TC A2 thema 2.13 Zussen, zonen, kinderen

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Video 2.13
Zussen, zonen, kinderen
pagina 86

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Wat is het meervoud van: juf?
A
jufs
B
juven
C
juffen

Slide 16 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: oog?
A
ogen
B
oggen
C
oogen
D
oge

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: druif?
A
druiven
B
druifs
C
druifjes
D
druifen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: wc?
A
wcs
B
wc's
C
wc-en

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: de auto?
A
de autos
B
de auto's
C
de autoos
D
de autto's

Slide 20 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: school?
A
scholen
B
schole
C
schollen
D
schoolen

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: glas?
A
glassen
B
glaazen
C
glazen
D
glaasen

Slide 22 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: het huis?
A
Het huizen
B
De huisen
C
Het huisen
D
De huizen

Slide 23 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: kat?
A
katen
B
katten
C
kats
D
kattens

Slide 24 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: been?
A
beene
B
benen
C
beenen
D
bennen

Slide 25 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: kind?
A
kinds
B
kinden
C
kinderen
D
kindjes

Slide 26 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: stad?
A
staden
B
stadjes
C
steden
D
staten

Slide 27 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: neef?
A
neeven
B
nefen
C
neefjes
D
neven

Slide 28 - Quizvraag

Wat is het meervoud van: blad?
A
bladen
B
bladeren
C
blaadje
D
bladje

Slide 29 - Quizvraag

Ik vond deze les over het meervoud:
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll