5.3 en 5.4 Leerjaar 3 Arbeidsmarkt

5.3 


Doe jij mee op de arbeidsmarkt?
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

5.3 


Doe jij mee op de arbeidsmarkt?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 5: Is er werk voor jou?
§5.1 Wat levert werken op?
§5.2 Wat voor ondernemingen?
§5.3 Doe jij mee op de arbeidsmarkt?
§5.4 Als je zonder werk zit 
3 MAVO

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
3. Bespreken §5.3
4. Zelfstandig werken §5.3
5. Afsluiten & Huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen vandaag
  • Je kunt uitleggen wat de arbeidsmarkt en werkgelegenheid is
  • Je kunt uitleggen wanneer je bij de beroepsbevolking hoort 
  • Je kunt uitleggen waar de algemene wet gelijke behandeling voor bedoelt is 
  • Je kunt uitleggen wat arbeidsparticipatie is

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsmarkt (=vraag & aanbod)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Werkgelegenheid
de vraag naar arbeid bepaalt de werkgelegenheid.
De werkgelegenheid bestaat uit alle banen bij bedrijven en overheid. (opg. 2/3)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werklozen
Beroepsbevolking, aanbod van arbeid

Beroepsbevolking:
Alle mensen tussen 15 en pensioen-leeftijd die werken of werkloos zijn!!

(opg. 6)


Werkzame    beroepsbevolking:
Het werkzame deel van de beroepsbevolking

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

arbeidsparticipatie     
Arbeidsparticipatie
(opg 13)

Slide 11 - Tekstslide

Omdat niet iedereen tussen de 15 en 65 jaar oud wil werken, doet niet iedereen mee aan het landelijke werk. Meedoen betekent “Participeren”. 

We kunnen berekenen hoeveel mensen er participeren door de beroepsbevolking als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 65 jaar oud te nemen.

Het percentage, hierboven 76,5%, noemen we de participatiegraad: welk deel van de totale beroepsgeschikte bevolking hoort bij de beroepsbevolking?
Algemene wet gelijke behandeling
In de Algemene Wet Gelijke Behandeling staat dat er geen onderscheid gemaakt mag worden op basis van bijvoorbeeld:
  1. Geslacht
  2. Afkomst
  3. Leeftijd

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij een overschot op de arbeidsmarkt (een RUIME arbeidsmarkt) is er meer ....
A
aanbod.
B
vraag.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar komt het aanbod van arbeid vandaan?

A
arbeiders
B
bedrijven en overheid
C
beroepsbevolking
D
arbeidsmarkt

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een ruime arbeidsmarkt kan leiden tot ontslag.
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de arbeidsmarkt komt (1) van arbeid van de beroepsbevolking en de (2) van de werkgevers.
A
(1) de vraag (2) de vraag
B
(1) de vraag (2) het aanbod
C
(1) het aanbod (2) de vraag
D
(1) Het aanbod (2) het aanbod

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hoort bij de beroepsbevolking als je tussen de 15 en de (1) leeftijd bent én je werkt of bent (2)
A
(1) 85 (2) op zoek naar werk
B
(1) pensioenleeftijd (2) op zoek naar werk

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een juiste volledige omschrijving van het UWV Werkbedrijf?
A
Het UWV werkbedrijf adviseert bedrijven.
B
Het UWV Werkbedrijf verstrekt uitkeringen.
C
Het UWV Werkbedrijf helpt mensen bij het vinden van een baan. Als het niet lukt om een baan te vinden kan men een uitkering aanvragen .
D
Het UWV werkbedrijf neemt mensen in dienst die zelf geen werk kunnen vinden.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke werkloosheid is niet tijdelijk?
A
seizoenswerkloosheid
B
structurele werkloosheid
C
regionale werkloosheid
D
frictiewerkloosheid

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van werkloosheid krijg je wanneer bedrijven zich naar het buitenland verplaatsen?
A
regionale werkloosheid
B
conjuncturele werkloosheid
C
seizoenswerkloosheid
D
structurele werkloosheid

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer je een tijdje per jaar niet kunt werken noem je deze werkloosheid ...
A
structurele werkloosheid.
B
seizoenswerkloosheid.
C
verborgen werkloosheid.
D
conjuncturele werkloosheid.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Conjuncturele werkloosheid is blijvend.
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Door de coronapandemie stijgt de werkloosheid. Is deze werkloosheid passend bij structurele of conjuncturele werkloosheid?
A
Conjuncturele werkloosheid
B
Structurele werkloosheid

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke werkloosheid is wel tijdelijk?
A
seizoenswerkloosheid
B
structurele werkloosheid
C
regionale werkloosheid
D
conjuncturele werkloosheid

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer de mens wordt overgenomen door een machine is dat ... werkloosheid
A
frictie
B
structurele
C
machinale
D
conjuncturele

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geregistreerde werkloosheid?
A
Als je ingeschreven staat bij het UWV.
B
Als je niet ingeschreven staat bij het UWV.
C
Als je zwart werkt.
D
Als je wit werkt.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat UWV voor?
A
Uitvoeringsinstituut WerknemersVerzekeringen
B
Uitvoeringsinstituut WerknemersVoorziening
C
Uitvoeringsinstituut WerknemersVoorzorg
D
Uitvoeringsinstituut WerknemersVerdiensten

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het UWV helpt bij het zoeken naar een baan en bij het aanvragen van een uitkering.
A
juist
B
onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De werkgelegenheid is de ......
A
Vraag naar arbeid
B
Aanbod van arbeid

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Werkgelegenheid is de
A
alle banen die nog vrij zijn
B
Alle banen die al bezet zijn
C
Alle banen die vrij zijn + alle banen die al bezet zijn
D
Alle mensen die willen werken

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies