerlingen alleen een getal als antwoord laten invullen
Bij een wortelverband ziet de grafiek eruit zoals hiernaast

Hoe noemen we het punt waar de grafiek begint?
A
Het beginpunt
B
Het startgetal
C
Het randpunt
D
Het startpunt

Slide 32 - Quizvraag

Zo'n punt waar de grafiek ineens stopt noemen we een RANDPUNT. 

Die kun je heel simpel vinden: 
Als je een formule hebt waar een wortel in staat, dan kijk je alleen naar het deel onder de wortel. Als dat deel nul is, dan kan de wortel nog nét en daar heb je dan een randpunt.
Hoeveel is y als x = 9

y=5(x)
A
8
B
3
C
15
D
45

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort grafiek zie je in deze afbeelding?
A
Lineaire grafiek
B
Parabool
C
Periodieke grafiek
D
Vloeiende kromme

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is y als x = 5

y=25(20x)
A
0,8
B
2
C
4
D
1

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de evenwichtsstand
van deze grafiek?
A
2 m
B
1 m
C
1,5 m
D
0,5 m

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nu ben je klaar voor de oefentoets H6 verbanden

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies