10.3

10.3 Kwantitatieve analyse
Spectrofotometrie
Kwalitatief vs. Kwantitatief
Transmissie en Extinctie
De IJklijn
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

10.3 Kwantitatieve analyse
Spectrofotometrie
Kwalitatief vs. Kwantitatief
Transmissie en Extinctie
De IJklijn

Slide 1 - Tekstslide

Spectrofotometrie
  • Je meet hoeveel elektromagnetische straling een stof absorbeert.
  • Golflengte die gebruikt wordt ligt tussen infrarood (IR) en ultraviolet (UV).

Slide 2 - Tekstslide

Spectrofotometer
  • Stralingsbron: komt de straling vandaan
  • Te onderzoeken stof in het midden: het monster
  • Detector aan het einde
  • Hoe meer straling geabsorbeerd wordt door de stof, hoe minder op de detector valt.

Slide 3 - Tekstslide

Kwantitatief vs kwalitatief
Kwantitatief: bepalen van een hoeveelheid 
UV-VIS, titraties, chromatografie

Kwalitatief: bepalen van een eigenschap/ structuur (Wat is het?)
IR-spectrometrie, massaspectrometrie,
NMR (MRI in medische wereld)

Slide 4 - Tekstslide

Intensiteit
  • Intensiteit van doorgelaten licht: I
  • Intensiteit van licht door blanco: I0
  • Transmissie (T) is de verhouding tussen I en I0.

Slide 5 - Tekstslide

Extinctie
  • In praktijk meten apparaten niet de transmissie, maar de extinctie (de uitdoving)
  • E = -log T
  • Extinctie wordt gebruikt omdat deze recht evenredig is met de concentratie van de te meten stof
  • Als concentratie van stof 0 is, dan is de transmissie 1 en de extinctie 0. (-log 1 = 0)

Slide 6 - Tekstslide

IJklijn
  • Voor bepalen van een onbekend monster maak je een ijklijn.
  • Extinctie meten van meerdere standaardoplossingen met verschillende concentraties.
  • Noem je een ijkreeks.

Slide 7 - Tekstslide

IJklijn
  • Lijn trekken tussen de punten van de gemeten extincties.
  • Daarna het onbekende monster meten en aflezen wat de concentratie is.

Slide 8 - Tekstslide

Indirecte spectrofotometrie
  • Niet alle deeltjes die je wilt weten hebben een kleur, dus dan werkt spectrofotometrie niet.
  • Dan voer je een reactie uit waarbij wel een kleur ontstaat
  • Vb: ijzer(III)ionen reageren eerst met SCN--ionen tot rode FeSCN2+-ionen

Slide 9 - Tekstslide

De extinctie E van de blanco oplossing is
A
0
B
1
C
100%
D
maximaal

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de concentratie ijzer III ionen bij een extinctie van 0,45

Slide 11 - Open vraag