Create a movie!

Create a movie
Welkom bij de workshop
Create a movie!
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mediawijsheid, Media, Vormgeving en ICTMBOStudiejaar 1-3

In deze les zitten 35 slides, met tekstslides en 16 videos.

time-iconLesduur is: 240 min

Onderdelen in deze les

Create a movie
Welkom bij de workshop
Create a movie!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat gaan wij doen vandaag?
Introductie
Korte uitleg
Filmen
Monteren / editen 


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Introductie
Welkom bij de workshop "create a movie".
Planning:
1. Introductie (15 min)
2. Ontwerp: denken en schetsen. (45 min)
3. Plannen en voorbereiden. (30 min)
4. Spelen en filmen. (50 min)
5. Monteren en publiceren. (100 min)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

korte uitleg
Wij gaan in deze workshop een korte film maken.
Er zijn een aantal onderwerpen waar je uit kan kiezen.
Vervolgens leggen we nog een aantal technieken uit om mooi beeld materiaal te krijgen.
Ook muziek als achtergrond komt nog aan bod.


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voordat wij gaan filmen
Let op je positie (zie volgende slide)
Zorg voor het juiste licht/kleur
Let op omgevingsgeluiden als je iemand laat praten
Neem de scenes ruim op. (Je kunt altijd knippen in het materiaal)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TOTAAL

MEDIUM

CLOSE-UP

Overzicht
Dichtbij; 
je ziet emoties/details
Groepje
Waar staat de camera?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KIKVORS-PERSPECTIEF

CAMERASTANDPUNTEN
OOGHOOGTE

VOGEL-PERSPECTIEF

Van laag naar hoog; iets/iemand lijkt machtig
Van hoog naar laag; iets/iemand lijkt zwak
Neutraal; gelijkwaardig
Waar staat de camera?
Herhaling

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PAN

CAMERABEWEGINGEN
TILT

SLIDE

Van links naar rechts
(heen en weer)
'Mee rijden'
Van laag naar hoog
(op en neer)
Hoe beweegt de camera?
Herhaling

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PAN

CAMERABEWEGINGEN
TILT

SLIDE

Van links naar rechts
(heen en weer)
'Mee rijden'
Van laag naar hoog
(op en neer)
Hoe beweegt de camera?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begin, Midden, Einde
Ieder verhaal heeft een begin, midden en einde.
Begin
Midden
Einde
= introductie





Bijv. een oud vrouwtje legt haar boodschappen op de band bij de kassa.
         Er gebeurd iets. 
Iemand die iets aan het doen is op een plek. Nog geen grote actie.
Bijv. een jongeman bied aan om de oude vrouw te helpen en wil haar beroven.
Hoe het afloopt.
Bijv. de jongeman wordt afgevoerd door de politie, nadat het vrouwtje hem knock-out had geslagen met haar handtas.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhaal
Een verhaal bestaat uit 3 delen: begin - midden - eind
BEGIN
Over wie gaat het en 
waar speelt het zich af?
MIDDEN
Wat gebeurt er en waarom?
EIND
Hoe loopt het af?

Slide 11 - Tekstslide

Begin-midden-eind
Vertel dat een verhaal altijd uit drie delen bestaat en vertel wat die delen inhouden:
Begin – Over wie gaat het en waar speelt het zich af?  Vaak is er een goede hoofdpersoon en een slechte hoofdpersoon. Het wordt duidelijk waar het verhaal zich afspeelt. 
Midden – Wat gebeurt er en waarom?: 
In het midden wordt de goede hoofdpersoon vaak tegengewerkt door de slechterik. Vaak moet de goede hoofdpersoon iets oplossen of onderzoeken, om zijn/haar droom of wens uit te kunnen laten komen. In het midden is het nog onduidelijk of het zal lukken. Dit maakt een verhaal spannend.
Eind – Hoe loopt het af?: 
In het eind wordt duidelijk of de hoofdpersonen hun dromen of wensen hebben vervuld. 

Uitleg aan de hand van ‘Roodkapje’: 
Begin: Roodkapje (goede hoofdpersoon) krijgt een mandje met lekkers en gaat door het bos (locatie) op weg naar haar zieke oma. Onderweg plukt Roodkapje bloemetjes en komt ze een wolf (slechte hoofdpersoon) tegen.
Midden: De wolf eet oma op, omdat hij honger heeft. Als Roodkapje bij oma aankomt, wordt ook zij door de wolf opgegeten. De wolf valt vervolgens in slaap.
Eind: Gelukkig hoort de jager de wolf snurken. Hij bevrijdt oma en Roodkapje uit de buik van de wolf. Ze stoppen stenen in de buik van de wolf. De wolf wordt wakker en gaat naar de put om water te drinken. Door de stenen in zijn buik valt de wolf voorover en valt in de put. 
Eind goed, al goed!

Wens:
Roodkapje wil oma verwennen
Tegenkracht: Wolf eet oma en Roodkapje op 
Oplossing: Oma en Roodkapje worden bevrijd, ze zorgen dat de wolf in de put belandt
Begin:
-Tekst?
-Video?
-Inspreken?


