5.2 BCD Wortelfuncties

5.2 BCD Wortelfuncties
5-7 Ik kan het domein en bereik van wortelfuncties bepalen.
5-8 Ik kan de grafiek van een wortelfunctie schetsen op basis van domein en randpunt.
5-9 Ik kan een variabele vrijmaken uit een wortelfunctie.
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

5.2 BCD Wortelfuncties
5-7 Ik kan het domein en bereik van wortelfuncties bepalen.
5-8 Ik kan de grafiek van een wortelfunctie schetsen op basis van domein en randpunt.
5-9 Ik kan een variabele vrijmaken uit een wortelfunctie.

Slide 1 - Tekstslide

5.2 BC Wortelgrafieken 
De standaardfunctie 

    Domein = alle getallen die je in de functie in kunt voeren


    f(x)=√​x​​​
    D​f​​=[0,→⟩

    Slide 2 - Tekstslide

    Wortelfuncties 
    De standaardfunctie 

      Bereik = alle getallen die uit een functie kunnen komen.

      f(x)=√​x​​​
      B​f​​=[0,→⟩

      Slide 3 - Tekstslide

      Wortelfuncties 
      De standaardfunctie 

        Randpunt = uiterst punt van het domein en bereik

        f(x)=√​x​​​
        randpunt=(0,0)

        Slide 4 - Tekstslide

        Domein?

        Bereik?

        Randpunt?
        g(x)=−2√​2−3x​​​+5

        Slide 5 - Tekstslide

        Slide 6 - Tekstslide

        Slide 7 - Tekstslide

        5.2 D Variabelen vrijmaken uit een wortelfunctie
        Maak p vrij uit de onderstaande functie.
        L=4+√​3p+1​​​

        Slide 8 - Tekstslide

        5.2 D Variabelen vrijmaken uit een wortelfunctie
        Maak p vrij uit de onderstaande functie.
        L=4+√​3p+1​​​
        √​3p+1​​​=L−4

        Slide 9 - Tekstslide

        5.2 D Variabelen vrijmaken uit een wortelfunctie
        Maak p vrij uit de onderstaande functie.
        L=4+√​3p+1​​​
        √​3p+1​​​=L−4
        3p+1=(L−4)​2​​

        Slide 10 - Tekstslide

        5.2 D Variabelen vrijmaken uit een wortelfunctie
        Maak p vrij uit de onderstaande functie.
        L=4+√​3p+1​​​
        √​3p+1​​​=L−4
        3p+1=(L−4)​2​​
        3p+1=L​2​​−8L+16

        Slide 11 - Tekstslide

        5.2 D Variabelen vrijmaken uit een wortelfunctie
        Maak p vrij uit de onderstaande functie.
        L=4+√​3p+1​​​
        √​3p+1​​​=L−4
        3p+1=(L−4)​2​​
        3p+1=L​2​​−8L+16
        3p=L​2​​−8L+15

        Slide 12 - Tekstslide

        5.2 D Variabelen vrijmaken uit een wortelfunctie
        Maak p vrij uit de onderstaande functie.
        L=4+√​3p+1​​​
        √​3p+1​​​=L−4
        3p+1=(L−4)​2​​
        3p+1=L​2​​−8L+16
        3p=L​2​​−8L+15
        p=​3​​1​​L​2​​−2​3​​2​​L+5

        Slide 13 - Tekstslide