4.2 - Spanningsbronnen

Starttaak




1. Ga zitten volgens plattegrond.
2. Pak je boek, schrift, pen en laptop.
3. Lees paragraaf 1 + 2 door (blz. 126 t/m 135)
Klaar? -> Open laptop en join LessonUp
timer
5:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Starttaak




1. Ga zitten volgens plattegrond.
2. Pak je boek, schrift, pen en laptop.
3. Lees paragraaf 1 + 2 door (blz. 126 t/m 135)
Klaar? -> Open laptop en join LessonUp
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Welke 3 dingen hebben we nodig om een stroomkring te maken?

Slide 2 - Open vraag


Waar bestaat elektrische stroom uit?
A
Bewegende lading
B
Water
C
Stilstaande lading
D
Energie

Slide 3 - Quizvraag

Waar of niet waar?:

Isolators zijn stoffen waar elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan lopen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Wat is stroomsterkte?

Slide 5 - Open vraag

I
Sleep de tabel op de juiste manier
Grootheid
Stroomsterkte
Ampère
A
Eenheid

Slide 6 - Sleepvraag

30 mA = .... A
vergeet de eenheid niet en zonder spatie!

Slide 7 - Open vraag

4.2 - Spanningsbronnen

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen 4.2
Na deze les kan je...

  • Een aantal spanningsbronnen benoemen.
  • Uitleggen wat spanning is.
  • Beschrijven hoe je spanning meet.
  • Uitleggen wat stroomsterkte is. 
  • Je kunt de spanning berekenen als je batterijen in serie schakelt. 
  • Je kunt benomen voor welke spanning de meeste huishoudelijke apparaten zijn ontworpen.

Slide 9 - Tekstslide

Spannigsbron
Een spanningsbron levert spanning.

Slide 10 - Tekstslide

Spanning




Hoe meer lucht er in de ballon zit, hoe groter de spanning is. 
Tuitje openen -> Lucht uit de ballon -> Spanning daalt

Slide 11 - Tekstslide

Spanning




De stroomsterkte (de hoeveelheid lucht die per seconde uit de ballon stroomt) wordt ook kleiner. 
Na een tijdje -> Spanning weg en geen lucht meer uit ballon

Slide 12 - Tekstslide

Stroomsterkte en spanning
Spanning = 'elektrische druk' die zorgt voor beweging van de lading.





Rechts: Het water van tank A drukt een stroom water naar tank B. 
Er is dus een spanning die zorgt voor een stroom.
Stroomsterkte = hoeveelheid lading per seconde.

Slide 13 - Tekstslide

Spanning
Spanning wordt gemeten met een spanningsmeter.
Deze sluit je altijd aan over het stukje dat je wil gaan meten.





Het wordt gemeten in de eenheid volt (V).

Slide 14 - Tekstslide

Atletiekbaan
Stapel hout bij start = spanningsbron
Lopers = elektronen
Hout = spanning (=energie/motivatie)
Kampvuur = lampje


Slide 15 - Tekstslide

Atletiekbaan
Stapel hout bij start = spanningsbron
Lopers = elektronen
Hout = spanning (=druk)
Kampvuur = lampje

Lopers gaan pas rennen als ze hout hebben (anders heeft het geen nut) = Elektronen kunnen pas bewegen als er spanning is.

Lopers die rennen = Bewegen van elektronen = Stroom

Slide 16 - Tekstslide

Atletiekbaan
Stapel hout bij start = spanningsbron
Lopers = elektronen
Hout = spanning (=energie/motivatie)
Kampvuur = lampje

Hoe meer hout het kampvuur krijgt, hoe harder het kampvuur gaat branden 
                                                               = 
Hoe meer stroom de lamp krijgt, hoe feller het gaan branden.

Slide 17 - Tekstslide

Batterijen schakelen
Je kunt ook meerdere batterijen achter elkaar zetten.
Achter elkaar = in serie.
Dan mag je die spanningen bij elkaar optellen.

Slide 18 - Tekstslide

Hoe heet de meter waarmee je de spanning kunt meten?
A
Voltmeter / spanningsmeter
B
Ampèremeter / stroommeter
C
Ohmmeter
D
Kilowattuurmeter

Slide 19 - Quizvraag

Hoe heet de meter waarmee je de stroomsterkte kunt meten?
A
Voltmeter / spanningsmeter
B
Ampèremeter / stroommeter
C
Ohmmeter
D
Kilowattuurmeter

Slide 20 - Quizvraag

Vergelijk een batterij in een stroomkring met een ballon die voortdurend wordt opgepompt terwijl hij tegelijkertijd leegloopt. Welke delen vergelijk je dan met elkaar?
spanning
stoffen in de batterij
elektrische stroom
stroomsterkte
De hoeveelheid lucht die in één seconde uit het tuitje stroomt. 
De lucht die uit het tuitje stroomt.
De pomp die de ballon opblaast.
Het plastic van de opgeblazen ballon.

Slide 21 - Sleepvraag

Een stroomkring kan je vergelijken met een atletiekbaan. Welke delen vergelijk je dan met elkaar?
spanning
het lampje
elektrische stroom
gesloten stroomkring
spanningsbron
De atletiekbaan
De hardlopers
Het kampvuur
Het hout
De start met een stapel hout

Slide 22 - Sleepvraag

Je wilt twee batterijen van 1,5 V een spanning laten leveren van 3 V.
Hoe moet je de batterijen tegen elkaar aan leggen?
A
Je moet de minpool van de ene batterij tegen de minpool van de andere batterij leggen.
B
Je moet de minpool van de ene batterij tegen de pluspool van de andere batterij leggen.
C
Je moet de pluspool van de ene batterij tegen de pluspool van de andere batterij leggen.
D
Het maakt niet uit hoe je de batterijen tegen elkaar aan legt.

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide


Aan de slag!
1. Schrijf het huiswerk op in je agenda.
2. Ga aan de slag met het huiswerk

Klaar? -> Verder met onderzoek
Ook klaar? -> Iets voor jezelf doen

Dinsdag 3 maart:
Allemaal online
  • (Inhalen:  §4.1 1 t/m 10 (behalve 6 en 7))
  • Test jezelf paragraaf 1
  • §4.2 opdracht 1 t/m 10 
  • Test jezelf paragraaf 2 
timer
15:00

Slide 25 - Tekstslide