Midden:
-Tekst?
-Video?
-Inspreken?


Eind:
-Tekst?
-Video?
-Inspreken?


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

In deze film 'zoveel te zien' legt Sosha uit wat er komt kijken voordat je de film op televisie of in de bioscoop kunt bekijken. Verhaal, acteren, beeldkader, perspectief, genre wordt door Sosha uit gelegd. 
Wat gebeurt er in het begin?
In het begin maak je kennis met de hoofdrolspeler. Die heeft een wens.
Wat gebeurt er in het midden?
De hoofdpersoon heeft tegenslagen of een probleem! Zijn wens wordt
door de omstandigheden of door andere personen tegengewerkt.
Wat is een happy end?
Dat is het derde deel van het verhaal. De hoofdpersoon overwint zijn tegenslagen of problemen en dat is een happy end.
De opbouw van het verhaal

Slide 15 - Tekstslide

Een verhaal bestaat uit drie onderdelen.
  1. Begin – Over wie gaat het en waar speelt het zich af? In het begin worden de hoofdpersonen voorgesteld, met vaak elk hun doel (droom of wens). Vaak is er een goede hoofdpersoon (de ‘protagonist’), en een slechte hoofdpersoon (de ‘antagonist’). Ook wordt duidelijk waar het verhaal zich afspeelt (locatie en tijdsperiode, bijv. in het bos, de middeleeuwen, etc.) en wat de sfeer van de film is (spannend, grappig, etc.). 
  2. Midden – Wat gebeurt er en waarom? In het midden wordt de goede hoofdpersoon vaak tegengewerkt door de slechterik. Soms moet de goede hoofdpersoon wat oplossen of onderzoeken, om zijn/haar droom of wens uit te kunnen laten komen. In het midden is het vaak nog onduidelijk of het zal lukken. Dit maakt het verhaal spannend. 
  3. Eind – Hoe loopt het af? In het eind wordt duidelijk of de hoofdpersonen hun dromen of wensen hebben vervuld. Dat bepaalt of het verhaal goed of slecht afloopt. 
In een film gaat het verhaal bijna altijd om tegenstellingen. De hoofdpersoon heeft een wens, wordt door omstandigheden of mensen (obstakels) tegen gehouden. En uiteindelijk overwint de hoofdpersoon de obstakels. 


Het begin van een verhaal.
Een verhaal bestaat uit 3 delen. Het begin, het midden, en het eind. In het begin van de film van Mees Kees bijvoorbeeld leer je  Meester Kees en zijn klas kennen. Zij hebben samen een wens!

Slide 16 - Tekstslide

1. Begin – Over wie gaat het en waar speelt het zich af?
In het begin worden de hoofdpersonen voorgesteld, met vaak elk hun doel (droom of wens). Vaak is er een goede hoofdpersoon (de ‘protagonist’), en een slechte hoofdpersoon (de ‘antagonist’). Ook wordt duidelijk waar het verhaal zich afspeelt (locatie en tijdsperiode, bijv. in het bos, de middeleeuwen, etc.) en wat de sfeer van de film is (spannend, grappig, etc.). 

Het midden van een verhaal
In het midden van het verhaal gebeurt iets. In de film van Mees Kees moet Mees Kees voor zijn moeder zorgen en kan dus niet mee doen. 

Slide 17 - Tekstslide

2. Midden – Wat gebeurt er en waarom? 
In het midden wordt de goede hoofdpersoon vaak tegengewerkt door de slechterik. Soms moet de goede hoofdpersoon wat oplossen of onderzoeken, om zijn/haar droom of wens uit te kunnen laten komen. In het midden is het vaak nog onduidelijk of het zal lukken. Dit maakt het verhaal spannend. 

Het einde van het verhaal
Aan het  einde van het verhaal wordt het probleem op gelost en komt het toch goed, dat noem je een happy end!

Slide 18 - Tekstslide

3. Eind – Hoe loopt het af? 
In het eind wordt duidelijk of de hoofdpersonen hun dromen of wensen hebben vervuld. Dat bepaalt of het verhaal goed of slecht afloopt. 

In een film gaat het verhaal bijna altijd om tegenstellingen. De hoofdpersoon heeft een wens, wordt door omstandigheden of mensen (obstakels) tegen gehouden. En uiteindelijk overwint de hoofdpersoon de obstakels. 


Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Bedenk een kort verhaaltje met een begin, midden en einde.
Maak een filmpje van ong. 1 minuut in 6 shots.
• Varieer in snelheid en (achtergrond)muziek om de spanning op te bouwen.
• Laat goed zien waar je naar toe moet en op welke locatie je bent.
• Emotie mag er ook in verwerkt worden. (Boosheid, verdriet, )
Onderwerpen:
• Alternatieve kerstgroet voor familie en vrienden.
• Reclame voor je favoriete snoep/chips/drankje
• Dat je te laat bent en je moet melden bij DL3.17 (Evelyn/Michel)
• Eigen idee? Be creative!


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies