4GT - Formal Letter + Irregular Verbs Revision

Zakelijke brief Engels
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Zakelijke brief Engels

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Let op!
Je mag in een formele brief geen afkortingen gebruiken. Dus: 
I'm happy = I am happy
There's = There is

Na elke alinea gebruik je een witregel. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Dear Sir/Madam,
Yours sincerely, / Yours faithfully, 
Jouw adres en het adres waar je naar toe schrijft

Inhoud formele brief
datum

Slide 6 - Sleepvraag

Tekst
True
False
Je gebruikt dear sir/madam als je de naam niet weet bij een formele brief
Yours sincirely is goed geschreven
Het woord 'love' is een goeie afsluiting voor een informele brief
Je mag afkortingen gebruiken in een informele brief

Slide 7 - Sleepvraag

Irregular Verbs Revision

Slide 8 - Tekstslide

Je kunt alleen weten of een werkwoord onregelmatig is door alle onregelmatige werkwoorden uit je hoofd te leren.
Dit klopt .... 
niet
wel

Slide 9 - Sleepvraag

In de lijst met onregelmatige werkwoorden staan 3 vormen en de betekenis van de onregelmatige werkwoorden. 
Match de vorm/rij met de tijd.
1e vorm (zonder to)
2e vorm
3e vorm
voltooid deelwoord
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 10 - Sleepvraag

Hoe maak je in het Engels de verleden tijd?
A
Werkwoord+ ed 3e rij bij onreglm.ww.
B
Werkwoord +ing 2e rij bij onreglm.ww.
C
Werkwoord + ed 2e rij bij onreglm.ww.
D
Has werkwoord+ed 3e rij bij onreglm.ww.

Slide 11 - Quizvraag

Irregular verbs

to …….. - told- told
A
tol
B
tool
C
tel
D
tell

Slide 12 - Quizvraag

Irregular verbs

to break - ……. - …...
A
breaked - broken
B
broke - broken
C
broke - broked
D
break- break

Slide 13 - Quizvraag

Irregular verbs

To make - ….. - …...
A
made - made
B
maked - makes
C
mede - made
D
made - maked

Slide 14 - Quizvraag

Grammar: Irregular verbs
Which one is correct?
choose one
A
To blaw - blew -blawn
B
To blow -blew- blown
C
To blow - blow -blown
D
To blow -blew-blawn

Slide 15 - Quizvraag

Irregular verbs

To lose - ….. - …...
A
loose- losed
B
lost - lost
C
loes - lose
D
lost - lossed

Slide 16 - Quizvraag

Irregular verbs

to fly - …... - …….
A
flied - flown
B
flewed - flown
C
flew - flewn
D
flew - flown

Slide 17 - Quizvraag

In de lijst met onregelmatige werkwoorden staan 3 vormen en de betekenis van de onregelmatige werkwoorden. 
Match de vorm met de tijd.
1e rijtje 
2e rijtje
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Slide 18 - Sleepvraag

Irregular verbs

to give - …... - …….
A
gaved - given
B
given - gave
C
give - give
D
gave - given

Slide 19 - Quizvraag

Irregular verbs

To ring - ….. - …...
A
rang - rung
B
ringed - rang
C
rong - rond
D
rung - rang

Slide 20 - Quizvraag

Irregular verbs

To catch - ….. - …...
A
caught - caught
B
catched - caught
C
caught - catched
D
catched - catched

Slide 21 - Quizvraag

Irregular verbs

to go - ……. - …...
A
goed - went
B
went - gone
C
goes - goes
D
go- goes

Slide 22 - Quizvraag

Irregular verbs:
Which one is correct?
Winnen
A
to win - wan - wun
B
to win - wan - won
C
to win - won - wun
D
to win - won - won

Slide 23 - Quizvraag

Irregular verbs which one is wrong?
A
(vangen)catch-caught-have caught
B
(betalen) pay-payed-have paid
C
(bouwen) build-built-have built
D
(graven) dig- dug-have dug

Slide 24 - Quizvraag

Grammar: Irregular verbs
Which one is correct?
Verstoppen
A
To hide - hided - hidden
B
To hide - hid - hidden
C
To hide - hode - hoden
D
To hide - hid - hid

Slide 25 - Quizvraag

Irregular verbs

to choose - ……. - chosen
A
chose
B
chosen
C
chosse
D
choose

Slide 26 - Quizvraag

Onregelmatige werkwoorden
pijn doen
ontmoeten
zijn/worden
verbieden
onderwijzen

hurt, hurt, hurt


meet, met, met

forbid, forbade, forbidden

teach, taught, taught

be, was/were, been

Slide 27 - Sleepvraag

Grammar: Irregular verbs
Which one is correct?
Spreken
A
To speak - spoke - spoken
B
To speak - speaked - spoken
C
To speak - spoke - speaked
D
To speak - speaked - speaked

Slide 28 - Quizvraag

Grammar: Irregular verbs
Which one is correct?
"denken"
A
To think-thought-thought
B
To think-thinked-thinked
C
To think-thaught-thaught
D
To think-thinked-thought

Slide 29 - Quizvraag

Grammar: Irregular verbs
Which one is correct?
Houden
A
To keep-keept-kept
B
To keep-kept-kept
C
To keep-kept-keept
D
To kep-kept-kept

Slide 30 - Quizvraag

Irregular verbs
do - did - ............

Slide 31 - Open vraag

Irregular verbs: to pay - .......... - paid - betalen


Slide 32 - Open vraag

Irregular verbs: to eat - .......... - eaten - eten

Slide 33 - Open vraag

Irregular verbs
to forbid - ......... - forbidden

Slide 34 - Open vraag

Irregular verbs:
wear - wore - .......... - dragen

Slide 35 - Open vraag

Irregular verbs; Past tense
1.break
2.go
3.give
4.get
5.draw
6.say
7. freeze
broke
froze
got
went
gave
drew
said

Slide 36 - Sleepvraag

Irregular verbs
become - .......... - ............ - worden

Slide 37 - Open vraag

Irregular Verbs:
wedden = bet - ........ - bet

Slide 38 - Open vraag

Irregular verbs
steal - ......... - .........

Slide 39 - Open vraag

Irregular verbs:
forget - ...... - ........

Slide 40 - Open vraag

Irregular verbs
write - wrote - ............ - schrijven

Slide 41 - Open vraag

Regelmatige werkwoorden

Onregelmative werkwoorden
swim
walk
drink
cook
give
have
see
catch
call
put

Slide 42 - Sleepvraag

Irregular verbs. How did you do?
A
green
B
yellow
C
red

Slide 43 - Quizvraag

Finished!
Well done!


Slide 44 - Tekstslide