Zomerse woordenschat voor iedereen!

Zomerse woordenschat voor iedereen!

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2PraktijkonderwijsISKLeerjaar 1-5

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Zomerse woordenschat voor iedereen!

Wat weet jij al over de zomer?

Wat leer je vandaag?

Aan het einde van de les ken je nieuwe woorden over de zomer.

Je begrijpt de betekenis en gebruikt de woorden in zinnen.



Hebben jullie allemaal je schrift bij je?

Het seizoen: de zomer

De zomer is één van de vier seizoenen. Het is vaak warm en zonnig.

De zomer is mijn favoriete seizoen.

De hittegolf

Een hittegolf is een periode van drie dagen of langer waarin de maximumtemperatuur hoger is dan 30 graden.
Dit kun je zien op de thermometer.

De langste hittegolf in Nederland was in 1975 en duurde maar liefst 18 dagen!

De slippers

Slippers zijn open schoenen. Je draagt ze als het warm is.


Ik ga op mijn slippers naar het strand.

De sandalen

Sandalen zijn schoenen met bandjes. Ze zijn lekker luchtig.


Het is lekker weer, ik trek vandaag mijn sandalen aan naar het werk.

De zonnebrandcrème

Zonnebrandcrème smeer je op je huid, zodat je niet verbrandt door de zon.


Ik ga zo naar het strand, ik smeer mij alvast in met zonnebrandcrème.

De schaduw

Een schaduw is een donkere plek op de grond of muur. Het ontstaat wanneer een persoon of voorwerp in het licht staat en het licht tegenhoudt.


Ik vind het heel warm in de zon, ik ga in de schaduw zitten.

De parasol

Een parasol is een grote, ronde paraplu tegen de zon.



Het is warm op het terras, ik ga onder de parasol zitten.




Insecten in de zomer

De bij is ook zwart en geel, maar heeft een vachtje. Hij steekt bijna nooit.

Een wesp is een zwart-geel insect. Wespen komen veel in de zomer. De wesp steekt!


Kijk uit voor die wesp, straks prikt hij je!



De bij

De wesp

De mug

Een mug is een klein insect. Een mug kan prikken.



Ik word gek van de jeuk van al die muggenbulten!

Het pretpark

Een pretpark is een leuk park vol attracties. Veel kinderen gaan erheen in de zomer.


De Efteling is mijn favoriete pretpark!

De barbecue

Een barbecue is buiten eten maken op vuur of kolen. Veel mensen barbecueën in de zomer.



Wij gaan vanavond bij mijn zus barbecueën.

De picknick

Een picknick is samen buiten eten, vaak op een kleed.



Mijn vrienden en ik gaan morgen samen picknicken.

Wat is de betekenis van 'schaduw'?

A

Zonlicht dat je verwarmt

B

Donker gebied door een voorwerp

C

Een soort insect

D

Zomerkleding

Welk lidwoord hoort bij 'parasol'?

A

de

B

het

C


D


Hoe schrijf je dit woord goed?

A

zonne brandcreme

B

zonnebrandcrème

C

zonnenbrandcreme

D

zonnebrandcreme

Wat is een 'wesp'?

A

Een stekend insect

B

Honing

C

Een bultje wat jeukt

D

Een zonneaccessoire

Wat draag je in de zomer?

A

zonnebrandcreme

B

parasol

C

wesp

D

slippers

Wat is het juiste lidwoord voor 'hittegolf'?

A

een hittegolf

B

de hittegolfen

C

het hittegolf

D

de hittegolf

Hoe heet dit voorwerp?

A

thermometer

B

attractie

C

temperatuur

D

parasol

Wat betekent 'pretpark'?

A

een winkelcentrum

B

een museum

C

een park met bloemen

D

een park met attracties

Welk lidwoord hoort bij 'slippers'?

A

een slippers

B

het slippers

C

de slippers

D

de slipper

Welke zomerwoorden ken je al?

Vergelijk jouw lijstje met je buur.

Bespreek met je buur

Maak een lijstje

Schrijf vijf woorden op die bij de zomer horen.

Woordenschat oefenen

Gebruik drie nieuwe woorden in een zin.

Samen bespreken

Maak zinnen

Wie deelt een leuke zin?

Reflectie: wat heb je geleerd?

Welk zomers woord vond je het leukst of het moeilijkst? Deel je antwoord met de klas.

Slot: nieuwe woorden voor deze zomer

Probeer deze woorden deze zomer te gebruiken! Kun je nog andere zomerse woorden bedenken?